| Index | Forum |
Inhoud
Hoofdstuk 1
Wat is palliatieve zorg
Wat
palliatieve zorg inhoud
De
definitie van palliatieve zorg
Hoofdstuk 2
Palliatieve zorg in de
verpleeghuis praktijk
Palliatieve
zorg op een somatische verpleeghuis afdeling
Privacy
bij de palliatieve zorg op een grote somatische verpleeghuis afdeling
De
rol van een goed bijgehouden zorgdocier
Professionele
zorg rondom de palliatieve bewoner
De
rol van de ziekenverzorgende bij de zorg aan de bewoner
De
zorg van de ziekenverzorgende in de avonddienst
De
zorg van de ziekenverzorgende in de nachtdienst
De zorg
van de ziekenverzorgende op een dagdienst
De
zorg van de ziekenverzorgende aan de relaties tijdens de dagdienst avonddienst
en nachtdienst
Gewetensbezwaren
van de verzorgende
De
rol van het afdelingshoofd bij de zorg aan de bewoner
De
rol van de verpleeghuisarts bij de zorg
De
rol van de geestelijk bij de zorg aan de bewoner
De
rol van de voedingsassistent bij de zorg aan de bewoner
De
rol van de fysiotherapeut bij de zorg aan de bewoner
Hoofdstuk 3
Duidelijkheid over
Pijnbestrijding wat is dat.
Pijnbestrijding; (voor)oordeel opiaten.
Wilsverklaring.
Het wensmenu.
Voeding.
Vocht
Decubitus
Hoofdstuk 4
De familie en de relaties van de palliatieve bewoner
De familie van de somatische
bewoner
Het contact
met de famille bij achteruitgang van de bewoner
Zorg aan
de palliatieve bewoner en zijn naaste familie; alles kan niets hoeft
Hoofdstuk 5
Zorg na het overlijden van een bewoner
Stappen op de
verpleeghuisafdeling na het het overlijden van een bewoner
De zorg
voor het lichaam van de overleden bewoner.
De medebewoners op de afdeling
De begrafenis van de bewoner
De herdenkingsdienst in het verpleeghuis
Evaluatie van geleverde zorg.
Bijlage
Protocol zorg na het overlijden; "de laatste zorg
verlenen"
Verpleeghuizen
profileren zich op palliatieve zorg
Hoofdstuk 1
Wat is palliatieve zorg
Wat
is palliatieve zorg eigenlijk?
Palliatieve zorg is de zorg
die gericht is op verlichting van klachten. In de fase waarin palliatieve
zorg wordt verleend is het bekend dat er geen kans op genezing meer is.
Het kan nog weken, maanden, misschien zelfs jaren duren, maar het heeft
geen zin meer om nieuwe therapieën te starten, onderzoeken te doen
of operaties te ondergaan, in de hoop dat de patiënt daardoor zal
genezen. Duidelijk is dat de patiënt aan de gevolgen van de ziekte
zal sterven. In de context van dit besef wordt vaak tegen patiënten
gezegd: "Wij kunnen niets meer voor u doen". Bedoeld wordt: wij kunnen
in curatief opzicht niets meer voor u doen. Want op palliatief gebied kan
er nog veel.
De Wereldgezondheidsorganisatie
heeft in 1990 een definitie van palliatieve zorg opgesteld. Palliatieve
zorg richt zich op de kwaliteit van het leven. Hulpverleners in de palliatieve
zorg proberen alle klachten die stervenden kunnen hebben te verlichten.
Populair gezegd valt onder palliatieve zorg alle zorg die erop gericht
is de laatste levensfase zo comfortabel mogelijk te laten zijn. Dat betekent
dat niet alleen naar lichamelijke klachten (zoals pijn, benauwdheid of
obstipatie) wordt gekeken, maar dat ook de psychische problemen (gevoelens
van angst of depressiviteit bij voorbeeld) aandacht krijgen. Het wordt
om die reden weleens "totale zorg" genoemd: aandacht voor zowel lichaam
als geest en ziel.
Omdat palliatieve zorg in
Nederland vooralsnog hoofdzakelijk verleend wordt aan patiënten die
doodziek zijn (zoals mensen met kanker of aids), wordt het vaak palliatieve,
terminale zorg genoemd. Dit om een verschil te maken met palliatieve zorg
voor patiënten die aan andere ongeneeslijke ziektes lijden, zoals
hartziekten, multiple sclerose, de ziekte van Parkinson of dementie.
Definitie
Palliatieve zorg
Palliatieve zorg is de actieve,
totale zorg voor patiënten op het moment dat hun ziekte niet meer
te genezen is. Pijnbeheersing, en de bestrijding van andere lichamelijke
klachten, is net zo belangrijk als de aandacht voor psychologische, sociale
en spirituele problemen.
Het algemene doel van palliatieve
zorg is het bereiken van de hoogst mogelijke kwaliteit van leven, voor
zowel de patiënt als diens naasten. Palliatieve zorg bevestigt het
leven, en beschouwt het sterven als een normaal proces. Palliatieve zorg
legt de nadruk op de verzachting van pijn en andere problematische symptomen,
integreert in de patiëntenzorg de lichamelijke, emotionele en spirituele
aspecten, probeert de patiënt tot de dood te ondersteunen om zo actief
mogelijk te kunnen leven, en helpt de naastbestaanden zowel in het omgaan
met de zieke patiënt als bij de rouwverwerking na diens overlijden.
Uit de definitie zijn een
aantal kenmerken te halen.
Palliatieve zorg:
Bevestigt het leven en beziet
de dood als een normaal proces
Vertraagt noch versnelt
de dood
Biedt verlichting van pijn
en andere symptomen
Integreert psychologische
en spirituele aspecten van de zorg
Creëert ondersteuning
voor patiënten om tot aan de dood zo actief als zij zelf wensen te
leven
Biedt ondersteuning aan
naasten in het omgaan met de ziekte en daaraan gerelateerde problemen
Biedt rouwbegeleiding
Privacy
in de palliatieve zorg op een verpleeghuisafdeling
Privacy op een verpleeghuisafdeling
kan soms een probleem zijn.
Juist bij de palliatieve
zorg in het verpleeghuis is privacy van enorm groot belang.
Meestal wonen bewoners in
het huidige verpleeghuis nog op twee of vier persoonskamers.
Toch is er de mogelijkheid
om deze privacy te creëren. Op de meeste verpleeghuisafdelingen zijn
enkele een persoonskamers en veelal worden deze een persoons slaapkamers
gebruikt om de privacy en ook de zorg te garanderen.
De bewoner gaat nooit tegen
zijn vooraf aangegeven wens op een een persoonskamer liggen. Dit is altijd
kenbaar gemaakt door de bewoner zelf en de keuze ook van de bewoner is
iets wat altijd gerespecteerd zal worden.
Het grote voordeel van een
aparte een persoonskamer is voornamelijk privacy voor de bewoner en de
relaties van de bewoner. Voor een ieder die een naaste heeft verloren weet
je dat je juist op deze momenten samen wil wezen en niet telkens gestoord
wil worden.
Kiest men voor een eenpersoons
kamer dan kan men altijd samen zijn zonder gestoord te worden door derden.
Ook kan men rustig met familie samen zijn bij bewoner.
Privacy is ook voor de zorgverleners
belangrijk.
Deze zorg gaat in de avond
en de nacht door en bij een bewoner die erg ziek bent zal je dag en nacht
veelvuldig langsgaan buiten de tijden dat je langsgaat voor de reguliere
controles en "kijkrondes".
Ook bijvoorbeeld voor het
toedienen van medicijnen en in de laatste plaats niet te vergeten het draaien
en verzorgende van de bewoner is een eenpersoonskamer belangrijk. Je maakt
als zorgverlener immers meer lawaai dan soms gebruikelijk is ; je werk
met karretjes en in de nacht uiteraard met licht.
Ook voor de bewoner is het
ook prettig om op een eenpersoonskamer te liggen. Niet gestoord worden
en de mensen die je liefheb om je heen. Veelal realiseert een bewoner heel
goed wat er aan de hand is en geeft hij of zij de voorkeur aan de keuze
van een eenpersoonskamer.
Dit wil overigens niet zeggen
dat als een bewoner naar een eenpersoonskamer gaat dat hij of zij snel
zal overlijden. Neen zeker niet. Palliatieve zorg kan langdurig zijn; denk
hierbij aan weken en of maanden. We hebben, niemand niet, gelukkig niet
de keuze van de tijd van het geboren worden en of het overlijden.
De
rol van een goed bijgehouden zorgdocier
Het zorgdocier de informatie
bron voor een ieder die met de palliatieve bewoner in aanraking komt. Door
in het zorgdocier te kijken ziet men niet alleen de voorgaande geschiedenis
van de bewoner maar ook de huidige toestand van de bewoner. Alle gegevens
staan vermeld op datum en met discipline. Als iemand iets in het zorgdocier
vermeld dan staat dit vermeld op een overzichtspagina.
Als bijvoorbeeld ik als
ziekenverzorgende de palliatieve bewoner gaat verzorger zie ik hoe mijn
collega hiervoor de bewoner heeft verzorgd; of er bijzonderheden
waren; bijvoorbeeld pijn.
Ook zie ik bij de medische
afspraken wat ik voor handelingen moet doen bij de bewoner; denk hierbij
aan wondverzorging.
Zie ik dingen bij de palliatieve
bewoner bijvoorbeeld dat hij pijn heeft dan vermeld ik dit.
Hierop zal de verpleeghuisarts
inspelen.
Een ieder is verplicht het
zorgdocier te lezen en te handelden volgens de afspraken die vermeld staan
in het zorgdocier.
Ook de directe familie heeft
belang bij een goed bijgehouden zorgdocier.
Als directe familie heeft
men altijd inzage in het zorgdocier. Het zorgdocier mag echter niet
van de afdeling af en is bewoner gebonden.
Mocht men als familie iets
willen weten en men is thuis dan kan altijd 24 uur per dag contact op worden
genomen met de verpleeghuisafdeling. Ook als krijgt men iemand die de bewoner
nog niet heeft verzorgd kan de verzorger door middel van het zorgdocier
te lezen een goed overzicht geven van de zorg rondom de palliatieve bewoner
en dit vermelden aan de familie.
Er zal echter zorgvuldig
omgegaan worden met het melden van gegevens. Dit ten aanzien van privacy
van de bewoner. Meestal verloopt de communicatie via een contactpersoon
van de bewoner en deze speel dan een centrale rol bij het verstrekken van
informatie naar de familie. Dit ter voorkoming dat een willekeurige buurvrouw
direct de persoonlijke informatie krijgt. Meestal word bij in dit geval
de buurvrouw van de bewoner gevraagd contact op te nemen met de zaakwaarnemer
van de bewoner.
Professionele
zorg.
In een verpleeghuis en ook
bij de palliatieve zorg komt de bewoner alleen in aanraking met deskundige
zorgverlener. Zeker ook bij de dagelijkse verzorging buiten het wassen
om zullen de dingen alleen worden uitgevoerd door mensen die ten eerste
een diploma hebben en daardoor en daarvoor ook bevoegd zijn om deze
handelingen te doen.
Dit houd niet op bij medicatie
maar ook bij eventuele zorgverlening bij decubitus(bestrijding) maar ook
bij de aanpassingen van matras voeding en vochtopname.
De verpleeghuiszorg is een
zeer complex iets en de palliatieve bewoner en ook de andere bewoners krijgen
buiten de normale zorgverleners diverse mensen aan het bed die gespecialiseerd
zijn in een specifieke zorg.
De
rol van de ziekenverzorgende bij de palliatieve zorg in het verpleeghuis
De rol van de ziekenverzorgende
is voornamelijk dat hij zich bezighoud met de zorg aan het bed en rondom
het bed.
denk hierbij aan de algehele
verzorging; de toediening van medicatie en ook eventuele wondverzorging.
de ziekenverzorgende handelt
vanuit zijn of haar kennisveld met betrekking tot de lichamelijke verzorging
van de bewoner.
de taak van de ziekenverzorgende
is buiten de gehele verzorging van de bewoner goed op eventuele pijn in
te spelen en dit goed te observeren en te rapporteren. Door de achtergrond
van de ziekenverzorgende en doordat deze veelal met de dagelijkse en algehele
verzorging van de bewoner bezig is is de taak ook dingen te observeren
en te rapporteren; bijvoorbeeld pijn bij de verzorging eventuele doorligplekken
en of angst te rapporteren.
Juist doordat de ziekenverzorgende
(bijna) dagelijks met de bewoner in contact komt weet de ziekenverzorgende
veel over de bewoner; wat zijn wensen zijn endoor een goede communicatie
met de bewoner weet de ziekenverzorgende ook meer van wensen en behoeftes
van de bewoner.
Zorg is in het verpleeghuis
veel samenwerken met andere disciplines. de ziekenverzorgende in het verpleeghuis
is de persoon om andere disciplines na overleg met leidinggevende op de
hoogte te stellen en te laten handelen.
Niet altijd is een leidinggevende
aanwezig en dan word automatisch verwacht dat de ziekenverzorgende handelt
om een optimale zorg rondom de bewoner te garanderen.
Mijn
zorg aan de palliatieve bewoner in een avonddienst
In een avonddienst lees
ik als eerste het zorgdocier van de bewoner en stel eventuele vragen aan
mijn collega. Dan ga ik met een collega van de dagdienst langs de bewoner
en de familie en vertel met met wie ik vanavond dient heb en hoe ze mij
direct kunnen bereiken. Dit omdat als ze iemand nodig hebben ze mij kunnen
vinden maar ook om te weten wie ze als eerste aan benaderen voor eventuele
vragen.
De zorg in de avond is van
mij kant als volgt; echter dit verschilt per palliatieve bewoner omdat
een iedere palliatieve bewoner anders verzorgd danwel anders verzorgd kan
worden.
Als een wisselliggings lijst
is zal ik de bewoner volgens afspraak op de lijst met een collega draaien
en goedliggen. Mocht ik rode plekken waarnemen dan zal ik deze verzorgen
door middel van een creme aan te brengen en deze in te vrijven op de huid
van de bewoner.
Ook zal ik tijdens de zorg
aan de bewoner goed op pijn letten en uiteraard omdat je regelmatig bij
de bewoner bent zal ik letten op eventuele veranderingen bij de bewoner.
Ook doe ik aan mondverzorging
omdat als bewoner veel door de mond heen ademt dan kan er slijmvorming
in de mond ontstaan.
Mocht een bewoner vol gaan
raken dan zal ik dit goed observeren; teneinde de bewoner geen benauwdheid
te laten hebben.
Ook doe ik indien nodig
het incontinentie verband verwisselen.
Mocht er medicatie worden
toegediend dan zal dit ook gebeuren.
Kijk je bij de zorg aan
de laatste fase van het leven of heeft de bewoner veel pijn bij de verzorging
dan zal ik ten einde de bewoner confort te bieden; en omdat mijn werk zeker
niet tot doel heeft de bewoner te pesten; de bewoner als deze confortabel
en rustig licht de bewoner rustig laten liggen. Waarom? Zeker in de laaste
fase ab het leven is de zorg niet gericht om doorligplehkken te voorkomen
maar op confort gericht. Natuurlijk weeet ik dat ik moet draien om doorligplekken
te voorkomen; maar als wisselligging tot neveneffect zeer veel pijn als
gevolg van het draaien heeft is het een overweging om de bewoner te laten
liggen.
Zeker voor de bewoner maar
ook voor familie en verzorger heeft het geenszins doel pijn te veroorzaken
danwel iets te doen wat de laaste fase van het leven niet waardig is
Op papier zou ik teneinde
doorligplekken te voorkomen de bewoner moeten draaien; maar als je kijk
naar de laatste uren of dag; wie ben ik om dit te beoordelen; maar als
je dit veel heb meegemaakt weet je dit redelijk goed in te schatten; dan
laat ik de bewoner rustig liggen; verzorg ik zijn mond haal een kam dor
de haren; leg zijn lichaam in de gewenste houding. Mens zijn voor de bewoner
en menselijk in je vak daar ben ik op dat moment voornamelijk voor.
Mocht de bewoner drinken
willen dan help ik daarbij; mocht de bewoner geen drinken willen dan weet
ik dat ik de bewoner kan helpen door de mond en de tong nat te maken om
in ieder geval een "uitgedroogde mond" te voorkomen.
Ook zal ik in de avonddienst
op pijn letten op bijgeluiden letten.
Mocht ik pijn observeren;
mocht ik bijgeluiden observeren; dan zal ik mijn leidinggevende op de hoogte
stellen en zal ik volgens voorschrift (arts) handelen.
Het toedienen van extra
pijnmedicatie gebeurd altijd per order avondhoofd en arts.
Omtrent zelf toedienen van
medicatie kan ik vermelden dat ik dit niet mag; alles gebeurd onder verantwoording
van en per order arts.
Voor ik naar huis gaat zal
ik altijd langslopen met mijn collega van de nachtdienst om de familie
en ook de bewoner gedag te zeggen en de zorg goed over te dragen aan mijn
collega van de nacht.
Ook zorg ik ervor dat mijn
collega goed op de hoogte is omtrend de huidige stand van verzorging en
hoe de verzorging is gegaan in de avondienst. Dit om goed in te spelen
op de zorg aan en om de palliatieve bewoner.
Mijn
zorg aan de palliatieve bewoner in een nachtdienst
Als eerste lees ik als nachtdienst
het zorgdocier van de bewoner en stel eventuele vragen aan mijn collega
van de avonddienst. Ook loop ik met mijn collega van de avondienst naar
de bewoner en stel me voor aan de aanwezige familie en vertel dat ik de
gehele nacht aanwezig ben en hoe ze mij snel kunnen bereiken.
Ook leg ik de bewoner in
een confortabele houding, verzorg eventueel de mond of geef de bewoner
eventueel te drinken. Ook kijk ik naar de wisselliggingslijst en kijk ik
wanneer ik de bewoner moet draaien. Ook hier geld kijkend naar de laaste
fase van het leven dat confort voorop staat. Draaien van een bewoer doe
ik niet alleen; hiervoor roep ik esgewent een collega of een nachthoofd.
Als ik allen loop te draaien bezorg ik eventeel pijn en dat wil ik voorkomen.
Regelmatig loop ik bij de
bewener naar binnen en kijk ik of ik iets voor de bewoner kan betekenen.
Ook let ik op houding, ademhaling en eventuele bijgeluiden. Doordat ik
als nachtdienst regelmatig op de kamer ben van de paliatieve bewoner
heb ik een goed beeld van de bewoner en ook een kijk op eventuele veranderingen
van de bewoner. Ik verzorg de mond als de bewoner wakker is maar mocht
een bewoner liggen slapen dan ga ik de bewoner hiervoor niet extra voor
wakker maken.
Ook geef ik eventuele medicatie
volgens afspraak en volgens voorschrift. Voor de rest zal ik inspelen op
dingen die ik waarneem en zorg voor een goede rapportage voor mijn collega's
van de dagdienst.
Mijn
zorg aan de palliatieve bewoner op een dagdienst
Als dagdienst lees ik het
zorgdocier van de bewoner en ga ik met mijn collega van de nachtdienst
langs de bewoner en de familie. Ik vertel wie er aanwezig is en wie ze
het beste kunnen benaderen bij vragen en hoe ik te bereiken ben.
Ik houd rekening met een
wisselliggingslijst en verzorg de bewoner volgens deze lijst met twee personen.
Ook geef ik medicatie volgens
voorschrift en let goed op de bewoner om goed in te spelen op bijvoorbeeld
pijn benauwdheid en andere dingen.
De voedingsassistent let
goed op eventuele vochttoedieningn en mocht een bewoner niet meer drinken
dan verzorg ik de mond.
De zorg aan de pallatieve
bewoner doe ik met twee personen.
Een persoon wast de bewoner;
een collega doet de bewoner afdrogen. Ook doe ik samen de kleding verwissellen
en doe ik de wondverzorging en het verschonen van het evenuele incontinentie
verband.
Ook smeer ik kwetsbare plekken
zoals oren, billen, ellebogen en hielen in met vaseline om een goede doorbloeding
van de huid te bevorderen.
Ik let op pijn en ongenoegen
bij de bewoner en zal ik dit goed rapporteren in het zorgdocier.
Als je kijk naar de laaste
fase van het leven dan kan ik ervoor kiezen om alleen de schaamstreek en
het gelaat van de bewoner te verzorgend teneinde de bewoner niet onnodig
pijn te doen.
Wat wel altijd gebeurd is
dat ik bij de bewoner de haren verzorg, een lekker luchtje opdoet en de
baard verzorg. Ook verzorg ik altijd het bovenlaken.
Kijk je naar de laaste fase
van het leven dan kan worden overgaan op het niet verzorgen van wonden
maar dan word er overgegaan op andere middelen zoals duoderm en dergelijke
omdat in de laaste fase van het leven de zorg erop gericht is niet op herstel
maar om confort. Wondverzorging heeft in de laaste fase van het leven minder
zin als hier extra pijn mee word bezorgd en daarom kan ervoor gekozen worden
wondverzoring te vervangen door middellen die langer op de huid kunnen
blijven zitten zonder dat dit snelle achteruitgang van de huid veroorzaakt.
Ook zal ik met de vepleeghuisarts
langs bewoner gaan om samen met de verpleeghuisarts in te spelen op veranderingen
bij de bewoner en de zorg eventueel aan te passen.
Vervolgens zal ik volgens
voorschrift arts handelen.
Wel is zo doordat je ruime
ervaring heb in de zorg aan de pallaitieve bewoner dat je goed in kunt
spelen op veranderingen en weet ik als ziekenverzogende wel hoe ik het
laaste stukje van het leven kan "veraangenamen" en menswaardig te laten
zijn.
Ook telt hier dat het per
bewoner afhankelijk.
Ik rapporteer in het zorgdocier
en draag goed over aan mijn collega van de avondienst.
Aan het einde van mijn dienst
loop ik met mijn collega langs bewoner en familie.
Mijn
zorg aan de relaties van de palliatieve bewoner tijdens een dagdienst in
een avonddienst en in de nachtdienst.
Communicatie met de familie
van de palliatieve bewoner is zeer belangrijk, de gehele dag door, vierentwindig
uur lang.
Ik sta altijd open voor
vragen en zal altijd vermelden hoe de zorg is verlopen aan de bewoner.
Ook zorg ik voor koffie thee en eventueel eten als de famile aanwezig blijft.
Mocht de familie waken dan
zorg is ervoor dat de mogelijkheid er is om een extra bed te plaatsen zodat
men kan afwissellen.
Het belangrijkste is dat
ik mens bent en blijft voor de familie. Mens in de betekenis dat je altijd
in speelt op vragen en altijd tijd maakt voor vragen te beantwoorden en
hoe moeilijk deze situatie ook is voor de famile, ervoor zorgen dat ze
op jouw als zorgverlenen altijd kunnen bouwen en kunnen vertrouwen. Op
jouw als zorgverlener maar ook als persoon
Gewetensbezwaren
van de verzorgende
In de verpleeghuiszorg werk
je allemaal met deskundige mensen. Mensen met nadruk. Ook bij de verzorging
van de palliatieve bewoner kan het weten dat je moeite heb met het uit
te voeren beleid. Hiermee bedoel ik dat je het als zorgverlener zoveel
gewetens bezwaren heb dat je een bepaalde zorg niet kan en wil leveren.
Natuurlijk handel je uit
proffecionaliteit en natuurlijk; heel zakelijk; is het je werk
Het kan niet zo wezen dat
je las zorgverlener iets doet dat niet strookt met je geweten iets uitvoert
ondanks dat je opdracht heb gekregen een bepaald beleid uit te voeren.
Een beleid zeker ook in
de palliatieve zorg in het verpleeghuis word vastgesteld door:
Bewoner
Verpleeghuisarts
Familie en ook verzorging
Er word altijd gehandeld
volgens de wens van de bewoner en met de kennis van de deskundige
verpleeghuisarts.
Aan het gene wat deze aangeven
en waaruit ook gehandeld word daar mag en kan ik als ziekenverzorgende
niets op tegen hebben.
Toch als ik moet handellen
volgens geldend beleid of als collega's handelen volgens afgesproken beleid
kan je hier moeite mee hebben.
Als een ziekenverzorgende
of een collega hier moeite mee heb dan zal dit altijd kenbaar gemaakt moeten
worden met leidinggevende en mocht je als verzorger echt bepaalde handelingen
niet willen doen uit geweten dan zal een collega deze moeilijke zorg verlenen
die hier minder moeite mee heeft..
Natuurlijk handel je volgens
afspraak en per order maar het mag nooit niet zo wezen dat het gene wat
jouw opgedragen word jou ernstig met je geloof en of geweten in aanvaring
brengt en dat je dit kan en wil.
Zorg word dus altijd uitgevoerd
volgens wens van de bewoner afspraak en afgesproken beleid en als het een
verzorger gewetensbezwaar oplevert da hij danwel zij een handeling niet
wil doen dan zal deze altijd worden uitgevoerd door een zorgverlener die
hier minder moeite mee heeft.
Mocht ik een bepaalde handeling
doen waarbij ik toch denk dat hier moeite mee heb; denk hierbij aan bepaalde
medicatie toedienen per order arts en wens van bewoner dan zal ik als ziekenverzorgende
meestal geruststelling vinden met eer en geweten dat ik handel volgens
bovenstaande dingen, per order verpleeghuis arts en volgens wens van de
bewoner.
De
rol van het afdelingshoofd bij de palliatieve zorg in het verpleeghuis.
Het afdelingshoofd is eindverantwoordelijk
voor de zorg op een verpleeghuisafdeling. Haar taak ik voornamelijk de
zorg rondom de bewoner te coordineren. Het afdelingshoofd ook het
aanspreekpunt bij contacten met andere disciplines.
Doordat een afdelingshoofd
d e zorg rondom de bewoner coördineert zal het afdelingshoofd ook
veelal het aanspreekpunt wezen voor familie. dit komt omdat bij gesprekken
met bijvoorbeeld familie en verpleeghuisarts het afdelingshoofd veelel
bij deze gesprekken aanwezig is.
Het afdelingshoofd is ook
de gene die verantwoording aflegt ten opzichte van het handelen en uitvoeren
van de zorg aan de bewoner.
Als de toestand rondom de
palliatieve bewoner snel achteruitgaat en verslechterd is het afdelingshoofd
(bij afwezigheid avond/nacht of weekendhoofd) degene die de familie benaderd.
De
rol van de verpleeghuisarts
De verpleeghuisarts is eindverantwoordelijk
omtrend de zorg aan de palliatieve bewoner.
Mochten er echter "medische
fouten" gemaakt zijn door een uitvoerend verzorger dan is de verzorger
hiervoor verantwoordelijk. De verzorger weet wat deze mag dien en wat niet
Gebeuren hier dingen of handeld de verzorger in handelingen die eigenlijk
niet mogen volgens diploma dat valt dit onder veranwoording van de
verzorgende en niet onder verantwoording van de verpleeghuiarts.
Ook is de verpleeghuisarts
degene die samen met de bewoner en familie afspraken maakt omtrend handelen
en het beleid wat gevoerd gaat worden.
Ook is de verpleeghuisarts
degene die de opdracht geeft tot het toedienen van medicatie of het veranderen
van medicatie.
De verpleeghuisarts zal
regelmatig bij de palliatieve bewoner langsgaan en indien de bewoner nog
dingen aan kan geven bespreken hoe te handelen en wat er aan de hand is.
De verpleeghuisarts heeft
ook een eigen docier; het medisch docier.
Dit is anders dan het zorgdocier
omdat in het zorgdocier alle diciplines schrijven en in het medisch docier
het voornamelijk gaat omtrend de medische dingen omtrend de bewoner.
De verpleeghuisarts is degene
die inspeelt opvragen van bewoner; familie en verzorgende omtrend de zorg
aan de bewoner.
Handelingen gebeuren volgens
opdracht en per order de verpleeghuisarts
De
rol van de geestelijk verzorger bij de palliatieve bewoner in het verpleeghuis.
De rol van de geestelijk
verzorger bij de palliatieve zorg is van enorm groot belang.
Veelal heeft de geestelijk
verzorger in de voorgaande tijd goed contact met alle bewoners. Dit omdat
juist een geestelijk verzorger een vertrouwensband heeft met de bewoners.
Uit ervaring weet ik dat juist de geestelijk verzorger goed op de hoogte
is van eventuele angsten voor de dood.
Juist omdat er zo'n vertrouwensband
is en zeker in de laatste plaats niet dat een geestelijk verzorger kan
bijdragen voor een goede begeleiding voor de bewoner in de laatste levensfase
is de rol van de geestelijk verzorger erg groot.
Een bewoner hoeft niet gelovig
te zijn om met de pastorale zorg in contact te komen. Veelal is de pastorale
zorg in het verpleeghuis de vertrouwenspersoon van het huis. Een pastorale
zorg kijkt niet naar de achtergrond van de bewoner en ook niet naar afwijkende
geloven dan haar.
Ze staat open voor zowel
katholiek christelijk geloof en meer. Mocht de palliatieve bewoner een
eigen pastoor of een iemand van haar of hem geloof willen hebben dan zal
dit geregeld worden.
Als de geestelijk verzorger
bij de bewoner komt vraagt zij wat de bewoner wil. Wil de bewoner bidden
wil de bewoner praten over angsten; bijvoorbeeld voor de dood. Of wil de
bewoner gewoon een praatje maken met haar. Als de bewoner de bewoner aar
geestelijke muziek wil luisteren zorg de pastorale zorg daarvoor.
Echter het belangrijkste
is mens te zijn; open staan voor de palliatieve bewoner en het helpen.
Helpen bij levensvragen en voor rust.
De pastorale zorg. Zorg
die onmisbaar is.
De
rol van de voedingsassistent bij de verzorging van de palliatieve bewoner.
De voedingsassistent is
de persoon die bij de verzorging van de palliatieve bewoner op de verpleeghuisafdeling
voorziet van eten en drinken.
Zij is niet alleen daar
voor verantwoordelijk; want een ieder van de verzorging zal de voedingassistent
bijstaan (als de zorg op de afdeling dat toestaat) bij het helpen van mensen
bij het eten en drinken.
Ze bied hulp bij het drinken
aan en geeft ondersteuning daar waar dat nodig is bij de bewoner. Ook houd
zij een vochtlijst bij waarop ze exact vermeld wat de bewoner eet en drinkt.
Door deze informatie te verzamelen is er een goed overzicht van de
voeding en vochtopname bij de bewoner.
problemen met het eten en
drinken gaan via haar naar de instellingskeuken en de dietiste toe.
Als voorbeeld dat een bewoner
moeite heeft met
eten omdat deze bewoner
niet meer kan kauwen of hier moeite mee heeft.
Dan kan ze via de diëtiste
en instellingskok zorgen voor gemalen eten.
Bijzonderheden doet ze rapporteren
in het zorgdocier onder vermelding voedingsassistent zodat een ieder die
deze informatie zoekt deze vind; bijvoorbeeld de verpleeghuisarts.
De
rol van de fysiotherapeut bij de verzorging van de palliatieve bewoner
Een bewoner kan als gevolg
van langdurig liggen op bed last krijgen van doorligplekken en druk plekken.
Palliatieve zorg kan immers dagen; weken danwel maanden duren Als ik zal
ziekenverzorgende dit constateert dan vermeld ik dit in het zorgdocier.
Een fysiotherapeut leest
deze informatie ook en zal langsgaan bij de bewoner. Door met zijn deskundigheid
te handelen kan hij oplossingen en ook aanpassingen verzinnen en toepassen
om bijvoorbeeld het ligconfort te verbeteren danwel de bewoner een
zodanige hulpaanpassing in bed te geven dat pijn en mogelijke drukplekken
voorkomen kunnen worden.
Pijnbestrijding.
Vooroordeel: Morfine.
Het kan wezen dat een bewoner
door zijn lichamelijke toestand, denk hierbij aan wonden maar ook door
ziektes bijvoorbeeld kanker te maken krijgt met pijn in de laatste levens
fase.
Pijnbestrijding in het verpleeghuis
is een belangrijk onderdeel van de palliatieve zorg. Pijnbestrijding is
een stappenplan wat ten aller tijden met:
Bewoner
Verpleging
Verpleeghuisarts
Relaties word doorgenomen.
Centraal staat wat wil,de
bewoner en ook wat wil de bewoner niet.
Pijnbestrijding begint met
paracetamol en als dit niet werkt heeft men een groot aantal middellen
om de pijn tegen te gaan en het hoeft niet met morfine of andere opiaten
te eindigen.
Pijnbestrijding word met
de bewoner doorgesproken op een moment dat een bewoner nog keuzes kan maken
over wat hij wel dan niet wil.
Pijnbestrijding is iets
wat in goed overleg met alle partijen word doorgesproken met de bewoner
en de wil van de bewoner als uitgangspunt.
Het toedienen van opiaten
gebeurd volgens duidelijke afspraken en niemand mag iets toedienen zonder
goedkeuring van en arts.
Met morfine geef je geen
hoeveelheid dat dit de dood tot gevolg heeft.
Morfine kan zorgen dat een
bewoner die aan het vechten is tegen de dood en dit zelf niet wil rust
krijg en dat zoals de bewoner dit zelf wil rust krijg
Morfine zorgt voor een normale
rustige ademhaling en zeker voor bewoners en ook relaties van de bewoner
willen nooit dat een naaste het benauwd heeft tijdens de laatste levensfase.
Als verzorging voer je een
beleid uit vastgesteld door bewoner relaties van de bewoner en verpleeghuisarts.
Wilsverklaring.
Als een bewoner nog keuzes
kan maken is er altijd een gesprek met de bewoner en de verpleeghuisarts
en de relaties van de bewoner. Uitgangspunt is wat de bewoner wil als hem
of haar iets overkomt en zij of hij geen keuzes kan maken.
Wil de bewoner worden ingestuurd
naar een ziekenhuis, waar met met hun specifieke kennis de aandoening bestrijd
Wil men sondevoeding
Wil men gereanimeerd worden.
Hele moeilijke keuzes maar
zeer essentiele keuzes die hoe moeilijk ze ook zijn bekend moeten zijn.
Dit omdat men nooit niet
wil dat men keukens maakt die de bewoner niet wil of niet wou. Zaak
is ook voor de zorg van de bewoner dit bij noodgevallen bij de hand te
hebben zodat men weet wat te doen en zeker ook wat de bewoner wel dan niet
wou.
Een wils verklaring in het
verpleeghuis word bijgesteld en zal regelmatig worden geevalueerd.
Het gaat er niet om wat
de verpleging wil, niet om wat de naaste wil maar om wat de bewoner wil.
Het
wensmenu.
Het wens menu word toegepast
in het verpleeghuis bij mensen die problemen hebben met het eten of dusdanig
weinig voedingsstoffen voldoende te laten eten
Ook in de palliatieve zorg
of de periode die voorgaat aan deze periode is word het menu aangepast
en gaat de bewoner over van het normale keuze menu naar het wensmenu. Het
grote voordeel van het wensmenu is dat de bewoner een keuze maakt wat hij
echt die dag of de volgende dag wil eten. Doordat hij of zij buiten het
normale menu kiest zullen er vaker dingen opstaan de afwijkend zijn ten
opzichte van de mede bewoners.
Doel is dat door de keuze
ie is gemaakt via het wensmenu de bewoner (voldoende) voedingsstoffen binnenkrijgt
en of eet wat hij echt lekker vind en dus waarschijnlijk beter zal eten
dan als hij gekozen zou hebben in het keuzemenu.
Voeding.
Bij de zorg van de palliatieve
bewoner is een aantal stappen te onderscheiden
Van het zelf kunnen eten
tot het niet meer eten.
Samenwerking met ander disciplines
is van groot belang zeker met ook een dietiste die veranderingen in het
eten door kan geven en ook aanpassingen aan kan geven aan keuken.
Een bewoner zal in het begin
zelf voedsel tot zich kunnen nemen maar naar mate men naar de laatste levensfase
gaat zal de bewoner minder gaan eten.
Hetzij doordat een bewoner
dit wil hetzij omdat het stervens proces en daar mogen wij als gezonde
mensen geen invloed op hebben een aantal fases doormaakt.
Als een bewoner minder gaat
eten kan men gaan kijken naar oorzaken.
Is het eten te grof heeft
een bewoner moeite met slikken of heeft een bewoner niet de mogelijkheid
het eten tot zich te nemen.
Gaat het kauwen moeilijker
dan kan men overgaan op het malen van eten. Dit omdat de bewoner dan het
eten niet hoeft te kauwen en toch eten tot zich kan nemen.
Gaat dit niet en de bewoner
kan zelf eten dan kan men uiteraard ook op fijn gemalen overgaan.
Zaak als verzorger is zeker
ook met eetproblemen hier altijd snel melding van te maken en dit zeker
ook met leidinggevende en arts bespreekbaar te maken zodat er via de wegen
in het verpleeghuis actie op kan worden ondernomen.
Gaat het eten niet of met
moeite dan zal er altijd iemand gaan helpen met eten zodat de bewoner als
zij dit wil nog kan eten.
de bewoner staat centraal
en de wens van de bewoner in het somatische verpleeghuis staat voor al,
wat ook mijn interne gevoelens zijn.
Ik weet dat een bewoner
moet eten om te leven.
Ik weet ook dat een bewoner
als hij niet eet in zekere mate verzwakt gaat worden.
Hoewel ik dit weet mag ik
nooit iemand dwingen om te eten. Het enige wat ik kan doen is iemand stimuleren
om te eten en daarbij altijd ondersteuning en ook hulp te geven. Wil een
bewoner niet eten dan zal ik dit moeten respecteren. Als een bewoner niet
wil eten dan zal dit worden aangegeven aan de leiding op de verpleeghuisafdeling
en er zal ook worden gerapporteerd.
Waarom?
Als het vermeld staat kan
er actie worden ondernomen en men kan het eten aanpassen
Als het vermeld staat staat
ook welke acties zijn ondernomen.
Als het vermeld staat zal
dit zijn doorgesproken, veelal mondeling met de relaties van de bewoner.
Als het vermeld staat kan
ik als verzorgende en ook mijn collega's aantonen dat van onze zijde dingen
zijn geobserveerd en dat men het in ieder geval heeft geprobeerd.
De wil van de bewoner staat
centraal en mocht een bewoner echt niet meer willen eten omdat zij het
niet wil of omdat het lichaam op is dan gaat met over en handelen volgens
de wil van de bewoners zoals vooraf is vastgesteld.
Het kan wezen dat men kiest
voor sondevoeding het kan wezen dat men dit niet doet.
Alleen de bewoner heeft
deze keuze en de keuze van de bewoner zal worden gerespecteerd.
Vocht.
Een ieder moet ongeveer
anderhalve liter vocht per dag tot zich nemen. Ook de bewoners in het verpleeghuis
hebben dit nodig.
Enige dagen zonder eten
kan men maar enige dagen zonder vocht is een groot probleem.
Als een bewoner zelf kan
drinken dan kan hij of zij gewoon kiezen wat hij of zij wil. Gaat het drinken
moeilijker dan kan men kiezen voor aangepast materiaal om te drinken,.
denk hierbij aan een tuitbeker zodat de bewoner toch vocht tot zich toe
kan nemen. Ook kan men als men moeite heeft met slikken het drinken in
gaan dikken zodat de bewoner in ieder geval vocht tot zich kan innemen.
Gaat het niet of heeft een bewoner moeite met drinken in het verpleeghuis
dan zal ten aller tijde hulp worden geboden.
Op een verpleeghuisafdeling
is een fantastisch iemand; de voedingassistent die zich op een zeer goede
manier bezig houd met vocht en voeding. Ook het verzorgende personeel levert
een belangrijke bijdrage bij het opnemen van vocht bij de bewoner.
Gaat een bewoner minder
drinken dan zal hier schriftelijk over worden gerapporteerd en dan zal
zeker zeer snel met deze geobserveerde problemen worden omgegaan.
Vocht heet een ieder immers
nodig
Het eerste wat men automatisch
doet is het aanleggen van een vochtballans. Dit om inzage te krijgen in
wat een bewoner per 24 uur tot zich neemt. Dit word automatisch gedaan
en ook gehandhaafd. Valt het op dat een bewoner gedurende langere periode
te weinig drinkt dan kan men hier actie op nemen.
In de palliatieve zorg in
het verpleeghuis zal op vallen dat naarmate de bewoner naar de laatste
levensfase toegaat met minder gaat drinken. Men kan hulp bieden en men
gaat veelal werken met een soort powerdrinks, een mengel van vocht en ook
voeding om in ieder geval de benodigde hoeveelheid vocht en voedingsmiddelen
binnen te krijgen.
De bewoner zal ten aller
tijde hulp krijgen bij het drinken en het mag nooit zo wezen dat om welke
oorzaak dan ook drinken blijft staan omdat er geen "tijd" is.
-
Vooropgesteld dat de wil van de bewoner ten allertijden gerespecteerd
dient te worden mag ik wel stimuleren tot drinken maar ik mag nooit niet
iemand dwingen tot drinken.
Ik weet heel goed dat als
een bewoner langere tijd niet drinkt dit een gevaarlijke situatie op kan
leveren.
Zaak is dan ook volgens
afspraken te handelen wat we gaan doen en die vooraf door de bewoner is
bepaald. Zaak is wel bij verslechterd eten en drinken altijd de familie
op de hoogte te stellen om communicatie stoornissen en zeker ook onduidelijkheden
te voorkomen.
Drinkt een bewoner niet
meer en krijgt een bewoner ondanks alle hulp niet zijn vocht binnen dan
zal volgens de wil van de bewoner gehandeld gaan worden.
Het kan dat men kiest voor
vocht toedingen via een andere manier; het kan wezen dat men kiest voor
een abstinerend beleid, een aanbiedend beleid.
Aanbieden helpen ondersteunen
maar wel respecteren wat de bewoner wil.
Decubitus
Decubitus in de volksmond
ook wel doorliggen genoemd.
Bij de zorg in het verpleeghuis
aan de palliatieve bewoner is men adequaat in de bestrijding van doorliggen.
Als de bewoner voor langere tijd op bed lig word er altijd al gebruik gemaakt
van smeren van zalven op kwetsbare plaatsen waar decubitus kan ontstaan.
Denk hierbij vooral aan billen, hielen, oren en de rug.
Doordat je in een vroeg
stadium begint te smeer, dit helpt de doorbloeding immers, kan je een hoop
leed voorkomen. Dreigen er toch drukplekken te ontstaan en de bewoner verblijft
langer op bed dan gaat men over op het gebruik van een anti decubitus matras.
Dit heb je in verschillende vormen.. Je heb ze van schuimrubber maar ook
luchtbedden. Door bij de bewoner deze matrassen toe te passen kan
een hoop leed voorkomen worden. Ook het geven van wisselligging bied
een oplossing, daar waar je om de twee a drie uur de bewoner in een andere
houding plaatst.
Het kan bijvoorbeeld wezen
dat de bewoner een bepaalde houding niet prettig vind en dan houd men twee
zijden over. Het gevaar wat altijd aanwezig is is dat ondanks alles toch
decubitus voor kan komen.
Een bewoner die veel op
bed ligt en dat is zeker bij de palliatieve bewoner het geval kan als gevolg
van het verminderd eten drinken en het op bed liggen last krijgen van kleine
steeds groter wordende wonden. zaak is van de verzorger hier snel op te
reageren. Via de verpleeghuisarts die zeker beide palliatieve bewoner regelmatig
langs komt word een eventuele goede wondbehandeling afgesproken. Zeker
als je kijkt naar de laatste fases van het leven zal deze niet gericht
zijn op herstel van de wonden maar zeker op achteruitgang te voorkomen
en of te beperken.
Een groot nadelig effect
is van doorliggen is de pijn die de bewoner heeft maar daar word goed in
het verpleeghuis mee om gegaan.
Het
contact met de famille bij achteruitgang van hun naaste
Als de toestand van de bewoner
achteruit gaat; en dit gaat stapje bij beetje dan zullen er regelmatig
gesprekken plaatsvinden met bewoner vepleeghuisarts verzorging en ook familie.
Bij dit contact bedoel ik
met nadruk de directe naaste; bijvoorbeeld man/vrouw of kinderen.
Ook kan de familie altijd
terecht met vragen en mocht de gene die het antwoord niet weten dan zal
er altijd voor een oplossing gezocht worden om de familie te helpen.
Ook kan de familie altijd
24 uur per dag met de afdeling bellen omdat verpleeghuiszorg een continu
zorg is.
Wat wel belangrijk is dat
bij gesprekken met de familie en verzorging altijd de bewoner die verzorgd
word centraal staat. Het gaat altijd om wat het beste is voor de bewoner
die verzorgd word en klikt misschien raar minder om de familie.
Mocht er bij de zorg wat
veranderd zijn (lichamelijk) dan word er contact opgenomen met de zaakwaarnemer.
Dit omdat er verwacht word
dat de zaakwaarnemer dingen vermeld dat deze via zijn eigen netwerk de
informatie doorspeelt.
Als afdeling word niet de
gehele familie opgebeld. Ten eerste word er verwacht dat de contact persoon
dit doet( Bij afwezigheid van de eerste contactpersoon heb je altijd als
afdeling het telefoonnummer om de tweede of de derde contactpersoon te
bellen).
Ook zal er als afdeling
zorgvuldig worden omgegaan met onderliggende (familie problemen). Begrijp
me goed dat ik me als ziekenverzorger niet bezighoud houd met de ruzies
in de familie maar de zorg aan de bewoner.
Deze zorg is intensief en
kost erg veel tijd.
Als ik als zorgverlener
me bezig moet bezighouden met problemen in de familie dan gaat dit ten
koste van directe bewonerszorg, zorg waar alle bewoners op dat moment onder
lijden; en dan kan niet.
Mocht de toestand van de
bewoner echt achteruitgaan dan word dit kenbaar gemaakt.
Doordat de famille op de
hoogte is van (lichamelijke) veranderingen zullen in de voorgesprekken
al signalen naar de familie toe naar buiten zijn gekomen wat de prognose
is. Niet van tijd van leven; maar wat er in het lichaam gaande is.
Familie is op de hoogte
wat e lichamelijk aan het veranderen is en wat er er nu mee gedaan word.
Voorbeeld.
Een bewoner heeft na een
beroerte waarvoor deze is opgenomen een TIA of een CVA gehad.
Er zal contact worden opgenomen
worden met familie en dit zal worden vermeld.
Ook zal famille op e hoogte
worden gesteld wat dit is; wat de huidige toestand is; wat er gedaan word
en/of het wenselijk is dat de familie direct komt.
De keuze om te komen hangt
af van de familie; het is alleen een advies.
Ook heeft de famille door
contact met verpleging en vepleeghuisarts een beeld wat er gaande is en
veelal heeft de famille vele vragen gesteld dat zij zich ook een goed beeld
hebben gevormd wat de huidige toestand is en mocht bijvoorbeeld een TIA
hebben plaatsgevonden wat het gevolg hiervan is.
Komen ze niet en besluiten
later te konen dan zal al dan niet een advies aan de familie worden gegeven.
Als professioneel zorgverlener
heb je een beeld wat iets is en zeker ook bijvoorbeeld bij een TIA weet
je wat het is en (ook al heb je geen oordeel over tijd van leven) weet
je dat het gevolg hiervan is of de familie bijvoorbeeld s'middags langs
kan komen of dat het gewenst is dat de familie geadviseerd word direct
te komen.
De keuze van het wel dan
niet direct bellen is een keuze die word gemaakt in overleg met leidinggevende
(en eventueel verpleeghuisarts). Veelal verzorgd een leidinggevende ook
voor het contact opnemen met de familie.
Al naar gelang de wens van de bewoner en de toestand van zijn huidige toetans kan besloten worden of zijn de bewoner op een rustieg kamer te verzorgern; familie word hiervan op de hoogte gesteld.
Zorg
aan de palliatieve bewoner en zijn naaste relaties; alles kan niets hoeft.
Mocht de tetstand van de
bewoner zodanig wezen dat aan de familie geadviseerd word bij de bewoner
te blijven dan zullen vanuit de zorgafdeling diverse mogenlijkheden geschapen
worden om dit goed en netjes te laten verlopen.
Stel dat de familie wil
blijven waken dan is het mogenlijk om op de slaapkamer eventueel een extra
bed te plaatsen daar waar het voor de familie ook een intensive (emotionele)
periode is.
Er word gezorgd voor privacy;
er word eventueel een bedgordijn geplaats om toch meer als familie bij
elkaar te zijn.
Vanuit de afdeling
word er gezorgd voor voldoende koffie en thee en ook met eten zijn er indien
gewenst diverse mogenlijkheden.
Veeal is het mogenlijk om
via de instellingskeuken extra maaltijden te bestellen of brood voor degene
die waken. Als verpleeghuisafdeling is het echter onmogenlijk om voor een
grote groep mensen te zorgen; omdat buiten de zorg aan de bewoner (onze
primare hoofdzaak) de zorg aan alle andere bewonerrs ook alle aandacht
verdient.
Als zorginstelling is het
onmogenlijk een deel van je krappe dagbezetting in te zetten voor de fanmilie.
Onze hoofdzaak blijft de zorg. Wel is het mogenijk altijd de verzorging
aan te schieten bij vragen.
Ook zal de verzorging de
familie regelmatig bezoeken en zien.
Bij de directe bewonerszorg
word soms gevraagd de kamer te verlaten; maar veelal gaat de familie uit
zichzelf even naar buiten om ons als verzorging ook het gene te laten uitvoeren
wat van ons verwacht word.
Na de verzorging zal altjd
even worden kortgesloten hoe het is gegaan en of er bijzonderheden waren
of zijn.
Mocht een bewoner overlijden
dan kan de familie altijd indien gewenst geheel of gedeeltelijk hierbij
anwezig zijn bij het verlenen van de laatste zorg.
Autmatisch condoleer je
de familie en bij het verlaten zeg je de familie gedag en wens je ze veel
sterkte.
De familie zal je waarschijnlijk
nog driemaal zien.
Bij de begrafenis; de herdenkinsdienst
en de evaluatie van zorg.
Een arts
Mag alleen een overlijden
van een bewoner vaststellen. Ik als ziekenverzorgende mag dingen wel observeren;
dat een bewoner niet ademt bijvoorbeeld maar mag het niet vaststellen hoewel
ik weet dat de bewoner is overleden. De arts alleen mag iemand dood
verklaren.
Een leidinggevende word
geroepen om verschillende redenen
De zorg voor de relaties
van de bewoner
De arts te begeleiden naar
de bewoner
De zaakwaarnemer als deze
er niet is of niet aanwezig is word opgebeld. Tenzij dit nadrukkelijk is
vermeld en ook kenbaar is gemaakt zal deze niet bijvoorbeeld in de nacht
worden opgebeld.
In principe zal bij het
overlijden van een bewoner direct contact worden opgenomen met de familie.
Een keuze dat een de zaakwaarnemer
direct niet komt kan wezen bijvoorbeeld reisafstand of andere redenen bijvoorbeeld
dat de zaakwaarnemer een rechtspersoon is; bijvoorbeeld een notaris.
De medebewoners.
Als een mede bewoner overlijd
zal dit worden aangegeven aan de medebewoners waarmee de overleden bewoner
contact mee had. Dit gebeurd uiterst zorgvuldig en de mede bewoners zullen
even apart gevraagd worden en dan zal het overlijden door de ziekenverzorgende
aan hen worden vermeld.
Veelal geeft dit emotionele
reacties wat logisch is en als zorgverlener maak je altijd tijd voor deze
mensen om ze op te vangen. Ook zorg je ervoor dat er voldoende privacy
is op het moment dat het jet verteld aan de bewoner denk hierbij aan een
rustige omgeving op de slaapkamer op op het kantoor.
Je bied als ziekenverzorgende
de mogelijkheid aan de directe mede bewoners te laten kijken bij hun tafelgenoot
of hun naaste waarmee ze vaak lange tijd hebben samengewoond.
Ook hierbij is er ondersteuning
van de verzorging, het zijn immers ook maar gewone mensen die hier niet
voor gekozen hebben.
Ook zorg je ervoor dat je
altijd klaar staat voor de bewoners en ook geef ik als ziekenverzorgende
aan mijn collega's van de volgend dienst door; met name de nachtdienst
dat ik met bewoners gesproken heb en dat zij eventueel ook bij de
overleden bewoner zijn geweest.
Dit om emoties samen
te delen. Juist op deze ook moeilijke momenten voor de medebewoner is een
arm en een luisterend oor enorm belangrijk.
De directe collega's
Een overlijden van een bewoner
heeft zijn invloed op de directe bewonerszorg op de verpleeghuisafdeling.
Vaak omdat er op de verpleeghuisafdeling
druk is omdat het hoe raar het ook klinkt er tijdelijk handen verdwijnen
van het bed.
Zaak is dat de zorg altijd
door moet gaan en de kwaliteit van zorg behouden moet blijven ook op dit
moment. Een goede organisatie van zorg is juist dan noodzakelijk op de
verpleeghuisafdeling. Vaak word even "kortgesloten " wie wat gaat doen
omtrent zorg
Een ieder die op de afdeling
werk zal, zeker ook langs familie lopen om te condoleren omdat je juist
ook met bewoner maar zeker niet in de minste plaats met familie een (goede)
band heb opgebouwd in de periode dat de bewoner op de verpleeghuisafdeling
lag.
Ook word er als de bewoner
zijn laatste zorg heb gehad de mogelijkheid geboden aan wie dat wil bij
de overleden bewoner die met liefde is verzorgd te kijken en zo op zijn
eigen manier persoonlijk afscheid te nemen.
De
zorg voor het lichaam van de overleden bewoner.
Als een bewoner is overleden
en de arts heeft officieel verklaard dat de bewoner is overleden dan zal
in het verpleeghuis zorg worden gedragen voor de bewoner.
Er zijn in het verschillende
dingen die men tegenkomt al naar gelang de zorginstelling.
Het kan zijn dat de bewoner
de laatste zorg krijg door de begrafenis ondernemer, die dan de bewoner
aflegt en de laatste zorg verleent.
Ook kan de verzorging zorg
dragen voor de verzorging van de overleden bewoner.
Als een bewoner is overleden
en de verzorging draagt zorg voor het overleden lichaam dan handelt men
volgens een protocol waarin omschreven staat wat er gedaan moet worden
en waarin omschreven staat hoe de zorg optimaal geleverd moet worden. Ook
zal het afleggen alleen door een bevoegd iemand gedaan worden; meestal
een gediplomeerde verzorgende en eventueel een ander persoon een leerling
of een helpende.
De gediplomeerde persoon
is verantwoordelijk voor de goede laatste zorg aan de overleden bewoner
en draagt zorg dat de bewoner netjes en verzorgd word.
Ook een ziekenverzorgende
is maar een mens en je geeft zorg aan mensen die je lang heb verzorgd.
Ook geef je zorg aan iemand die overleden is en dit is ik vertel uit ervaring
best wel anders (ik praat over gevoel en mens in de verzorger).
Je praat met de overleden
bewoner......raar; maar je heb sommige bewoners lang mee gemaakt en met
liefde voor je vak verzorgd. Juist bij de zorg voor de overleden bewoner
houd de verzorging niet op.
Je blijft vooral mens.
De familie mag en kan hierbij
aanwezig zijn als zij hier prijs opstellen en dat zal altijd worden gevraagd.
Het kan wezen dat familie het niet wil het kan wezen dat familie het wel
wil.
Gekozen kan worden dat een
familie lid samen met een gediplomeerde ziekenverzorgende deze laatste
zorg geeft het kan wezen dat familie erbij is als de laatste verzorging
door de verpleging word gegeven.
Juist ook bij palliatieve
zorg in het verpleeghuis is het zo dat er zeer veel kan en mag maar dat
niets hoeft als mensen daar geen prijs opstellen.
De mogelijkheden zijn altijd
aanwezig.
De
medebewoners
Een bewoner in het verpleeghuis
heeft veel contact met zijn tafelgenoten. Sommige bewoners hebben minder
contact dan de anderen maar toch is er automatisch een onderliggende band.
Voor medebewoners is het moeilijk dat een bewoner zieke is en als gevolg
daarvan overlijd.
Zaak van mij is als ziekenverzorgende
de medebewoners altijd te woord te staan en me zeker als mens op te stellen.
Tijd maak je voor een bewoner die zijn tafel genoot is overleden of erg
ziek is. We zijn allemaal mensen en zeker ook de bewoners in het verpleeghuis
hebben het besef dat als iemand niet of langere tijd niet aan tafel komt
dat hij ziek is.
Ook zal ik als ziekenverzorgende
openstaan voor vragen en mits met beperkingen de mede bewoners waarmee
de palliatieve bewoner contact heeft op de hoogte houden.
Ook geef ik de medebewoners
de mogelijkheid om naar de buurman of buurvrouw toe te gaan als deze erg
ziek is.
Dit doet zowel de palliatieve
bewoner als ook de tafelgenote goed.
Mocht een bewoner overlijden
dan is het mogelijk om op de kamer met de tafelgenoten afscheid te nemen.
We zijn allemaal mensen en ook dit hoort er bij en dit gebeurt ook. Een
ieder gaat immers ook afscheid nemen als een naaste overlijd en waarom
zal dit in het verpleeghuis niet gebeuren.
Als er een herdenkingsdienst
is dan zullen de tafelgenoten maar ook medebewoners die dit willen hierbij
berokken worden.
De
begrafenis
Meestal stuurt de familie
naar de verpleeghuisafdeling een kaartje. Dit word altijd door de verzorging
gewaardeerd. Vrijwel altijd staat op het kaartje de plaats van begraven;
tijdstip en dergelijke.
Veelal gaan er een of twee
personeelsleden die de bewoner verzorgd hebben naar de begrafenis toe.
Dit omdat ten eerste dit veelal door de achterblijvende relaties van de
bewoner enorm word gewaardeerd. Ten tweede is het zeker een vorm van respect
voor de overleden bewoner en de relaties van de bewonder om als zorgverlener
bij de begrafenis aanwezig te zijn.
Soms word tijdens de begrafenis
ook stilgestaan door de familie bij de zorg die het verzorgend en verplegend
personeel heeft geleverd bij de zorg van hun naaste.
Het hoeft niet maar het
is; dit klinkt misschien raar; prettig om te horen. Pluimen krijg je weinig,
veren ook weinig; maar dit zijn fijne dingen om te vernemen, dat
je zo enorm je best en menselijk met de naaste van de overleden bewoner
bent omgegaan.
De
herdenkingsdienst.
De herdenkingsdienst word
een maal per half jaar gehouden. Tijdens de herdenkingsdienst worden alle
bewoner van het verpleeghuis herdacht en er word samen met familie van
de bewoners, medebewoners en verzorgers stil gestaan bij het overlijden
van hun naaste en degene die wij als verzorgers hebben verzorgd.
Tijdens de herdenkingsdienst
word gebeden en ook geestelijke uniek gedraaid.
Ook worden tijdens de herdenkingsdienst
alle namen opgenoemd van alle bewoners die tijdens dat half jaar zijn overleden.
De namen van de overleden bewoners worden stuk voor stuk opgenoemd.
Ook worden voor de overleden
bewoners kaarsen aangestoken en het geheel word afgesloten met een gebed.
Het is belangrijk dat er
een herdenkingsdienst is omdat het voor familie veelal de laatste keer
is dat ze terugkomen op de plaats waar hun naaste is overleden. Ook is
er altijd de mogelijkheid om mensen te spreken die direct bij de zorg van
hun naaste betrokken waren en zeker ook de bewoners waarmee de naaste heeft
gewoond te zien.
Een herdenkingsdienst is
op vrijwillige basis te bezoeken maar een ieder die een naaste heeft verloren
in het verpleeghuis word uitgenodigd om te komen.
Evaluatie.
Als verpleeghuis bied men
gespecialiseerde zorg en in mijn ogen is palliatieve zorg een van de moeilijkste
dingen in mijn vak.
Het is moeilijk om mensen
die je zoveel liefde heb gegeven en ook van heb gekregen te verliezen.
Vele bewoners wonen lang op een verpleeghuisafdeling en je hebt hoe raar
het ook is een band met de bewoner. Natuurlijk het is mijn werk en dit
is slechts een onderdeel van mijn werk maar ik ben ook maar een mens.
Als een bewoner is overleden
volgt er na een aantal maanden een evaluatie van de geleverde zorg samen
met verpleeghuis en relaties van de bewoner.
Doel is terug te kijken
op de laatste levensfase van de bewoner en wat er verbeterd kan worden
vanuit het verpleeghuis en wat men ook bij andere bewoners aan kan passen.
Ook word teruggekeken hoe men het ervaren heeft.
Ook naar de positieve dingen
word gekeken veelal, dat valt me persoonlijk op, is men ondanks dat men
moeite heeft omtrent het opnemen van een naaste in het verpleeghuis en
het overlijden positief omtrent de zorg.
Als verpleeghuisafdeling
ben je niet gespecialiseerd in deze zorg maar je doet met z'n allen je
uiterste best om de bewoner zo goed mogelijk te verzorgen en het klinkt
raar maar ondanks drukte (wat niet van toepassing mag wezen bij de palliatieve
zorg; daar maak je gewoon ruim de tijd voor) weet je op een goede menswaardige
manier om te gaan met de palliatieve bewoner en hun relatie.
Algemene opmerkingen vooraf.
De lichamelijke verzorging
van de overleden bewoner wordt in overleg met de naasten vorm gegeven.
Dit houdt in dat de naasten betrokken worden in het gehele proces van de
verzorging. Deze betrokkenheid kan betekenen dat naasten de zorg volledig
overgeven aan de verzorgenden, maar kan ook betekenen dat men persoonlijk
mee wil helpen met de verzorging of de verzorging zelfs totaal wil overnemen.
Alle denkbare varianten zijn in principe mogelijk binnen de mogelijkheden
van het verpleeghuis. Er dient rekening te worden gehouden met cultuurbepaalde
verschillen in rouwverwerking en verzorging van overledenen, waar mogelijk
wordt hieraan tegemoet gekomen. De attitude van de verzorgende is gericht
op ondersteuning van de naasten, belangrijk aspect hierin is communicatie
en informatieverstrekking.
De verzorging wordt minimaal
door 2 personen gedaan.
Voorbereiding/ voorwaarden.
Overleg met naasten en afdeling
inlichten.
Deur sluiten (evt. bordje
'niet storen' of op slot) gordijnen sluiten .
Kleding klaarleggen in overleg
met de familie zo mogelijk de keuze van de bewoner zelf.
Ondergoed
Bovenkleding
Sokken/panty(kousjes)
Eventueel sieraden, bril,
gebit naar wens van bewoner of familie.
Benodigdheden klaarzetten:
1 grote waskom.
1 kleine waskom.
Persoonlijke toiletartikelen
2 washandjes.
3 handdoeken.
2 lakens en 1 kussensloop.
Latex handschoenen (voor
iedere verzorgende/naaste)
Incontinentiemateriaal (grootste
capaciteit).
Benodigdheden nagelverzorging
(protocol 7).
Overschorten (voor iedere
verzorgende/naaste)
Zo nodig verbandmiddelen,
bij voorkeur tegaderm.
Wattenstokjes
Vaseline
Nivea deodorant
Droogshampoo
Schaartje
Make-up (groene oogschaduw)
Sticker/ papier in tweevoud
met:
* naam
* geboortedatum,
* overlijdensdatum en tijdstip,
* afdeling.
Uitvoering.
Houdt rekening met de geluiden die de bewoner nog kan maken omdat resterende lucht nog wil ontsnappen, licht de naasten die meehelpen bij de zorg hier ook over in.
Zonodig gebit inbrengen (gebruik
zonodig kleefpasta)
Oefen druk uit op de blaas
om deze te ledigen.
Als het haar verzorgd moet
worden als het vet is, spuit dan het haar in met droogshampoo, doe een
handdoek eromheen en laat dit 10 minuten zitten. Daarna kan het uitgeborsteld
en verder opgemaakt worden.
Wassen op bed, met deze
uitzondering dat lauwwarm water gebruikt moet worden en zo min mogelijk
zeep. Liefst babyzeep. Met normale zeep wordt de vetlaag van de huid aangetast
en neemt de conditie van de huid in grote mate af.
Belangrijkste is om gezicht
en handen het liefst helemaal zonder zeep te wassen. Extra aandacht voor
de ooghoeken en de neus, deze goed schoon maken, eventuele neushaartjes
wegknippen.
Verzorg na het wassen het
gezicht, de lippen, de oorschelpen en de handen met een heel dun laagje
vaseline, de huid wordt dan minder snel blauw. Vaseline goed insmeren,
geen vette laag achterlaten.
Sluit de ogen (heel belangrijk)
Sluit de mond, dit kan eventueel
door een handdoek in de lengte op te rollen en onder de kin vandaan naar
het achterhoofd toe de handdoek strak te trekken. De handdoek niet knopen
maar de uiteinden strak onder het achterhoofd over elkaar heen leggen,
de zwaarte van het hoofd houdt de handdoek op zijn plaats. Deze ongeveer
12 uur laten liggen.
Verdere aandachtspunten:
Nagelverzorging
Scheren
Wondjes verzorgen en zonodig
afplakken met tegaderm.
Incontinentiemateriaal aandoen.
Kleding aandoen, haren kammen/opmaken.
Verder lichamelijke verzorging
en opmaken naar wens van bewoner of familie, vlg. p.d.a.'s.
Blauwe plekken in het gezicht
kun je vervagen door middel van lichte groene oogschaduw aan te brengen
op de blauwe plek onder
De make-up of poeder.
Handen vouwen (al naar geloofsovertuiging).
Laken vouwen tot aan het
middel.
Afwerking.
Gebruikte spullen opruimen.
Beddengoed en handdoeken
in blauwe zak.
Kleding van de bewoner in
roze zak naar de Zonnehuis wasserij doen, of met de familie mee naar huis
geven. (zie p.d.a.)
Kamer netjes en sfeervol
maken voor laatste bezoek naasten.
Afscheid van de bewoner
kan plaatsvinden.
Bewoner wordt door 2 verzorgenden
naar het mortuarium gebracht. Op discrete wijze, vermijd drukke momenten.
1 verzorgende gaat vooruit
om de sleutel bij de receptie te halen.
Laken vouwen over het gehele
lichaam.
In het mortuarium:
Bewoner overplaatsen van
ledikant naar koelkatafalk. eventueel m.b.v. glijzeil.(tenzij bewoner binnen
3 uur opgehaald wordt)
Let op: eerst een laken
op de koelkatafalk leggen, bewoner daar boven op leggen. !!!
papier/ sticker op de kleding
van de bewoner en op het gordijn
Laken over de bewoner heenleggen
koelkatafalk aanzetten.
Bij warm weer ook de ventilator aanzetten
(het knopje zit bij de ingang
links)
De bewoner achter het gordijn
plaatsen en gordijnen sluiten
Mortuarium sluiten en de
sleutel terugbrengen bij de receptie.
Aandacht voor opvang familie,
personeel en betrokken bewoners. Als men de overleden bewoner in het mortuarium
nog wil bezoeken
dit begeleiden, eerst zelf
nog een keer kijken of alles netjes in orde is.
Persoonlijke spullen van
de bewoner verzorgen in overleg met familie. Bij afgeven van sieraden e.d.
aan de naasten hiervoor een
Afstandsverklaring laten
tekenen.
Als de naasten naar huis
zijn:
Ledikant en nachtkastje naar
de schoonmaakdienst brengen.
Mutatieformulier invullen.
Verpleegdossier retour secretariaat
medische dienst
Afdelingsspullen huishoudelijk
schoonmaken.
Doos of kar met benodigdheden
bijvullen.
Nadat de overledene opgehaald
is het mortuarium opruimen.
Verpleeghuizen
profileren zich op palliatieve zorg
Verpleeghuizen zijn bij
uitstek de instellingen die zich op de zorg voor palliatieve terminale
patiënten met complexe problematiek moeten richten, vindt Frans Baar,
directeur patiëntenzorg van het verpleeghuis Antonius IJsselmonde
in Rotterdam. Zijn verpleeghuis heeft al vijf jaar een aparte voorziening
voor ongeneeslijk zieke mensen. Van dergelijke units zouden er op korte
termijn minstens honderd moeten komen, schat Baar. Voor het zover is, moeten
wel de nodige financiële drempels worden weggenomen. Verpleeghuizen
betalen de meerkosten van een palliatieve unit nu nog uit eigen zak. "Daarom
zullen we binnenkort extreem dure patiënten moeten weigeren."
Als geen ander verpleeghuis
in Nederland heeft Antonius IJsselmonde in Rotterdam zich sterk gemaakt
voor de extra zorg voor terminale patiënten. Dat begon al in de jaren
'70 met een oriëntatieproject. Dit kende in de jaren '80 een vervolg
met het project Bijzondere Begeleiding en leidde in 1993 tot een speciale
unit voor kortdurende terminale zorg. Voor het komende jaar heeft het verpleeghuis
wederom een noviteit op de agenda staan: in het voorjaar wordt gestart
met een mobiel palliatieve. Het team wordt opgezet met enkele andere verpleeghuizen
en de Daniel den Hoed Kliniek.
Verpleeghuisarts en directeur
patiëntenzorg van Antonius IJsselmonde Frans Baar is één
van de mensen die sturing gaf aan dit proces. Hij is de grote pleitbezorger
van 'de palliatieve profilering' van verpleeghuizen. Een logische keuze,
vindt Baar. 'In Nederland vervullen juist de verpleeghuizen van oudsher
de palliatieve zorgfunctie', schrijft hij in het voorwoord van het boek
'Lessen van levenden' dat vorig jaar ter gelegenheid van twintig jaar palliatieve
en terminale zorg in Antonius IJsselmonde werd gepubliceerd. Want, zegt
Baar: 'Verpleeghuizen richten zich op mensen die niet meer te genezen zijn.
Zij zijn het die zich multi- en interdisciplinair richten op care, op zorg.
Zij streven een meerdimensionale en methodische zorg na. Zowel de lichamelijke,
psychische en sociale, als de spirituele aspecten van het lijden krijgen
in verpleeghuizen al jaren veelvuldig aandacht. Niet alleen gaat de zorg
uit naar de patiënt, er wordt in alle Nederlandse verpleeghuizen ook
veel aandacht gegeven aan de naasten van de patiënt.'
Populariteit
Baar schetst hier in zijn
enthousiasme een iets te rooskleurig beeld. Want als bovenstaande al realiteit
is, waarom moet dan zo nodig door de koepelorganisatie van de verpleeghuizen
-de Nederlandse Vereniging voor Verpleeghuiszorg, de NVVz- anno 1998 nog
een speciaal Platform worden opgericht dat zich tot doel stelt de palliatieve
zorg in verpleeghuizen te verbeteren? En waarom hebben nog maar drie van
de 326 NVVz-leden een speciale unit voor palliatieve zorg? En waarom wordt
nu door enkele tientallen verpleeghuizen overwogen binnen nu en twee jaar
een palliatieve unit op te richten?
De plotselinge populariteit
van palliatieve zorg zal daarin een rol spelen. Of anders geformuleerd:
voorvechters van de palliatieve boodschap hebben momenteel de wind mee.
Baar erkent dat er nog wel het één en ander te verbeteren
valt. "Vanouds hebben verpleeghuizen aandacht gegeven aan terminale zorg.
Wij hebben veel ervaring met de zorg voor mensen die dood gaan. In verpleeghuizen
bestaat -meer dan elders- een houding dat de dood bij het leven hoort,
dat we de realiteit onder ogen moeten zien, en daardoor ruimte kunnen geven
aan dat wat mensen in die periode van hun bestaan beweegt. Geleidelijk
aan breekt overal -in de maatschappij, maar ook in alle gezondheidszorgsectoren-
het besef door dat we tegen een ongeneeslijk zieke man of vrouw nooit meer
mogen zeggen dat we niets meer voor hem of haar kunnen doen. We beseffen
nu dat er een andere realiteit aanbreekt als genezing niet meer mogelijk
is. En dus kun je praten over nieuwe doelen. Dat heeft duidelijke consequenties
voor de zorg die je -onder meer- vanuit een verpleeghuis kunt aanbieden.
Artsen en verpleging moeten zich in die huizen meer bewust worden van het
feit dat zij -die al gewend zijn aan een multidisciplinaire benadering-
totale zorg kunnen geven. Zorg die minder uitgaat van datgene wat wij te
bieden hebben, en meer uitgaat van wat de patiënt en zijn naasten
nodig hebben. Deze cultuur van zorg is aanwezig in de verpleeghuizen. Niet
alleen potentieel, maar vaak ook in werkelijkheid. Méér althans
dan in andere instellingen in de gezondheidszorg."
Huiselijker
Aan het uiteindelijke doel
van alle betrokkenen in het palliatieve veld -een verbetering van palliatieve
zorg aan alle stervenden, in alle situaties: thuis èn in de instellingen-
kunnen verpleeghuizen hun steentje bijdragen. Jaarlijks sterven in verpleeghuizen
zo'n 23.000 mensen. Dat is ongeveer 17 procent van het totale aantal overledenen
in Nederland. Voor dit aandeel kan de zorg verbeterd worden. Door meer
éénpersoons-kamers te creëren, door een huiselijker
aankleding, door nadrukkelijker de niet-medische aspecten van het lijden
en het leven bij de zorg te betrekken, door naasten -zeker op het laatst-
nóg meer bij de terminale zorg te betrekken. Baar: "Zo krijgt het
leven van de patiënt en zijn naasten meer kleur."
Maar volgens Baar is er
-naast deze 'klassieke' categorie verpleeghuisbewoners- een tweede groep
mensen waarvoor de verpleeghuizen zich open kunnen stellen. Baar doelt
op de groep mensen die vanwege complexe medische problematiek niet in huis
kunnen sterven en voor wie het ziekenhuis evenmin de geëigende plaats
is om te verblijven. Zijn verpleeghuis heeft inmiddels aangetoond dat deze
acute opname-mogelijkheid te realiseren is. Want voor die 'tweede groep'
mensen startte Antonius IJsselmonde in februari 1993 de speciale unit kortdurende
terminale zorg, met acht éénpersoonskamers. Per jaar werden
er gemiddeld honderd patiënten opgenomen: de ene helft vanuit thuis,
de andere vanuit het ziekenhuis. Bijna alle patiënten hadden kanker.
De gemiddelde opnameduur was drie weken. De helft van de patiënten
stierf binnen tien dagen. Baar: "Verpleeghuizen hebben over het algemeen
vooral ervaring met mensen die na een chronisch ziektebeeld sterven. Met
de aparte unit hebben we aangetoond dat wij ook de opvang van patiënten
met een korte levensverwachting op ons kunnen nemen."
Kostbare tijd
Minstens honderd van de
326 verpleeghuizen in Nederland zouden in de ogen van Baar dergelijke aparte
units moeten oprichten. "Je ziet aan de cijfers over onze unit dat het
om emergency-zorg gaat", zegt Baar. "In korte tijd moet er een team klaar
staan dat meervoudige problematiek in kaart kan brengen en kan inspringen
op de wensen en behoeften van de patiënten."
Volgens Baar is dat één
van de sterke punten van verpleeghuizen: daar werken immers verpleeghuisartsen,
ergotherapeuten, fysiotherapeuten en pastors, -daar staat een multidisciplinair
team klaar. "Dat heeft een verpleeghuis voor op een verzorgingshuis," zegt
Baar. "Verzorgingshuizen kennen nauwelijks multidisciplinaire teamvorming.
Als je een dergelijk team moet formeren zodra een patiënt wordt opgenomen
ben je eigenlijk al te laat. Je verliest kostbare tijd."
Een verpleeghuis kent volgens
Baar ook voordelen ten opzichte van ziekenhuizen. "Ziekenhuizen zijn steeds
meer gericht op genezing en steeds minder op zorg. Wat opnames betreft
gaat het om 'snel erin, snel er weer uit'. Die snelheid past niet bij mensen
die dood gaan. Bovendien bestaat in ziekenhuizen het risico dat men -vanuit
de gerichtheid op diagnostiek en handelen- tot het laatst toe blijft onderzoeken
en opereren. Verpleeghuizen daarentegen zijn van oudsher ingesteld op zorgverlening,
op rust, op attentie, op menselijkheid. Dat maakt hen zeer geschikt voor
palliatieve terminale zorg."
Baar weet dat ook hospices
de rust en sfeer kunnen bieden die voor ongeneeslijk zieke mensen zo weldadig
kan zijn. "Maar het voordeel van verpleeghuizen ten opzichte van hospices
is de schaalgrootte. In Antonius IJsselmonde hebben we acht verpleeghuisartsen.
Wij hebben zodoende 24 uur per dag een arts in huis. Daarnaast is er dat
hele team met andere disciplines. Dat kunnen hospices nooit opbrengen.
Kleinschalige projecten zullen moeite hebben om de totale zorg te organiseren
die nodig is voor patiënten met complexe problematiek."
Om misverstanden te voorkomen
wijst Baar erop dat de functie-profilering van verpleeghuizen zich niet
mag beperken tot terminale zorg. "In het algemeen gesteld is het voor de
verpleeghuissector een goede zaak als de huizen duidelijk uitdragen waarin
ze zich gespecialiseerd hebben. Dat kán terminale zorg zijn. Maar
stervenden zijn niet de enige doelgroep van de verpleeghuizen. Andere huizen
kunnen zich bij voorbeeld profileren op de zorg voor patiënten met
niet aangeboren hersenletsel, revalidatie of ziekenhuisverplaatste zorg."
Eén telefoonnummer
Na vijf jaar ervaring met
de speciale unit zet Antonius IJsselmonde de stap naar buiten met een mobiel
palliatief team. In het voorjaar wordt daarmee gestart. Er komt één
telefoonnummer waar -bij voorbeeld- huisartsen met hun vragen terecht kunnen.
In grote lijnen onderscheidt Baar vier functies van het team. "Het team
kan gerichte adviezen over behandelingsmogelijkheden geven, gerichte behandelingen
aan het bed uitvoeren, case-besprekingen gaan organiseren en protocollen
en richtlijnen ontwikkelen." De samenstelling van het team is nog niet
geheel bekend, maar zeker is dat een paar verpleeghuisartsen en verpleegkundigen
van Antonius IJsselmonde in het team zullen plaatsnemen. De overige teamleden
werken bij de Daniel den Hoed Kliniek, waar sinds een paar jaar een aparte
Palliatieve Zorg Unit bestaat.
Baar noemt het essentieel
dat de leden van het mobiele team kunnen terugvallen op jarenlange klinische
ervaring. "Wij durven met het team te beginnen omdat wij menen te kunnen
vertrouwen op onze jarenlange ervaring. Als mij gevraagd zou worden of
een mobiel team ook opgezet zou kunnen worden zonder die achtergrond, ben
ik geneigd 'Nee' te zeggen."
De start van een mobiel
team heeft enige tijd op zich laten wachten omdat geen financiering gevonden
kon worden. Nu zijn voor een paar jaar afspraken gemaakt met een zorgverzekeraar.
Zoals de financiering van
het team een heikel punt is, zo is ook de vergoeding van de zorg die op
de speciale unit wordt geboden een probleem. De meerkosten moet het verpleeghuis
uit eigen budget betalen. Baar: "Als een patiënt thuis verblijft,
intensieve thuiszorg krijgt en dure medicamenten nodig heeft, kost dat
dagelijks 600 à 700 gulden. De verzekeraar vergoedt dat. Als men
het thuis niet meer redt, wordt de patiënt hier aangemeld. Dan verzorgen
wij de opvang, maar daarvoor krijgen we per dag hooguit 400 gulden. Dat
noem ik absurd."
Deze situatie bestaat al
jaren. De kans dat er op korte termijn iets verandert is klein. Daarom
ziet Baar zich gedwongen bepaalde groepen patiënten niet meer op te
nemen. "Extreem dure patiënten zullen we binnenkort in Antonius IJsselmonde
moeten weigeren. Het gaat dan om mensen die intraveneuze voeding nodig
hebben of dure medicamenten gebruiken."
Dat deze woorden uitgerekend
uit de mond van Frans Baar komen -hij is toch de beminnelijkheid zelve-
maakt duidelijk dat de nood erg hoog is. "Maar het geld kan maar één
keer worden uitgegeven. En wat moet ik anders? Moet ik tegen andere bewoners
zeggen dat ze minder te eten krijgen zodra een patiënt wordt opgenomen
die intraveneuze voeding nodig heeft?"
Roulerend personeel
Om te voorkomen dat personeel
van de aparte voorziening voor kortdurende terminale zorg aan de zwaarte
van het werk ten onder gaat, is er structurele aandacht voor de (professionele
en vrijwillige) medewerkers. Een speciaal daarvoor aangestelde stafverpleegkundige
terminale zorg heeft tot taak de 'zorg voor de zorgenden' in de gaten te
houden. "Er bestaat bij voorbeeld nadrukkelijk de mogelijkheid tijdelijk
op andere afdelingen te werken", zegt Baar. "De drempel daarvoor is zeer
laag. Dit gebeurt niet alleen uit preventie van het burnoutsyndroom. Wij
gaan er vanuit dat gezonde, enthousiaste en gemotiveerde werkers kwalitatief
hogere zorg kunnen leveren. Een huis dat niet goed is voor zijn werkers,
is niet goed voor zijn bewoners."
De mogelijkheid te kunnen
rouleren is geen synoniem voor vluchtgedrag, stelt Baar. "Als iemand tijdelijk
op een andere afdeling wil werken, wordt stilgestaan bij de achtergronden:
waarom is het op dit moment te zwaar? Het wezenlijke probleem moet naar
boven gehaald worden. Verdriet of onmacht uiten is beter dan 'er even weg
van zijn'. Want in dat geval los je niets op."
Het beleid van het verpleeghuis
is er ook op gericht om medewerkers van andere afdelingen de mogelijkheid
te geven ervaring op te doen met kortdurende terminale zorg. Zo waaiert
de kennis en ervaring uit over de rest van het verpleeghuis.