protocol subcutaan injecteren
Doel
Het door middel van een injectie onder
de huid brengen van een vloeistof.
Algemeen opmerkingen
KENNIS.
Subcutaan: de vloeistof wordt in het onderhuidse
vetweefsel gebracht. De vloeistof zal langzaam door het lichaam worden
opgenomen.
De injectie kan op de volgende plaatsen
worden toegediend; bovenarmen, bovenbenen of het gebied rond de navel.
Wissel de insteekplaats regelmatig af.
De verzorgende die de handeling gaat uitvoeren
moet op de hoogte zijn van de methode en werking van de medicatie
VAARDIGHEID.
Om vaardig te worden en te blijven is
het nodig de handeling regelmatig uit te voeren.
ATTITUDE.
Houdt rekening met de gevoelens van de
bewoner en de zorg voor privacy.
Voorbereidingen.
BEWONER.
Informeer en overleg met de bewoner over:
de reden van de injectie
de plaats waar geïnjecteerd wordt
eventuele pijnlijkheid
de noodzaak om zich te ontspannen
MATERIALEN.
bekken met injectiespuit en flacon/ ampul
opzuignaald
vijltje om flacon mee door te snijden
subcutaannaald
deppers gedrenkt in desinfectans
droge depper
pleister
naaldencontainer
OMGEVING.
zorg voor een rustige omgeving zodat de
bewoner zich kan ontspannen
scherm het bed af.
Uitvoering.
Leg of zet de bewoner in een makkelijke
houding zodat je goed bij de betreffende plaats kan.
Laat de bewoner bovenarm, bovenbeen of
buikplooi ontbloten
Ontlucht de injectiespuit tot er een druppeltje
vloeistof aan de punt van de naald zichtbaar wordt.
Desinfecteer de plaats waar geïnjecteerd
zal gaan worden.
Neem de beschermhoes van de naald
Neem een huidplooi op en breng de injectienaald,
met het oog van de naald naar boven aan de voet van de plooi voor 2\3 deel
in.
Naalden van 1cm onder een hoek van 90
graden, langere naalden onder een hoek van 45 graden.
Controleer of de naald in het onder huidsbindweefsel
ligt door deze voorzichtig horizontaal heen en weer te bewegen en met de
vinger op de huid te voelen of de naald "los ligt".
Controleer of je geen bloedvaatje hebt
aangeprikt door de zuiger van de spuit wat op te trekken.
Indien bloed wordt opgezogen de spuit
verwijderen, nieuwe spuit klaarmaken en handeling opnieuw uitvoeren.
Spuit de vloeistof langzaam in.
Verwijder de injectienaald snel houdt
de naald vast, niet drukken
Masseer de insteekplaats met een droge
depper. (niet bij antistolling middelen en heparine i.v.m. blauwe plekken)
Doe de naald in de naaldencontainer.
Plak, indien nodig, een pleister.
Nazorg.
BEWONER.
help zonodig met het in orde brengen van
de kleding en het aannemen van de gewenste houding.
bespreek hoe de bewoner de handeling heeft
ervaren.
MATERIALEN.
Alle benodigdheden opruimen
Lege ampullen kunnen in de naaldencontainer.
Naald in de container
OMGEVING.
Verwijder de bedschermen.
VERZORGENDE.
Handen wassen
Rapporteer de gegevens en teken af in
de medicatiemap.
COMPLICATIES
hematoomvorming door aanprikken van een
bloedvat
abces of necrose door onjuist injecteren
van bepaalde
vloeistoffen door verkeerde plaats of
verkeerde manier.
allergische reactie lokaal of algemeen
anafylactische shock
infectieverschijnselen lokaal of algemeen
duizelingen/ flauwvallen
prikaccident |