Palliatieve verpleeghuiszorg.
Een andere kijk op zorg.
Voorwoord
Stervensbegeleiding op een somatische
verpleeghuisafdeling wat is dat en wat houd dat in en welke zorg word er
geboden en wat komt er bij kijken?
Op de verpleeghuisafdeling waar men niet
gespecialiseerd is in stervensbegeleiding kom ik in aanraking met ouderen
dit hier langere tijd wonen maar hier waarschijnlijk ook zullen overlijden.
Daar waar de meeste verpleeghuisafdelingen niet gespecialiseerd zijn in
de palliatieve zorg maar dit toch veel voorkomt hoop ik via deze weg informatie
te verschaffen hoe dit gaat en wat men in het verpleeghuis doet aan palliatieve
zorg.
Middels dit artikel hoop ik temeer inzage
te geven wat stervensbegeleiding in het verpleeghuis inhoud wat er gebeurd
tijdens deze specifieke zorg en wat het aller belangrijkste is wat wij
als zorgverlener doen in deze laatste fase in het leven.
Dit artikel is ook geschreven vanuit de
praktijk in normale begrijpelijke zodat palliatieve zorg in het verpleeghuis
van jong tot oud te begrijpen is. Ook wil ik vermelden dat de afdeling
waar ik werk geen gespecialiseerde afdeling is waar men allen specifiek
zich bezighoud met palliatieve zorg maar een normale somatische afdeling.
Toch dit onderwerp omdat ik een beeld wil geven hoe dat er in een somatisch
verpleeghuis de verzorging aan de palliatieve bewoner toegaat. Er word
niet ingegaan op de medische kant maar hoe ik als ziekenverzorgende en
al mijn deskundige collega's omgaan met de zorg aan de palliatieve bewoner.
Johan Terlouw
Ziekenverzorgende in een verpleeghuis.
Inhoud
Hoofdstuk 1
Wat is palliatieve zorg
Wat
palliatieve zorg inhoud
De
definitie van palliatieve zorg
Hoofdstuk 2
Palliatieve zorg in de verpleeghuis praktijk
Palliatieve
zorg op een somatische verpleeghuis afdeling
Privacy
bij de palliatieve zorg op een grote somatische verpleeghuis afdeling
De
rol van een goed bijgehouden zorgdocier
Professionele
zorg rondom de palliatieve bewoner
De
rol van de ziekenverzorgende bij de zorg aan de bewoner
De zorg van de ziekenverzorgende
in de avonddienst
De zorg van de ziekenverzorgende
in de nachtdienst
De zorg van de ziekenverzorgende
op een dagdienst
De zorg van de
ziekenverzorgende aan de relaties tijdens de dagdienst avonddienst en nachtdienst
Gewetensbezwaren
van de verzorgende
De
rol van het afdelingshoofd bij de zorg aan de bewoner
De
rol van de verpleeghuisarts bij de zorg
De
rol van de geestelijk bij de zorg aan de bewoner
De
rol van de voedingsassistent bij de zorg aan de bewoner
De
rol van de fysiotherapeut bij de zorg aan de bewoner
Hoofdstuk 3
Duidelijkheid over
Pijnbestrijding
wat is dat.
Pijnbestrijding;
(voor)oordeel opiaten.
Wilsverklaring.
Het wensmenu.
Voeding.
Vocht
Decubitus
Hoofdstuk 4
De familie en de relaties van de palliatieve
bewoner
De
familie van de somatische bewoner
Het
contact met de famille bij achteruitgang van de bewoner
Zorg
aan de palliatieve bewoner en zijn naaste familie; alles kan niets hoeft
Hoofdstuk 5
Zorg na het overlijden van een bewoner
Stappen
op de verpleeghuisafdeling na het het overlijden van een bewoner
De
zorg voor het lichaam van de overleden bewoner.
De medebewoners
op de afdeling
De begrafenis
van de bewoner
De herdenkingsdienst
in het verpleeghuis
Evaluatie van geleverde
zorg.
Bijlage
Protocol zorg na het
overlijden; "de laatste zorg verlenen"
Verpleeghuizen
profileren zich op palliatieve zorg
Hoofdstuk 1
Wat is palliatieve zorg
Wat
is palliatieve zorg eigenlijk?
Palliatieve zorg is de zorg die gericht
is op verlichting van klachten. In de fase waarin palliatieve zorg wordt
verleend is het bekend dat er geen kans op genezing meer is. Het kan nog
weken, maanden, misschien zelfs jaren duren, maar het heeft geen zin meer
om nieuwe therapieën te starten, onderzoeken te doen of operaties
te ondergaan, in de hoop dat de patiënt daardoor zal genezen. Duidelijk
is dat de patiënt aan de gevolgen van de ziekte zal sterven. In de
context van dit besef wordt vaak tegen patiënten gezegd: "Wij kunnen
niets meer voor u doen". Bedoeld wordt: wij kunnen in curatief opzicht
niets meer voor u doen. Want op palliatief gebied kan er nog veel.
De Wereldgezondheidsorganisatie heeft
in 1990 een definitie van palliatieve zorg opgesteld. Palliatieve zorg
richt zich op de kwaliteit van het leven. Hulpverleners in de palliatieve
zorg proberen alle klachten die stervenden kunnen hebben te verlichten.
Populair gezegd valt onder palliatieve zorg alle zorg die erop gericht
is de laatste levensfase zo comfortabel mogelijk te laten zijn. Dat betekent
dat niet alleen naar lichamelijke klachten (zoals pijn, benauwdheid of
obstipatie) wordt gekeken, maar dat ook de psychische problemen (gevoelens
van angst of depressiviteit bij voorbeeld) aandacht krijgen. Het wordt
om die reden weleens "totale zorg" genoemd: aandacht voor zowel lichaam
als geest en ziel.
Omdat palliatieve zorg in Nederland vooralsnog
hoofdzakelijk verleend wordt aan patiënten die doodziek zijn (zoals
mensen met kanker of aids), wordt het vaak palliatieve, terminale zorg
genoemd. Dit om een verschil te maken met palliatieve zorg voor patiënten
die aan andere ongeneeslijke ziektes lijden, zoals hartziekten, multiple
sclerose, de ziekte van Parkinson of dementie.
Definitie
Palliatieve zorg
Palliatieve zorg is de actieve, totale
zorg voor patiënten op het moment dat hun ziekte niet meer te genezen
is. Pijnbeheersing, en de bestrijding van andere lichamelijke klachten,
is net zo belangrijk als de aandacht voor psychologische, sociale en spirituele
problemen.
Het algemene doel van palliatieve zorg
is het bereiken van de hoogst mogelijke kwaliteit van leven, voor zowel
de patiënt als diens naasten. Palliatieve zorg bevestigt het leven,
en beschouwt het sterven als een normaal proces. Palliatieve zorg legt
de nadruk op de verzachting van pijn en andere problematische symptomen,
integreert in de patiëntenzorg de lichamelijke, emotionele en spirituele
aspecten, probeert de patiënt tot de dood te ondersteunen om zo actief
mogelijk te kunnen leven, en helpt de naastbestaanden zowel in het omgaan
met de zieke patiënt als bij de rouwverwerking na diens overlijden.
Uit de definitie zijn een aantal kenmerken
te halen.
Palliatieve zorg:
Bevestigt het leven en beziet de dood
als een normaal proces
Vertraagt noch versnelt de dood
Biedt verlichting van pijn en andere symptomen
Integreert psychologische en spirituele
aspecten van de zorg
Creëert ondersteuning voor patiënten
om tot aan de dood zo actief als zij zelf wensen te leven
Biedt ondersteuning aan naasten in het
omgaan met de ziekte en daaraan gerelateerde problemen
Biedt rouwbegeleiding
Palliatieve zorg in de verpleeghuis
praktijk
Palliatieve
zorg op een verpleeghuis afdeling.
Weken maanden en soms ook jaren verzorg
je bewoners in het verpleeghuis. Mensen die hier niet zijn omdat ze het
leuk vinden maar mensen die hier liever niet waren.
Toch wonen ze hier omdat juist het verpleeghuis
die zorg kan geven die een verzorgingshuis, bejaardenhuis, thuiszorg
en of mantelzorg niet meer kan bieden. Zorg in het verpleeghuis betekend
zorg met deskundig personeel met alle beschikbare goede hulpmiddelen en
een samenspel met vele mensen en disciplines.
Omdat je mensen lang verzorg krijg je
een goede band met de bewoners. Ze weten veel van jou en jij weet ook veel
van bewoners. Dit buiten de medische achtergrond en het ziektebeeld die
ze hebben. Je verzorg de mens in het verpleeghuis en persoonlijk verzorg
ik niet een beroerte of een Ziekte van Parkinson met een naam.
Als mensen lang verblijven op een verpleeghuis
afdeling en als verblijfspatient er wonen zullen ze naar alle waarschijnlijkheid
hier ook overlijden.
Niet leuk maar als verzorger aan het bed
weet je dat dit veelal de harde realiteit is.
Dit doet pijn, omdat het nooit niet leuk
is om iemand je omgeving; het werk maakt als verzorger eenmaal een groot
deel uit van je leven; te verliezen.
Ondanks dat een bewoner niets is van je;
geen naaste of zo kan je er als verzorger er niet omheen dat dit je enorm
raakt.
Soms zie je de achteruitgang van een bewoner
aankomen; soms kom je na een paar dagen terug op je werk en dan schrik
je jee rot.
Meneer of mevrouw is niet lekker geworden
en gezien hetgeen wat haar is overkomen is het afwachten of ze herstel
Ook kom ik als verzorger mensen tegen
die als het ware de moet van het leven hebben opgegeven.
Bewoners die uitgeleefd zijn; die niet
meer willen. Mensen waarvan ik als zorgverlener en zeker de familie zouden
willen dat ze doorgaan met vechten.
Keuzes.........het werk in de zorg is
soms hard en moeilijk.
Temeer omdat je met zijn alle vecht voor
de bewoners; tegen het systeem en tegen grote drukte; knokken voor tijd,
tijd die er niet is maar die je toch maakt. Voor zorg; zeker voor de zorg
aan de palliatieve bewoner.
Privacy
in de palliatieve zorg op een verpleeghuisafdeling
Privacy op een verpleeghuisafdeling kan
soms een probleem zijn.
Juist bij de palliatieve zorg in het verpleeghuis
is privacy van enorm groot belang.
Meestal wonen bewoners in het huidige
verpleeghuis nog op twee of vier persoonskamers.
Toch is er de mogelijkheid om deze privacy
te creëren. Op de meeste verpleeghuisafdelingen zijn enkele een persoonskamers
en veelal worden deze een persoons slaapkamers gebruikt om de privacy en
ook de zorg te garanderen.
De bewoner gaat nooit tegen zijn vooraf
aangegeven wens op een een persoonskamer liggen. Dit is altijd kenbaar
gemaakt door de bewoner zelf en de keuze ook van de bewoner is iets wat
altijd gerespecteerd zal worden.
Het grote voordeel van een aparte een
persoonskamer is voornamelijk privacy voor de bewoner en de relaties van
de bewoner. Voor een ieder die een naaste heeft verloren weet je dat je
juist op deze momenten samen wil wezen en niet telkens gestoord wil worden.
Kiest men voor een eenpersoons kamer dan
kan men altijd samen zijn zonder gestoord te worden door derden. Ook kan
men rustig met familie samen zijn bij bewoner.
Privacy is ook voor de zorgverleners belangrijk.
Deze zorg gaat in de avond en de nacht
door en bij een bewoner die erg ziek bent zal je dag en nacht veelvuldig
langsgaan buiten de tijden dat je langsgaat voor de reguliere controles
en "kijkrondes".
Ook bijvoorbeeld voor het toedienen van
medicijnen en in de laatste plaats niet te vergeten het draaien en verzorgende
van de bewoner is een eenpersoonskamer belangrijk. Je maakt als zorgverlener
immers meer lawaai dan soms gebruikelijk is ; je werk met karretjes en
in de nacht uiteraard met licht.
Ook voor de bewoner is het ook prettig
om op een eenpersoonskamer te liggen. Niet gestoord worden en de mensen
die je liefheb om je heen. Veelal realiseert een bewoner heel goed wat
er aan de hand is en geeft hij of zij de voorkeur aan de keuze van een
eenpersoonskamer.
Dit wil overigens niet zeggen dat als
een bewoner naar een eenpersoonskamer gaat dat hij of zij snel zal overlijden.
Neen zeker niet. Palliatieve zorg kan langdurig zijn; denk hierbij aan
weken en of maanden. We hebben, niemand niet, gelukkig niet de keuze van
de tijd van het geboren worden en of het overlijden.
De
rol van een goed bijgehouden zorgdocier
Het zorgdocier de informatie bron voor
een ieder die met de palliatieve bewoner in aanraking komt. Door in het
zorgdocier te kijken ziet men niet alleen de voorgaande geschiedenis van
de bewoner maar ook de huidige toestand van de bewoner. Alle gegevens staan
vermeld op datum en met discipline. Als iemand iets in het zorgdocier vermeld
dan staat dit vermeld op een overzichtspagina.
Als bijvoorbeeld ik als ziekenverzorgende
de palliatieve bewoner gaat verzorger zie ik hoe mijn collega hiervoor
de bewoner heeft verzorgd; of er bijzonderheden waren; bijvoorbeeld
pijn.
Ook zie ik bij de medische afspraken wat
ik voor handelingen moet doen bij de bewoner; denk hierbij aan wondverzorging.
Zie ik dingen bij de palliatieve bewoner
bijvoorbeeld dat hij pijn heeft dan vermeld ik dit.
Hierop zal de verpleeghuisarts inspelen.
Een ieder is verplicht het zorgdocier
te lezen en te handelden volgens de afspraken die vermeld staan in het
zorgdocier.
Ook de directe familie heeft belang bij
een goed bijgehouden zorgdocier.
Als directe familie heeft men altijd inzage
in het zorgdocier. Het zorgdocier mag echter niet van de afdeling
af en is bewoner gebonden.
Mocht men als familie iets willen weten
en men is thuis dan kan altijd 24 uur per dag contact op worden genomen
met de verpleeghuisafdeling. Ook als krijgt men iemand die de bewoner nog
niet heeft verzorgd kan de verzorger door middel van het zorgdocier te
lezen een goed overzicht geven van de zorg rondom de palliatieve bewoner
en dit vermelden aan de familie.
Er zal echter zorgvuldig omgegaan worden
met het melden van gegevens. Dit ten aanzien van privacy van de bewoner.
Meestal verloopt de communicatie via een contactpersoon van de bewoner
en deze speel dan een centrale rol bij het verstrekken van informatie naar
de familie. Dit ter voorkoming dat een willekeurige buurvrouw direct de
persoonlijke informatie krijgt. Meestal word bij in dit geval de buurvrouw
van de bewoner gevraagd contact op te nemen met de zaakwaarnemer van de
bewoner.
Professionele
zorg.
In een verpleeghuis en ook bij de palliatieve
zorg komt de bewoner alleen in aanraking met deskundige zorgverlener. Zeker
ook bij de dagelijkse verzorging buiten het wassen om zullen de dingen
alleen worden uitgevoerd door mensen die ten eerste een diploma hebben
en daardoor en daarvoor ook bevoegd zijn om deze handelingen te doen.
Dit houd niet op bij medicatie maar ook
bij eventuele zorgverlening bij decubitus(bestrijding) maar ook bij de
aanpassingen van matras voeding en vochtopname.
De verpleeghuiszorg is een zeer complex
iets en de palliatieve bewoner en ook de andere bewoners krijgen buiten
de normale zorgverleners diverse mensen aan het bed die gespecialiseerd
zijn in een specifieke zorg.
De
rol van de ziekenverzorgende bij de palliatieve zorg in het verpleeghuis
De rol van de ziekenverzorgende is voornamelijk
dat hij zich bezighoud met de zorg aan het bed en rondom het bed.
denk hierbij aan de algehele verzorging;
de toediening van medicatie en ook eventuele wondverzorging.
de ziekenverzorgende handelt vanuit zijn
of haar kennisveld met betrekking tot de lichamelijke verzorging van de
bewoner.
de taak van de ziekenverzorgende is buiten
de gehele verzorging van de bewoner goed op eventuele pijn in te spelen
en dit goed te observeren en te rapporteren. Door de achtergrond van de
ziekenverzorgende en doordat deze veelal met de dagelijkse en algehele
verzorging van de bewoner bezig is is de taak ook dingen te observeren
en te rapporteren; bijvoorbeeld pijn bij de verzorging eventuele doorligplekken
en of angst te rapporteren.
Juist doordat de ziekenverzorgende (bijna)
dagelijks met de bewoner in contact komt weet de ziekenverzorgende veel
over de bewoner; wat zijn wensen zijn endoor een goede communicatie met
de bewoner weet de ziekenverzorgende ook meer van wensen en behoeftes van
de bewoner.
Zorg is in het verpleeghuis veel
samenwerken met andere disciplines. de ziekenverzorgende in het verpleeghuis
is de persoon om andere disciplines na overleg met leidinggevende op de
hoogte te stellen en te laten handelen.
Niet altijd is een leidinggevende aanwezig
en dan word automatisch verwacht dat de ziekenverzorgende handelt om een
optimale zorg rondom de bewoner te garanderen.
Mijn zorg aan de
palliatieve bewoner in een avonddienst
In een avonddienst lees ik als eerste
het zorgdocier van de bewoner en stel eventuele vragen aan mijn collega.
Dan ga ik met een collega van de dagdienst langs de bewoner en de familie
en vertel met met wie ik vanavond dient heb en hoe ze mij direct kunnen
bereiken. Dit omdat als ze iemand nodig hebben ze mij kunnen vinden maar
ook om te weten wie ze als eerste aan benaderen voor eventuele vragen.
De zorg in de avond is van mij kant als
volgt; echter dit verschilt per palliatieve bewoner omdat een iedere palliatieve
bewoner anders verzorgd danwel anders verzorgd kan worden.
Als een wisselliggings lijst is zal ik
de bewoner volgens afspraak op de lijst met een collega draaien en goedliggen.
Mocht ik rode plekken waarnemen dan zal ik deze verzorgen door middel van
een creme aan te brengen en deze in te vrijven op de huid van de bewoner.
Ook zal ik tijdens de zorg aan de bewoner
goed op pijn letten en uiteraard omdat je regelmatig bij de bewoner bent
zal ik letten op eventuele veranderingen bij de bewoner.
Ook doe ik aan mondverzorging omdat als
bewoner veel door de mond heen ademt dan kan er slijmvorming in de mond
ontstaan.
Mocht een bewoner vol gaan raken dan zal
ik dit goed observeren; teneinde de bewoner geen benauwdheid te laten hebben.
Ook doe ik indien nodig het incontinentie
verband verwisselen.
Mocht er medicatie worden toegediend dan
zal dit ook gebeuren.
Kijk je bij de zorg aan de laatste fase
van het leven of heeft de bewoner veel pijn bij de verzorging dan zal ik
ten einde de bewoner confort te bieden; en omdat mijn werk zeker niet tot
doel heeft de bewoner te pesten; de bewoner als deze confortabel en rustig
licht de bewoner rustig laten liggen. Waarom? Zeker in de laaste fase ab
het leven is de zorg niet gericht om doorligplehkken te voorkomen maar
op confort gericht. Natuurlijk weeet ik dat ik moet draien om doorligplekken
te voorkomen; maar als wisselligging tot neveneffect zeer veel pijn als
gevolg van het draaien heeft is het een overweging om de bewoner te laten
liggen.
Zeker voor de bewoner maar ook voor familie
en verzorger heeft het geenszins doel pijn te veroorzaken danwel iets te
doen wat de laaste fase van het leven niet waardig is
Op papier zou ik teneinde doorligplekken
te voorkomen de bewoner moeten draaien; maar als je kijk naar de laatste
uren of dag; wie ben ik om dit te beoordelen; maar als je dit veel heb
meegemaakt weet je dit redelijk goed in te schatten; dan laat ik de bewoner
rustig liggen; verzorg ik zijn mond haal een kam dor de haren; leg zijn
lichaam in de gewenste houding. Mens zijn voor de bewoner en menselijk
in je vak daar ben ik op dat moment voornamelijk voor.
Mocht de bewoner drinken willen dan help
ik daarbij; mocht de bewoner geen drinken willen dan weet ik dat ik de
bewoner kan helpen door de mond en de tong nat te maken om in ieder geval
een "uitgedroogde mond" te voorkomen.
Ook zal ik in de avonddienst op pijn letten
op bijgeluiden letten.
Mocht ik pijn observeren; mocht ik bijgeluiden
observeren; dan zal ik mijn leidinggevende op de hoogte stellen en zal
ik volgens voorschrift (arts) handelen.
Het toedienen van extra pijnmedicatie
gebeurd altijd per order avondhoofd en arts.
Omtrent zelf toedienen van medicatie kan
ik vermelden dat ik dit niet mag; alles gebeurd onder verantwoording van
en per order arts.
Voor ik naar huis gaat zal ik altijd langslopen
met mijn collega van de nachtdienst om de familie en ook de bewoner gedag
te zeggen en de zorg goed over te dragen aan mijn collega van de nacht.
Ook zorg ik ervor dat mijn collega goed
op de hoogte is omtrend de huidige stand van verzorging en hoe de verzorging
is gegaan in de avondienst. Dit om goed in te spelen op de zorg aan en
om de palliatieve bewoner.
Mijn zorg aan de
palliatieve bewoner in een nachtdienst
Als eerste lees ik als nachtdienst het
zorgdocier van de bewoner en stel eventuele vragen aan mijn collega van
de avonddienst. Ook loop ik met mijn collega van de avondienst naar de
bewoner en stel me voor aan de aanwezige familie en vertel dat ik de gehele
nacht aanwezig ben en hoe ze mij snel kunnen bereiken.
Ook leg ik de bewoner in een confortabele
houding, verzorg eventueel de mond of geef de bewoner eventueel te drinken.
Ook kijk ik naar de wisselliggingslijst en kijk ik wanneer ik de bewoner
moet draaien. Ook hier geld kijkend naar de laaste fase van het leven dat
confort voorop staat. Draaien van een bewoer doe ik niet alleen; hiervoor
roep ik esgewent een collega of een nachthoofd. Als ik allen loop te draaien
bezorg ik eventeel pijn en dat wil ik voorkomen.
Regelmatig loop ik bij de bewener naar
binnen en kijk ik of ik iets voor de bewoner kan betekenen. Ook let ik
op houding, ademhaling en eventuele bijgeluiden. Doordat ik als nachtdienst
regelmatig op de kamer ben van de paliatieve bewoner heb ik een goed
beeld van de bewoner en ook een kijk op eventuele veranderingen van de
bewoner. Ik verzorg de mond als de bewoner wakker is maar mocht een bewoner
liggen slapen dan ga ik de bewoner hiervoor niet extra voor wakker maken.
Ook geef ik eventuele medicatie volgens
afspraak en volgens voorschrift. Voor de rest zal ik inspelen op dingen
die ik waarneem en zorg voor een goede rapportage voor mijn collega's van
de dagdienst.
Mijn zorg aan de
palliatieve bewoner op een dagdienst
Als dagdienst lees ik het zorgdocier van
de bewoner en ga ik met mijn collega van de nachtdienst langs de bewoner
en de familie. Ik vertel wie er aanwezig is en wie ze het beste kunnen
benaderen bij vragen en hoe ik te bereiken ben.
Ik houd rekening met een wisselliggingslijst
en verzorg de bewoner volgens deze lijst met twee personen.
Ook geef ik medicatie volgens voorschrift
en let goed op de bewoner om goed in te spelen op bijvoorbeeld pijn benauwdheid
en andere dingen.
De voedingsassistent let goed op eventuele
vochttoedieningn en mocht een bewoner niet meer drinken dan verzorg ik
de mond.
De zorg aan de pallatieve bewoner doe
ik met twee personen.
Een persoon wast de bewoner; een collega
doet de bewoner afdrogen. Ook doe ik samen de kleding verwissellen en doe
ik de wondverzorging en het verschonen van het evenuele incontinentie verband.
Ook smeer ik kwetsbare plekken zoals oren,
billen, ellebogen en hielen in met vaseline om een goede doorbloeding van
de huid te bevorderen.
Ik let op pijn en ongenoegen bij
de bewoner en zal ik dit goed rapporteren in het zorgdocier.
Als je kijk naar de laaste fase van het
leven dan kan ik ervoor kiezen om alleen de schaamstreek en het gelaat
van de bewoner te verzorgend teneinde de bewoner niet onnodig pijn te doen.
Wat wel altijd gebeurd is dat ik bij de
bewoner de haren verzorg, een lekker luchtje opdoet en de baard verzorg.
Ook verzorg ik altijd het bovenlaken.
Kijk je naar de laaste fase van het leven
dan kan worden overgaan op het niet verzorgen van wonden maar dan word
er overgegaan op andere middelen zoals duoderm en dergelijke omdat in de
laaste fase van het leven de zorg erop gericht is niet op herstel maar
om confort. Wondverzorging heeft in de laaste fase van het leven minder
zin als hier extra pijn mee word bezorgd en daarom kan ervoor gekozen worden
wondverzoring te vervangen door middellen die langer op de huid kunnen
blijven zitten zonder dat dit snelle achteruitgang van de huid veroorzaakt.
Ook zal ik met de vepleeghuisarts langs
bewoner gaan om samen met de verpleeghuisarts in te spelen op veranderingen
bij de bewoner en de zorg eventueel aan te passen.
Vervolgens zal ik volgens voorschrift
arts handelen.
Wel is zo doordat je ruime ervaring heb
in de zorg aan de pallaitieve bewoner dat je goed in kunt spelen op veranderingen
en weet ik als ziekenverzogende wel hoe ik het laaste stukje van het leven
kan "veraangenamen" en menswaardig te laten zijn.
Ook telt hier dat het per bewoner afhankelijk.
Ik rapporteer in het zorgdocier en draag
goed over aan mijn collega van de avondienst.
Aan het einde van mijn dienst loop ik
met mijn collega langs bewoner en familie.
Mijn zorg aan
de relaties van de palliatieve bewoner tijdens een dagdienst in een avonddienst
en in de nachtdienst.
Communicatie met de familie van de palliatieve
bewoner is zeer belangrijk, de gehele dag door, vierentwindig uur lang.
Ik sta altijd open voor vragen en zal
altijd vermelden hoe de zorg is verlopen aan de bewoner. Ook zorg ik voor
koffie thee en eventueel eten als de famile aanwezig blijft.
Mocht de familie waken dan zorg is ervoor
dat de mogelijkheid er is om een extra bed te plaatsen zodat men kan afwissellen.
Het belangrijkste is dat ik mens bent
en blijft voor de familie. Mens in de betekenis dat je altijd in speelt
op vragen en altijd tijd maakt voor vragen te beantwoorden en hoe moeilijk
deze situatie ook is voor de famile, ervoor zorgen dat ze op jouw als zorgverlenen
altijd kunnen bouwen en kunnen vertrouwen. Op jouw als zorgverlener maar
ook als persoon
Gewetensbezwaren
van de verzorgende
In de verpleeghuiszorg werk je allemaal
met deskundige mensen. Mensen met nadruk. Ook bij de verzorging van de
palliatieve bewoner kan het weten dat je moeite heb met het uit te voeren
beleid. Hiermee bedoel ik dat je het als zorgverlener zoveel gewetens bezwaren
heb dat je een bepaalde zorg niet kan en wil leveren.
Natuurlijk handel je uit proffecionaliteit
en natuurlijk; heel zakelijk; is het je werk
Het kan niet zo wezen dat je las zorgverlener
iets doet dat niet strookt met je geweten iets uitvoert ondanks dat je
opdracht heb gekregen een bepaald beleid uit te voeren.
Een beleid zeker ook in de palliatieve
zorg in het verpleeghuis word vastgesteld door:
Bewoner
Verpleeghuisarts
Familie en ook verzorging
Er word altijd gehandeld volgens de wens
van de bewoner en met de kennis van de deskundige verpleeghuisarts.
Aan het gene wat deze aangeven en waaruit
ook gehandeld word daar mag en kan ik als ziekenverzorgende niets op tegen
hebben.
Toch als ik moet handellen volgens geldend
beleid of als collega's handelen volgens afgesproken beleid kan je hier
moeite mee hebben.
Als een ziekenverzorgende of een collega
hier moeite mee heb dan zal dit altijd kenbaar gemaakt moeten worden met
leidinggevende en mocht je als verzorger echt bepaalde handelingen niet
willen doen uit geweten dan zal een collega deze moeilijke zorg verlenen
die hier minder moeite mee heeft..
Natuurlijk handel je volgens afspraak
en per order maar het mag nooit niet zo wezen dat het gene wat jouw opgedragen
word jou ernstig met je geloof en of geweten in aanvaring brengt en dat
je dit kan en wil.
Zorg word dus altijd uitgevoerd volgens
wens van de bewoner afspraak en afgesproken beleid en als het een verzorger
gewetensbezwaar oplevert da hij danwel zij een handeling niet wil doen
dan zal deze altijd worden uitgevoerd door een zorgverlener die hier minder
moeite mee heeft.
Mocht ik een bepaalde handeling doen waarbij
ik toch denk dat hier moeite mee heb; denk hierbij aan bepaalde medicatie
toedienen per order arts en wens van bewoner dan zal ik als ziekenverzorgende
meestal geruststelling vinden met eer en geweten dat ik handel volgens
bovenstaande dingen, per order verpleeghuis arts en volgens wens van de
bewoner.
De
rol van het afdelingshoofd bij de palliatieve zorg in het verpleeghuis.
Het afdelingshoofd is eindverantwoordelijk
voor de zorg op een verpleeghuisafdeling. Haar taak ik voornamelijk de
zorg rondom de bewoner te coordineren. Het afdelingshoofd ook het
aanspreekpunt bij contacten met andere disciplines.
Doordat een afdelingshoofd d e zorg rondom
de bewoner coördineert zal het afdelingshoofd ook veelal het aanspreekpunt
wezen voor familie. dit komt omdat bij gesprekken met bijvoorbeeld familie
en verpleeghuisarts het afdelingshoofd veelel bij deze gesprekken aanwezig
is.
Het afdelingshoofd is ook de gene die
verantwoording aflegt ten opzichte van het handelen en uitvoeren van de
zorg aan de bewoner.
Als de toestand rondom de palliatieve
bewoner snel achteruitgaat en verslechterd is het afdelingshoofd (bij afwezigheid
avond/nacht of weekendhoofd) degene die de familie benaderd.
De
rol van de verpleeghuisarts
De verpleeghuisarts is eindverantwoordelijk
omtrend de zorg aan de palliatieve bewoner.
Mochten er echter "medische fouten" gemaakt
zijn door een uitvoerend verzorger dan is de verzorger hiervoor verantwoordelijk.
De verzorger weet wat deze mag dien en wat niet Gebeuren hier dingen
of handeld de verzorger in handelingen die eigenlijk niet mogen volgens
diploma dat valt dit onder veranwoording van de verzorgende en niet
onder verantwoording van de verpleeghuiarts.
Ook is de verpleeghuisarts degene die
samen met de bewoner en familie afspraken maakt omtrend handelen en het
beleid wat gevoerd gaat worden.
Ook is de verpleeghuisarts degene die
de opdracht geeft tot het toedienen van medicatie of het veranderen van
medicatie.
De verpleeghuisarts zal regelmatig bij
de palliatieve bewoner langsgaan en indien de bewoner nog dingen aan kan
geven bespreken hoe te handelen en wat er aan de hand is.
De verpleeghuisarts heeft ook een eigen
docier; het medisch docier.
Dit is anders dan het zorgdocier omdat
in het zorgdocier alle diciplines schrijven en in het medisch docier het
voornamelijk gaat omtrend de medische dingen omtrend de bewoner.
De verpleeghuisarts is degene die inspeelt
opvragen van bewoner; familie en verzorgende omtrend de zorg aan de bewoner.
Handelingen gebeuren volgens opdracht
en per order de verpleeghuisarts
De
rol van de geestelijk verzorger bij de palliatieve bewoner in het verpleeghuis.
De rol van de geestelijk verzorger bij
de palliatieve zorg is van enorm groot belang.
Veelal heeft de geestelijk verzorger in
de voorgaande tijd goed contact met alle bewoners. Dit omdat juist een
geestelijk verzorger een vertrouwensband heeft met de bewoners. Uit ervaring
weet ik dat juist de geestelijk verzorger goed op de hoogte is van eventuele
angsten voor de dood.
Juist omdat er zo'n vertrouwensband is
en zeker in de laatste plaats niet dat een geestelijk verzorger kan bijdragen
voor een goede begeleiding voor de bewoner in de laatste levensfase is
de rol van de geestelijk verzorger erg groot.
Een bewoner hoeft niet gelovig te zijn
om met de pastorale zorg in contact te komen. Veelal is de pastorale zorg
in het verpleeghuis de vertrouwenspersoon van het huis. Een pastorale zorg
kijkt niet naar de achtergrond van de bewoner en ook niet naar afwijkende
geloven dan haar.
Ze staat open voor zowel katholiek christelijk
geloof en meer. Mocht de palliatieve bewoner een eigen pastoor of een iemand
van haar of hem geloof willen hebben dan zal dit geregeld worden.
Als de geestelijk verzorger bij de bewoner
komt vraagt zij wat de bewoner wil. Wil de bewoner bidden wil de bewoner
praten over angsten; bijvoorbeeld voor de dood. Of wil de bewoner gewoon
een praatje maken met haar. Als de bewoner de bewoner aar geestelijke muziek
wil luisteren zorg de pastorale zorg daarvoor.
Echter het belangrijkste is mens te zijn;
open staan voor de palliatieve bewoner en het helpen. Helpen bij levensvragen
en voor rust.
De pastorale zorg. Zorg die onmisbaar
is.
De
rol van de voedingsassistent bij de verzorging van de palliatieve bewoner.
De voedingsassistent is de persoon die
bij de verzorging van de palliatieve bewoner op de verpleeghuisafdeling
voorziet van eten en drinken.
Zij is niet alleen daar voor verantwoordelijk;
want een ieder van de verzorging zal de voedingassistent bijstaan (als
de zorg op de afdeling dat toestaat) bij het helpen van mensen bij het
eten en drinken.
Ze bied hulp bij het drinken aan en geeft
ondersteuning daar waar dat nodig is bij de bewoner. Ook houd zij een vochtlijst
bij waarop ze exact vermeld wat de bewoner eet en drinkt. Door deze informatie
te verzamelen is er een goed overzicht van de voeding en vochtopname
bij de bewoner.
problemen met het eten en drinken gaan
via haar naar de instellingskeuken en de dietiste toe.
Als voorbeeld dat een bewoner moeite heeft
met
eten omdat deze bewoner niet meer
kan kauwen of hier moeite mee heeft.
Dan kan ze via de diëtiste en instellingskok
zorgen voor gemalen eten.
Bijzonderheden doet ze rapporteren in
het zorgdocier onder vermelding voedingsassistent zodat een ieder die deze
informatie zoekt deze vind; bijvoorbeeld de verpleeghuisarts.
De
rol van de fysiotherapeut bij de verzorging van de palliatieve bewoner
Een bewoner kan als gevolg van langdurig
liggen op bed last krijgen van doorligplekken en druk plekken. Palliatieve
zorg kan immers dagen; weken danwel maanden duren Als ik zal ziekenverzorgende
dit constateert dan vermeld ik dit in het zorgdocier.
Een fysiotherapeut leest deze informatie
ook en zal langsgaan bij de bewoner. Door met zijn deskundigheid te handelen
kan hij oplossingen en ook aanpassingen verzinnen en toepassen om bijvoorbeeld
het ligconfort te verbeteren danwel de bewoner een zodanige hulpaanpassing
in bed te geven dat pijn en mogelijke drukplekken voorkomen kunnen worden.
Duidelijkheid
Pijnbestrijding
wat is dat.
Pijnbestrijding houd in dat je als verpleging
en ook verzorging er alles aan doet om de bewoner in de laatste levensfase
en zo'n comfortabel mogelijk leven heeft zonder dat hij of zij een ondraaglijke
pijn heeft. Dit die je via vooraf afgesproken regels en mocht er tussentijds
iets veranderen gebeurd dit per order van.
Zelf kan je observeren bijvoorbeeld drukplekken
en wonden.
In overleg met arts zal altijd worden
gekozen om de toestand zeker met pijn niet te verergeren. Pijnbestrijding
betekend vooral confort bieden en zorgen dat ondanks pijn, waarvoor men
middellen heeft en eventueel ook toepast zodat het leven in de laatste
levensfase waardig is.
Pijnbestrijding.
Vooroordeel: Morfine.
Het kan wezen dat een bewoner door zijn
lichamelijke toestand, denk hierbij aan wonden maar ook door ziektes bijvoorbeeld
kanker te maken krijgt met pijn in de laatste levens fase.
Pijnbestrijding in het verpleeghuis is
een belangrijk onderdeel van de palliatieve zorg. Pijnbestrijding is een
stappenplan wat ten aller tijden met:
Bewoner
Verpleging
Verpleeghuisarts
Relaties word doorgenomen.
Centraal staat wat wil,de bewoner en ook
wat wil de bewoner niet.
Pijnbestrijding begint met paracetamol
en als dit niet werkt heeft men een groot aantal middellen om de pijn tegen
te gaan en het hoeft niet met morfine of andere opiaten te eindigen.
Pijnbestrijding word met de bewoner doorgesproken
op een moment dat een bewoner nog keuzes kan maken over wat hij wel dan
niet wil.
Pijnbestrijding is iets wat in goed overleg
met alle partijen word doorgesproken met de bewoner en de wil van de bewoner
als uitgangspunt.
Het toedienen van opiaten gebeurd volgens
duidelijke afspraken en niemand mag iets toedienen zonder goedkeuring van
en arts.
Met morfine geef je geen hoeveelheid dat
dit de dood tot gevolg heeft.
Morfine kan zorgen dat een bewoner die
aan het vechten is tegen de dood en dit zelf niet wil rust krijg en dat
zoals de bewoner dit zelf wil rust krijg
Morfine zorgt voor een normale rustige
ademhaling en zeker voor bewoners en ook relaties van de bewoner willen
nooit dat een naaste het benauwd heeft tijdens de laatste levensfase.
Als verzorging voer je een beleid uit
vastgesteld door bewoner relaties van de bewoner en verpleeghuisarts.
Wilsverklaring.
Als een bewoner nog keuzes kan maken is
er altijd een gesprek met de bewoner en de verpleeghuisarts en de relaties
van de bewoner. Uitgangspunt is wat de bewoner wil als hem of haar iets
overkomt en zij of hij geen keuzes kan maken.
Wil de bewoner worden ingestuurd naar
een ziekenhuis, waar met met hun specifieke kennis de aandoening bestrijd
Wil men sondevoeding
Wil men gereanimeerd worden.
Hele moeilijke keuzes maar zeer essentiele
keuzes die hoe moeilijk ze ook zijn bekend moeten zijn.
Dit omdat men nooit niet wil dat
men keukens maakt die de bewoner niet wil of niet wou. Zaak is ook voor
de zorg van de bewoner dit bij noodgevallen bij de hand te hebben zodat
men weet wat te doen en zeker ook wat de bewoner wel dan niet wou.
Een wils verklaring in het verpleeghuis
word bijgesteld en zal regelmatig worden geevalueerd.
Het gaat er niet om wat de verpleging
wil, niet om wat de naaste wil maar om wat de bewoner wil.
Het wensmenu.
Het wens menu word toegepast in het verpleeghuis
bij mensen die problemen hebben met het eten of dusdanig weinig voedingsstoffen
voldoende te laten eten
Ook in de palliatieve zorg of de periode
die voorgaat aan deze periode is word het menu aangepast en gaat de bewoner
over van het normale keuze menu naar het wensmenu. Het grote voordeel van
het wensmenu is dat de bewoner een keuze maakt wat hij echt die dag of
de volgende dag wil eten. Doordat hij of zij buiten het normale menu kiest
zullen er vaker dingen opstaan de afwijkend zijn ten opzichte van de mede
bewoners.
Doel is dat door de keuze ie is gemaakt
via het wensmenu de bewoner (voldoende) voedingsstoffen binnenkrijgt en
of eet wat hij echt lekker vind en dus waarschijnlijk beter zal eten dan
als hij gekozen zou hebben in het keuzemenu.
Voeding.
Bij de zorg van de palliatieve bewoner
is een aantal stappen te onderscheiden
Van het zelf kunnen eten tot het niet
meer eten.
Samenwerking met ander disciplines is
van groot belang zeker met ook een dietiste die veranderingen in het eten
door kan geven en ook aanpassingen aan kan geven aan keuken.
Een bewoner zal in het begin zelf voedsel
tot zich kunnen nemen maar naar mate men naar de laatste levensfase gaat
zal de bewoner minder gaan eten.
Hetzij doordat een bewoner dit wil hetzij
omdat het stervens proces en daar mogen wij als gezonde mensen geen invloed
op hebben een aantal fases doormaakt.
Als een bewoner minder gaat eten kan men
gaan kijken naar oorzaken.
Is het eten te grof heeft een bewoner
moeite met slikken of heeft een bewoner niet de mogelijkheid het eten tot
zich te nemen.
Gaat het kauwen moeilijker dan kan men
overgaan op het malen van eten. Dit omdat de bewoner dan het eten niet
hoeft te kauwen en toch eten tot zich kan nemen.
Gaat dit niet en de bewoner kan zelf eten
dan kan men uiteraard ook op fijn gemalen overgaan.
Zaak als verzorger is zeker ook met eetproblemen
hier altijd snel melding van te maken en dit zeker ook met leidinggevende
en arts bespreekbaar te maken zodat er via de wegen in het verpleeghuis
actie op kan worden ondernomen.
Gaat het eten niet of met moeite dan zal
er altijd iemand gaan helpen met eten zodat de bewoner als zij dit wil
nog kan eten.
de bewoner staat centraal en de wens van
de bewoner in het somatische verpleeghuis staat voor al, wat ook mijn interne
gevoelens zijn.
Ik weet dat een bewoner moet eten om te
leven.
Ik weet ook dat een bewoner als hij niet
eet in zekere mate verzwakt gaat worden.
Hoewel ik dit weet mag ik nooit iemand
dwingen om te eten. Het enige wat ik kan doen is iemand stimuleren om te
eten en daarbij altijd ondersteuning en ook hulp te geven. Wil een bewoner
niet eten dan zal ik dit moeten respecteren. Als een bewoner niet wil eten
dan zal dit worden aangegeven aan de leiding op de verpleeghuisafdeling
en er zal ook worden gerapporteerd.
Waarom?
Als het vermeld staat kan er actie worden
ondernomen en men kan het eten aanpassen
Als het vermeld staat staat ook welke
acties zijn ondernomen.
Als het vermeld staat zal dit zijn doorgesproken,
veelal mondeling met de relaties van de bewoner.
Als het vermeld staat kan ik als verzorgende
en ook mijn collega's aantonen dat van onze zijde dingen zijn geobserveerd
en dat men het in ieder geval heeft geprobeerd.
De wil van de bewoner staat centraal en
mocht een bewoner echt niet meer willen eten omdat zij het niet wil of
omdat het lichaam op is dan gaat met over en handelen volgens de wil van
de bewoners zoals vooraf is vastgesteld.
Het kan wezen dat men kiest voor sondevoeding
het kan wezen dat men dit niet doet.
Alleen de bewoner heeft deze keuze en
de keuze van de bewoner zal worden gerespecteerd.
Vocht.
Een ieder moet ongeveer anderhalve liter
vocht per dag tot zich nemen. Ook de bewoners in het verpleeghuis hebben
dit nodig.
Enige dagen zonder eten kan men maar enige
dagen zonder vocht is een groot probleem.
Als een bewoner zelf kan drinken dan kan
hij of zij gewoon kiezen wat hij of zij wil. Gaat het drinken moeilijker
dan kan men kiezen voor aangepast materiaal om te drinken,. denk hierbij
aan een tuitbeker zodat de bewoner toch vocht tot zich toe kan nemen. Ook
kan men als men moeite heeft met slikken het drinken in gaan dikken zodat
de bewoner in ieder geval vocht tot zich kan innemen. Gaat het niet of
heeft een bewoner moeite met drinken in het verpleeghuis dan zal ten aller
tijde hulp worden geboden.
Op een verpleeghuisafdeling is een fantastisch
iemand; de voedingassistent die zich op een zeer goede manier bezig houd
met vocht en voeding. Ook het verzorgende personeel levert een belangrijke
bijdrage bij het opnemen van vocht bij de bewoner.
Gaat een bewoner minder drinken dan zal
hier schriftelijk over worden gerapporteerd en dan zal zeker zeer snel
met deze geobserveerde problemen worden omgegaan.
Vocht heet een ieder immers nodig
Het eerste wat men automatisch doet is
het aanleggen van een vochtballans. Dit om inzage te krijgen in wat een
bewoner per 24 uur tot zich neemt. Dit word automatisch gedaan en ook gehandhaafd.
Valt het op dat een bewoner gedurende langere periode te weinig drinkt
dan kan men hier actie op nemen.
In de palliatieve zorg in het verpleeghuis
zal op vallen dat naarmate de bewoner naar de laatste levensfase toegaat
met minder gaat drinken. Men kan hulp bieden en men gaat veelal werken
met een soort powerdrinks, een mengel van vocht en ook voeding om in ieder
geval de benodigde hoeveelheid vocht en voedingsmiddelen binnen te krijgen.
De bewoner zal ten aller tijde hulp krijgen
bij het drinken en het mag nooit zo wezen dat om welke oorzaak dan ook
drinken blijft staan omdat er geen "tijd" is.
-
Vooropgesteld dat de wil van de bewoner ten allertijden gerespecteerd dient
te worden mag ik wel stimuleren tot drinken maar ik mag nooit niet iemand
dwingen tot drinken.
Ik weet heel goed dat als een bewoner
langere tijd niet drinkt dit een gevaarlijke situatie op kan leveren.
Zaak is dan ook volgens afspraken te handelen
wat we gaan doen en die vooraf door de bewoner is bepaald. Zaak is wel
bij verslechterd eten en drinken altijd de familie op de hoogte te stellen
om communicatie stoornissen en zeker ook onduidelijkheden te voorkomen.
Drinkt een bewoner niet meer en krijgt
een bewoner ondanks alle hulp niet zijn vocht binnen dan zal volgens de
wil van de bewoner gehandeld gaan worden.
Het kan dat men kiest voor vocht toedingen
via een andere manier; het kan wezen dat men kiest voor een abstinerend
beleid, een aanbiedend beleid.
Aanbieden helpen ondersteunen maar wel
respecteren wat de bewoner wil.
Decubitus
Decubitus in de volksmond ook wel doorliggen
genoemd.
Bij de zorg in het verpleeghuis aan de
palliatieve bewoner is men adequaat in de bestrijding van doorliggen. Als
de bewoner voor langere tijd op bed lig word er altijd al gebruik gemaakt
van smeren van zalven op kwetsbare plaatsen waar decubitus kan ontstaan.
Denk hierbij vooral aan billen, hielen, oren en de rug.
Doordat je in een vroeg stadium begint
te smeer, dit helpt de doorbloeding immers, kan je een hoop leed voorkomen.
Dreigen er toch drukplekken te ontstaan en de bewoner verblijft langer
op bed dan gaat men over op het gebruik van een anti decubitus matras.
Dit heb je in verschillende vormen.. Je heb ze van schuimrubber maar ook
luchtbedden. Door bij de bewoner deze matrassen toe te passen kan
een hoop leed voorkomen worden. Ook het geven van wisselligging bied
een oplossing, daar waar je om de twee a drie uur de bewoner in een andere
houding plaatst.
Het kan bijvoorbeeld wezen dat de bewoner
een bepaalde houding niet prettig vind en dan houd men twee zijden over.
Het gevaar wat altijd aanwezig is is dat ondanks alles toch decubitus voor
kan komen.
Een bewoner die veel op bed ligt en dat
is zeker bij de palliatieve bewoner het geval kan als gevolg van het verminderd
eten drinken en het op bed liggen last krijgen van kleine steeds groter
wordende wonden. zaak is van de verzorger hier snel op te reageren. Via
de verpleeghuisarts die zeker beide palliatieve bewoner regelmatig langs
komt word een eventuele goede wondbehandeling afgesproken. Zeker als je
kijkt naar de laatste fases van het leven zal deze niet gericht zijn op
herstel van de wonden maar zeker op achteruitgang te voorkomen en of te
beperken.
Een groot nadelig effect is van doorliggen
is de pijn die de bewoner heeft maar daar word goed in het verpleeghuis
mee om gegaan.
De familie en de relaties
De
familie van de somatische bewoner.
De familie speelt een hele belangrijke
rol rondom de zorg van de bewoner.
Doordat je als ziekenverzorgende en andere
zorgverleners intensief omgaat met de bewoner maar ook met de naaste van
de bewoner heb je veel contact met de relaties van de bewoner.
Zorg kan altijd beter en regelmatig is
er contact met de familie om de zorg te verbeteren en ook aan te passen
aan de wens van de bewoner.
Toch is het niet altijd rozegeur en maneschijn.
Daar heb ik alle begrip voor want als
ik eerlijk ben en er zou van mij als ziekenverzorgende een naaste in het
verpleeghuis liggen dan zou ik ook anders zijn en zeker ook zeer kritisch.
Ik zou zeker de verzorging aanspreken op het goede maar soms ook de aandachtspunten
aangeven rondom de zorg aan een naaste.
Persoonlijk vind ik het niet altijd leuk
als ik als verzorgende word aangesproken waarom bepaalde dingen niet zijn
gebeurd.
Daar baal ik ook soms van, maar als ik
eerlijk ben; de familie heeft hier soms het volste recht toe. Ik zou het
ook niet altijd pikken.
Ja, ik zou er alle begrip voor hebben
dat het druk is en dat er weinig mensen lopen. Ik zou ook begrip hebben
dat soms dingen wat later zijn; maar toch. Dit wetende; het gaat om mijn
naaste.
Het is mijn naaste waarbij dingen niet
gebeurd zijn.
weetje; als ik een behanger laat komen
voor mijn huis en het is niet goed dat zal ik dit ook aangeven toch?
Als ik voor de kerst bij de bakker een
goede dure kerststol bestel en ik krijg een halve Wibra kerstsol dan sta
ik ook op de stoep toch.
Heb ik dan reden om te klagen? Zeker.
Als mijn naaste in een verpleeghuis ligt en ik zie soms gebreken in de
zorg dan heb ik toch ook reden om de verzorging aan te schieten.
Verzorgers zijn altijd net mensen.
Ik vind het soms "vervelend" maar ik heb
er regelmatig begrip voor.
Buiten dit aandachtspuntje heb je gewoon
bij de zorg rondom de bewoner en goed contact met de familie.
Dit omdat je de bewoner lang en intensief
verzorg. Doordat je op een verpleeghuisafdeling mensen voor langere tijd
verzorg krijg je als verzorger vanzelf een goed contact met de familie.
Dit omdat je familie altijd aanspreekt
als ze op de kamer zijn bij hun naaste. Ook zie je de familie regelmatig
lopen bij en met de bewoner. Doordat je de famille regelmatig ziet ontstaat
meestal wel een binding met de familie.
De familie is ook enorm belangrijk bij
de zorg. Door de familie bij de verzorging te betrekken; bijvoorbeeld om
dingen te weten te komen en maar ook om regelmatig te praten over de zorg
ontstaat er een wisselwerking van begrip en vertrouwen.
Ze vertrouwen op jou deskundigheid en
zien dat je intensief bezig ben om de zorg van hun naaste in goede banen
te lijden.
Ook ziet de familie dat je zorg verleent
die een thuiszorg; verzorgingshuis of de familie niet mee kan leveren.
Door je zeker als mens en als open ziekenverzorgende
open te stellen merk je dat je waardering krijgt; waardering in de zin
dat de familie waardeert dat je dit mooie werk in de zorg doet.
Het
contact met de famille bij achteruitgang van hun naaste
Als de toestand van de bewoner achteruit
gaat; en dit gaat stapje bij beetje dan zullen er regelmatig gesprekken
plaatsvinden met bewoner vepleeghuisarts verzorging en ook familie.
Bij dit contact bedoel ik met nadruk de
directe naaste; bijvoorbeeld man/vrouw of kinderen.
Ook kan de familie altijd terecht met
vragen en mocht de gene die het antwoord niet weten dan zal er altijd voor
een oplossing gezocht worden om de familie te helpen.
Ook kan de familie altijd 24 uur per dag
met de afdeling bellen omdat verpleeghuiszorg een continu zorg is.
Wat wel belangrijk is dat bij gesprekken
met de familie en verzorging altijd de bewoner die verzorgd word centraal
staat. Het gaat altijd om wat het beste is voor de bewoner die verzorgd
word en klikt misschien raar minder om de familie.
Mocht er bij de zorg wat veranderd zijn
(lichamelijk) dan word er contact opgenomen met de zaakwaarnemer.
Dit omdat er verwacht word dat de zaakwaarnemer
dingen vermeld dat deze via zijn eigen netwerk de informatie doorspeelt.
Als afdeling word niet de gehele familie
opgebeld. Ten eerste word er verwacht dat de contact persoon dit doet(
Bij afwezigheid van de eerste contactpersoon heb je altijd als afdeling
het telefoonnummer om de tweede of de derde contactpersoon te bellen).
Ook zal er als afdeling zorgvuldig worden
omgegaan met onderliggende (familie problemen). Begrijp me goed dat ik
me als ziekenverzorger niet bezighoud houd met de ruzies in de familie
maar de zorg aan de bewoner.
Deze zorg is intensief en kost erg veel
tijd.
Als ik als zorgverlener me bezig moet
bezighouden met problemen in de familie dan gaat dit ten koste van directe
bewonerszorg, zorg waar alle bewoners op dat moment onder lijden; en dan
kan niet.
Mocht de toestand van de bewoner echt achteruitgaan
dan word dit kenbaar gemaakt.
Doordat de famille op de hoogte is van
(lichamelijke) veranderingen zullen in de voorgesprekken al signalen naar
de familie toe naar buiten zijn gekomen wat de prognose is. Niet van tijd
van leven; maar wat er in het lichaam gaande is.
Familie is op de hoogte wat e lichamelijk
aan het veranderen is en wat er er nu mee gedaan word.
Voorbeeld.
Een bewoner heeft na een beroerte waarvoor
deze is opgenomen een TIA of een CVA gehad.
Er zal contact worden opgenomen worden
met familie en dit zal worden vermeld.
Ook zal famille op e hoogte worden gesteld
wat dit is; wat de huidige toestand is; wat er gedaan word en/of het wenselijk
is dat de familie direct komt.
De keuze om te komen hangt af van de familie;
het is alleen een advies.
Ook heeft de famille door contact met
verpleging en vepleeghuisarts een beeld wat er gaande is en veelal heeft
de famille vele vragen gesteld dat zij zich ook een goed beeld hebben gevormd
wat de huidige toestand is en mocht bijvoorbeeld een TIA hebben plaatsgevonden
wat het gevolg hiervan is.
Komen ze niet en besluiten later te konen
dan zal al dan niet een advies aan de familie worden gegeven.
Als professioneel zorgverlener heb je
een beeld wat iets is en zeker ook bijvoorbeeld bij een TIA weet je wat
het is en (ook al heb je geen oordeel over tijd van leven) weet je dat
het gevolg hiervan is of de familie bijvoorbeeld s'middags langs kan komen
of dat het gewenst is dat de familie geadviseerd word direct te komen.
De keuze van het wel dan niet direct bellen
is een keuze die word gemaakt in overleg met leidinggevende (en eventueel
verpleeghuisarts). Veelal verzorgd een leidinggevende ook voor het contact
opnemen met de familie.
Al naar gelang de wens van de bewoner en
de toestand van zijn huidige toetans kan besloten worden of zijn de bewoner
op een rustieg kamer te verzorgern; familie word hiervan op de hoogte gesteld.
Zorg
aan de palliatieve bewoner en zijn naaste relaties; alles kan niets hoeft.
Mocht de tetstand van de bewoner zodanig
wezen dat aan de familie geadviseerd word bij de bewoner te blijven dan
zullen vanuit de zorgafdeling diverse mogenlijkheden geschapen worden om
dit goed en netjes te laten verlopen.
Stel dat de familie wil blijven waken
dan is het mogenlijk om op de slaapkamer eventueel een extra bed te plaatsen
daar waar het voor de familie ook een intensive (emotionele) periode is.
Er word gezorgd voor privacy; er word
eventueel een bedgordijn geplaats om toch meer als familie bij elkaar te
zijn.
Vanuit de afdeling word er gezorgd
voor voldoende koffie en thee en ook met eten zijn er indien gewenst diverse
mogenlijkheden.
Veeal is het mogenlijk om via de instellingskeuken
extra maaltijden te bestellen of brood voor degene die waken. Als verpleeghuisafdeling
is het echter onmogenlijk om voor een grote groep mensen te zorgen; omdat
buiten de zorg aan de bewoner (onze primare hoofdzaak) de zorg aan alle
andere bewonerrs ook alle aandacht verdient.
Als zorginstelling is het onmogenlijk
een deel van je krappe dagbezetting in te zetten voor de fanmilie. Onze
hoofdzaak blijft de zorg. Wel is het mogenijk altijd de verzorging aan
te schieten bij vragen.
Ook zal de verzorging de familie regelmatig
bezoeken en zien.
Bij de directe bewonerszorg word soms
gevraagd de kamer te verlaten; maar veelal gaat de familie uit zichzelf
even naar buiten om ons als verzorging ook het gene te laten uitvoeren
wat van ons verwacht word.
Na de verzorging zal altjd even worden
kortgesloten hoe het is gegaan en of er bijzonderheden waren of zijn.
Mocht een bewoner overlijden dan kan de
familie altijd indien gewenst geheel of gedeeltelijk hierbij anwezig zijn
bij het verlenen van de laatste zorg.
Autmatisch condoleer je de familie en
bij het verlaten zeg je de familie gedag en wens je ze veel sterkte.
De familie zal je waarschijnlijk nog driemaal
zien.
Bij de begrafenis; de herdenkinsdienst
en de evaluatie van zorg.
Als de bewoner overleden is
Stappen
op de verpleeghuisafdeling na het overlijden van een bewoner.
Als een bewoner verleid in het verpleeghuis
volgen de volgende stappen:
(Behoudens dat ik als ziekenverzorgende
wel mag observeren dat iemand is overleden maar niet mag vaststellen dat
iemand is overleden; dat mag alleen een (vepleeghuisarts).
Er word contact opgenomen met een arts
Er word contact opgenomen met de leidinggevende.
Er word contact opgenomen met de zaakwaarnemer
(als deze er niet is).
Er word contact opgenomen met de medebewoners.
Er word contact opgenomen met je collega's
Een arts
Mag alleen een overlijden van een bewoner
vaststellen. Ik als ziekenverzorgende mag dingen wel observeren; dat een
bewoner niet ademt bijvoorbeeld maar mag het niet vaststellen hoewel ik
weet dat de bewoner is overleden. De arts alleen mag iemand dood
verklaren.
Een leidinggevende word geroepen om verschillende
redenen
De zorg voor de relaties van de bewoner
De arts te begeleiden naar de bewoner
De zaakwaarnemer als deze er niet is of
niet aanwezig is word opgebeld. Tenzij dit nadrukkelijk is vermeld en ook
kenbaar is gemaakt zal deze niet bijvoorbeeld in de nacht worden opgebeld.
In principe zal bij het overlijden van
een bewoner direct contact worden opgenomen met de familie.
Een keuze dat een de zaakwaarnemer direct
niet komt kan wezen bijvoorbeeld reisafstand of andere redenen bijvoorbeeld
dat de zaakwaarnemer een rechtspersoon is; bijvoorbeeld een notaris.
De medebewoners.
Als een mede bewoner overlijd zal dit
worden aangegeven aan de medebewoners waarmee de overleden bewoner contact
mee had. Dit gebeurd uiterst zorgvuldig en de mede bewoners zullen even
apart gevraagd worden en dan zal het overlijden door de ziekenverzorgende
aan hen worden vermeld.
Veelal geeft dit emotionele reacties wat
logisch is en als zorgverlener maak je altijd tijd voor deze mensen om
ze op te vangen. Ook zorg je ervoor dat er voldoende privacy is op het
moment dat het jet verteld aan de bewoner denk hierbij aan een rustige
omgeving op de slaapkamer op op het kantoor.
Je bied als ziekenverzorgende de mogelijkheid
aan de directe mede bewoners te laten kijken bij hun tafelgenoot of hun
naaste waarmee ze vaak lange tijd hebben samengewoond.
Ook hierbij is er ondersteuning van de
verzorging, het zijn immers ook maar gewone mensen die hier niet voor gekozen
hebben.
Ook zorg je ervoor dat je altijd klaar
staat voor de bewoners en ook geef ik als ziekenverzorgende aan mijn collega's
van de volgend dienst door; met name de nachtdienst dat ik met bewoners
gesproken heb en dat zij eventueel ook bij de overleden bewoner zijn
geweest.
Dit om emoties samen te delen. Juist
op deze ook moeilijke momenten voor de medebewoner is een arm en een luisterend
oor enorm belangrijk.
De directe collega's
Een overlijden van een bewoner heeft zijn
invloed op de directe bewonerszorg op de verpleeghuisafdeling.
Vaak omdat er op de verpleeghuisafdeling
druk is omdat het hoe raar het ook klinkt er tijdelijk handen verdwijnen
van het bed.
Zaak is dat de zorg altijd door moet gaan
en de kwaliteit van zorg behouden moet blijven ook op dit moment. Een goede
organisatie van zorg is juist dan noodzakelijk op de verpleeghuisafdeling.
Vaak word even "kortgesloten " wie wat gaat doen omtrent zorg
Een ieder die op de afdeling werk zal,
zeker ook langs familie lopen om te condoleren omdat je juist ook met bewoner
maar zeker niet in de minste plaats met familie een (goede) band heb opgebouwd
in de periode dat de bewoner op de verpleeghuisafdeling lag.
Ook word er als de bewoner zijn laatste
zorg heb gehad de mogelijkheid geboden aan wie dat wil bij de overleden
bewoner die met liefde is verzorgd te kijken en zo op zijn eigen manier
persoonlijk afscheid te nemen.
De
zorg voor het lichaam van de overleden bewoner.
Als een bewoner is overleden en de arts
heeft officieel verklaard dat de bewoner is overleden dan zal in het verpleeghuis
zorg worden gedragen voor de bewoner.
Er zijn in het verschillende dingen die
men tegenkomt al naar gelang de zorginstelling.
Het kan zijn dat de bewoner de laatste
zorg krijg door de begrafenis ondernemer, die dan de bewoner aflegt en
de laatste zorg verleent.
Ook kan de verzorging zorg dragen voor
de verzorging van de overleden bewoner.
Als een bewoner is overleden en de verzorging
draagt zorg voor het overleden lichaam dan handelt men volgens een protocol
waarin omschreven staat wat er gedaan moet worden en waarin omschreven
staat hoe de zorg optimaal geleverd moet worden. Ook zal het afleggen alleen
door een bevoegd iemand gedaan worden; meestal een gediplomeerde verzorgende
en eventueel een ander persoon een leerling of een helpende.
De gediplomeerde persoon is verantwoordelijk
voor de goede laatste zorg aan de overleden bewoner en draagt zorg dat
de bewoner netjes en verzorgd word.
Ook een ziekenverzorgende is maar een
mens en je geeft zorg aan mensen die je lang heb verzorgd. Ook geef je
zorg aan iemand die overleden is en dit is ik vertel uit ervaring best
wel anders (ik praat over gevoel en mens in de verzorger).
Je praat met de overleden bewoner......raar;
maar je heb sommige bewoners lang mee gemaakt en met liefde voor je vak
verzorgd. Juist bij de zorg voor de overleden bewoner houd de verzorging
niet op.
Je blijft vooral mens.
De familie mag en kan hierbij aanwezig
zijn als zij hier prijs opstellen en dat zal altijd worden gevraagd. Het
kan wezen dat familie het niet wil het kan wezen dat familie het wel wil.
Gekozen kan worden dat een familie lid
samen met een gediplomeerde ziekenverzorgende deze laatste zorg geeft het
kan wezen dat familie erbij is als de laatste verzorging door de verpleging
word gegeven.
Juist ook bij palliatieve zorg in het
verpleeghuis is het zo dat er zeer veel kan en mag maar dat niets hoeft
als mensen daar geen prijs opstellen.
De mogelijkheden zijn altijd aanwezig.
De medebewoners
Een bewoner in het verpleeghuis heeft
veel contact met zijn tafelgenoten. Sommige bewoners hebben minder contact
dan de anderen maar toch is er automatisch een onderliggende band. Voor
medebewoners is het moeilijk dat een bewoner zieke is en als gevolg daarvan
overlijd.
Zaak van mij is als ziekenverzorgende
de medebewoners altijd te woord te staan en me zeker als mens op te stellen.
Tijd maak je voor een bewoner die zijn tafel genoot is overleden of erg
ziek is. We zijn allemaal mensen en zeker ook de bewoners in het verpleeghuis
hebben het besef dat als iemand niet of langere tijd niet aan tafel komt
dat hij ziek is.
Ook zal ik als ziekenverzorgende openstaan
voor vragen en mits met beperkingen de mede bewoners waarmee de palliatieve
bewoner contact heeft op de hoogte houden.
Ook geef ik de medebewoners de mogelijkheid
om naar de buurman of buurvrouw toe te gaan als deze erg ziek is.
Dit doet zowel de palliatieve bewoner
als ook de tafelgenote goed.
Mocht een bewoner overlijden dan is het
mogelijk om op de kamer met de tafelgenoten afscheid te nemen. We zijn
allemaal mensen en ook dit hoort er bij en dit gebeurt ook. Een ieder gaat
immers ook afscheid nemen als een naaste overlijd en waarom zal dit in
het verpleeghuis niet gebeuren.
Als er een herdenkingsdienst is dan zullen
de tafelgenoten maar ook medebewoners die dit willen hierbij berokken worden.
De begrafenis
Meestal stuurt de familie naar de verpleeghuisafdeling
een kaartje. Dit word altijd door de verzorging gewaardeerd. Vrijwel altijd
staat op het kaartje de plaats van begraven; tijdstip en dergelijke.
Veelal gaan er een of twee personeelsleden
die de bewoner verzorgd hebben naar de begrafenis toe. Dit omdat ten eerste
dit veelal door de achterblijvende relaties van de bewoner enorm word gewaardeerd.
Ten tweede is het zeker een vorm van respect voor de overleden bewoner
en de relaties van de bewonder om als zorgverlener bij de begrafenis aanwezig
te zijn.
Soms word tijdens de begrafenis ook stilgestaan
door de familie bij de zorg die het verzorgend en verplegend personeel
heeft geleverd bij de zorg van hun naaste.
Het hoeft niet maar het is; dit klinkt
misschien raar; prettig om te horen. Pluimen krijg je weinig, veren ook
weinig; maar dit zijn fijne dingen om te vernemen, dat je zo enorm
je best en menselijk met de naaste van de overleden bewoner bent omgegaan.
De
herdenkingsdienst.
De herdenkingsdienst word een maal per
half jaar gehouden. Tijdens de herdenkingsdienst worden alle bewoner van
het verpleeghuis herdacht en er word samen met familie van de bewoners,
medebewoners en verzorgers stil gestaan bij het overlijden van hun
naaste en degene die wij als verzorgers hebben verzorgd.
Tijdens de herdenkingsdienst word gebeden
en ook geestelijke uniek gedraaid.
Ook worden tijdens de herdenkingsdienst
alle namen opgenoemd van alle bewoners die tijdens dat half jaar zijn overleden.
De namen van de overleden bewoners worden stuk voor stuk opgenoemd.
Ook worden voor de overleden bewoners
kaarsen aangestoken en het geheel word afgesloten met een gebed.
Het is belangrijk dat er een herdenkingsdienst
is omdat het voor familie veelal de laatste keer is dat ze terugkomen op
de plaats waar hun naaste is overleden. Ook is er altijd de mogelijkheid
om mensen te spreken die direct bij de zorg van hun naaste betrokken waren
en zeker ook de bewoners waarmee de naaste heeft gewoond te zien.
Een herdenkingsdienst is op vrijwillige
basis te bezoeken maar een ieder die een naaste heeft verloren in het verpleeghuis
word uitgenodigd om te komen.
Evaluatie.
Als verpleeghuis bied men gespecialiseerde
zorg en in mijn ogen is palliatieve zorg een van de moeilijkste dingen
in mijn vak.
Het is moeilijk om mensen die je zoveel
liefde heb gegeven en ook van heb gekregen te verliezen. Vele bewoners
wonen lang op een verpleeghuisafdeling en je hebt hoe raar het ook is een
band met de bewoner. Natuurlijk het is mijn werk en dit is slechts een
onderdeel van mijn werk maar ik ben ook maar een mens.
Als een bewoner is overleden volgt er
na een aantal maanden een evaluatie van de geleverde zorg samen met verpleeghuis
en relaties van de bewoner.
Doel is terug te kijken op de laatste
levensfase van de bewoner en wat er verbeterd kan worden vanuit het verpleeghuis
en wat men ook bij andere bewoners aan kan passen. Ook word teruggekeken
hoe men het ervaren heeft.
Ook naar de positieve dingen word gekeken
veelal, dat valt me persoonlijk op, is men ondanks dat men moeite heeft
omtrent het opnemen van een naaste in het verpleeghuis en het overlijden
positief omtrent de zorg.
Als verpleeghuisafdeling ben je niet gespecialiseerd
in deze zorg maar je doet met z'n allen je uiterste best om de bewoner
zo goed mogelijk te verzorgen en het klinkt raar maar ondanks drukte (wat
niet van toepassing mag wezen bij de palliatieve zorg; daar maak je gewoon
ruim de tijd voor) weet je op een goede menswaardige manier om te gaan
met de palliatieve bewoner en hun relatie.
Bijlage
protocol
zorg aan de overleden bewoner; zorg na het overlijden.
Doel.
Overleden bewoner ziet er netjes en verzorgd
uit volgens wens van bewoner en/of naasten.
Algemene opmerkingen vooraf.
De lichamelijke verzorging van de overleden
bewoner wordt in overleg met de naasten vorm gegeven. Dit houdt in dat
de naasten betrokken worden in het gehele proces van de verzorging. Deze
betrokkenheid kan betekenen dat naasten de zorg volledig overgeven aan
de verzorgenden, maar kan ook betekenen dat men persoonlijk mee wil helpen
met de verzorging of de verzorging zelfs totaal wil overnemen. Alle denkbare
varianten zijn in principe mogelijk binnen de mogelijkheden van het verpleeghuis.
Er dient rekening te worden gehouden met cultuurbepaalde verschillen in
rouwverwerking en verzorging van overledenen, waar mogelijk wordt hieraan
tegemoet gekomen. De attitude van de verzorgende is gericht op ondersteuning
van de naasten, belangrijk aspect hierin is communicatie en informatieverstrekking.
De verzorging wordt minimaal door 2 personen
gedaan.
Voorbereiding/ voorwaarden.
Overleg met naasten en afdeling inlichten.
Deur sluiten (evt. bordje 'niet storen'
of op slot) gordijnen sluiten .
Kleding klaarleggen in overleg met de
familie zo mogelijk de keuze van de bewoner zelf.
Ondergoed
Bovenkleding
Sokken/panty(kousjes)
Eventueel sieraden, bril, gebit naar wens
van bewoner of familie.
Benodigdheden klaarzetten:
1 grote waskom.
1 kleine waskom.
Persoonlijke toiletartikelen
2 washandjes.
3 handdoeken.
2 lakens en 1 kussensloop.
Latex handschoenen (voor iedere verzorgende/naaste)
Incontinentiemateriaal (grootste capaciteit).
Benodigdheden nagelverzorging (protocol
7).
Overschorten (voor iedere verzorgende/naaste)
Zo nodig verbandmiddelen, bij voorkeur
tegaderm.
Wattenstokjes
Vaseline
Nivea deodorant
Droogshampoo
Schaartje
Make-up (groene oogschaduw)
Sticker/ papier in tweevoud met:
* naam
* geboortedatum,
* overlijdensdatum en tijdstip,
* afdeling.
Uitvoering.
Houdt rekening met de geluiden die de bewoner
nog kan maken omdat resterende lucht nog wil ontsnappen, licht de naasten
die meehelpen bij de zorg hier ook over in.
Zonodig gebit inbrengen (gebruik zonodig
kleefpasta)
Oefen druk uit op de blaas om deze te
ledigen.
Als het haar verzorgd moet worden als
het vet is, spuit dan het haar in met droogshampoo, doe een handdoek eromheen
en laat dit 10 minuten zitten. Daarna kan het uitgeborsteld en verder opgemaakt
worden.
Wassen op bed, met deze uitzondering dat
lauwwarm water gebruikt moet worden en zo min mogelijk zeep. Liefst babyzeep.
Met normale zeep wordt de vetlaag van de huid aangetast en neemt de conditie
van de huid in grote mate af.
Belangrijkste is om gezicht en handen
het liefst helemaal zonder zeep te wassen. Extra aandacht voor de ooghoeken
en de neus, deze goed schoon maken, eventuele neushaartjes wegknippen.
Verzorg na het wassen het gezicht, de
lippen, de oorschelpen en de handen met een heel dun laagje vaseline, de
huid wordt dan minder snel blauw. Vaseline goed insmeren, geen vette laag
achterlaten.
Sluit de ogen (heel belangrijk)
Sluit de mond, dit kan eventueel door
een handdoek in de lengte op te rollen en onder de kin vandaan naar het
achterhoofd toe de handdoek strak te trekken. De handdoek niet knopen maar
de uiteinden strak onder het achterhoofd over elkaar heen leggen, de zwaarte
van het hoofd houdt de handdoek op zijn plaats. Deze ongeveer 12 uur laten
liggen.
Verdere aandachtspunten:
Nagelverzorging
Scheren
Wondjes verzorgen en zonodig afplakken
met tegaderm.
Incontinentiemateriaal aandoen.
Kleding aandoen, haren kammen/opmaken.
Verder lichamelijke verzorging en opmaken
naar wens van bewoner of familie, vlg. p.d.a.'s.
Blauwe plekken in het gezicht kun je vervagen
door middel van lichte groene oogschaduw aan te brengen op de blauwe plek
onder
De make-up of poeder.
Handen vouwen (al naar geloofsovertuiging).
Laken vouwen tot aan het middel.
Afwerking.
Gebruikte spullen opruimen.
Beddengoed en handdoeken in blauwe zak.
Kleding van de bewoner in roze zak naar
de Zonnehuis wasserij doen, of met de familie mee naar huis geven. (zie
p.d.a.)
Kamer netjes en sfeervol maken voor laatste
bezoek naasten.
Afscheid van de bewoner kan plaatsvinden.
Bewoner wordt door 2 verzorgenden naar
het mortuarium gebracht. Op discrete wijze, vermijd drukke momenten.
1 verzorgende gaat vooruit om de sleutel
bij de receptie te halen.
Laken vouwen over het gehele lichaam.
In het mortuarium:
Bewoner overplaatsen van ledikant naar
koelkatafalk. eventueel m.b.v. glijzeil.(tenzij bewoner binnen 3 uur opgehaald
wordt)
Let op: eerst een laken op de koelkatafalk
leggen, bewoner daar boven op leggen. !!!
papier/ sticker op de kleding van de bewoner
en op het gordijn
Laken over de bewoner heenleggen
koelkatafalk aanzetten. Bij warm weer
ook de ventilator aanzetten
(het knopje zit bij de ingang links)
De bewoner achter het gordijn plaatsen
en gordijnen sluiten
Mortuarium sluiten en de sleutel terugbrengen
bij de receptie.
Aandacht voor opvang familie, personeel
en betrokken bewoners. Als men de overleden bewoner in het mortuarium nog
wil bezoeken
dit begeleiden, eerst zelf nog een keer
kijken of alles netjes in orde is.
Persoonlijke spullen van de bewoner verzorgen
in overleg met familie. Bij afgeven van sieraden e.d. aan de naasten hiervoor
een
Afstandsverklaring laten tekenen.
Als de naasten naar huis zijn:
Ledikant en nachtkastje naar de schoonmaakdienst
brengen.
Mutatieformulier invullen.
Verpleegdossier retour secretariaat medische
dienst
Afdelingsspullen huishoudelijk schoonmaken.
Doos of kar met benodigdheden bijvullen.
Nadat de overledene opgehaald is het mortuarium
opruimen.
Verpleeghuizen
profileren zich op palliatieve zorg
Verpleeghuizen zijn bij uitstek de instellingen
die zich op de zorg voor palliatieve terminale patiënten met complexe
problematiek moeten richten, vindt Frans Baar, directeur patiëntenzorg
van het verpleeghuis Antonius IJsselmonde in Rotterdam. Zijn verpleeghuis
heeft al vijf jaar een aparte voorziening voor ongeneeslijk zieke mensen.
Van dergelijke units zouden er op korte termijn minstens honderd moeten
komen, schat Baar. Voor het zover is, moeten wel de nodige financiële
drempels worden weggenomen. Verpleeghuizen betalen de meerkosten van een
palliatieve unit nu nog uit eigen zak. "Daarom zullen we binnenkort extreem
dure patiënten moeten weigeren."
Als geen ander verpleeghuis in Nederland
heeft Antonius IJsselmonde in Rotterdam zich sterk gemaakt voor de extra
zorg voor terminale patiënten. Dat begon al in de jaren '70 met een
oriëntatieproject. Dit kende in de jaren '80 een vervolg met het project
Bijzondere Begeleiding en leidde in 1993 tot een speciale unit voor kortdurende
terminale zorg. Voor het komende jaar heeft het verpleeghuis wederom een
noviteit op de agenda staan: in het voorjaar wordt gestart met een mobiel
palliatieve. Het team wordt opgezet met enkele andere verpleeghuizen en
de Daniel den Hoed Kliniek.
Verpleeghuisarts en directeur patiëntenzorg
van Antonius IJsselmonde Frans Baar is één van de mensen
die sturing gaf aan dit proces. Hij is de grote pleitbezorger van 'de palliatieve
profilering' van verpleeghuizen. Een logische keuze, vindt Baar. 'In Nederland
vervullen juist de verpleeghuizen van oudsher de palliatieve zorgfunctie',
schrijft hij in het voorwoord van het boek 'Lessen van levenden' dat vorig
jaar ter gelegenheid van twintig jaar palliatieve en terminale zorg in
Antonius IJsselmonde werd gepubliceerd. Want, zegt Baar: 'Verpleeghuizen
richten zich op mensen die niet meer te genezen zijn. Zij zijn het die
zich multi- en interdisciplinair richten op care, op zorg. Zij streven
een meerdimensionale en methodische zorg na. Zowel de lichamelijke, psychische
en sociale, als de spirituele aspecten van het lijden krijgen in verpleeghuizen
al jaren veelvuldig aandacht. Niet alleen gaat de zorg uit naar de patiënt,
er wordt in alle Nederlandse verpleeghuizen ook veel aandacht gegeven aan
de naasten van de patiënt.'
Populariteit
Baar schetst hier in zijn enthousiasme
een iets te rooskleurig beeld. Want als bovenstaande al realiteit is, waarom
moet dan zo nodig door de koepelorganisatie van de verpleeghuizen -de Nederlandse
Vereniging voor Verpleeghuiszorg, de NVVz- anno 1998 nog een speciaal Platform
worden opgericht dat zich tot doel stelt de palliatieve zorg in verpleeghuizen
te verbeteren? En waarom hebben nog maar drie van de 326 NVVz-leden een
speciale unit voor palliatieve zorg? En waarom wordt nu door enkele tientallen
verpleeghuizen overwogen binnen nu en twee jaar een palliatieve unit op
te richten?
De plotselinge populariteit van palliatieve
zorg zal daarin een rol spelen. Of anders geformuleerd: voorvechters van
de palliatieve boodschap hebben momenteel de wind mee. Baar erkent dat
er nog wel het één en ander te verbeteren valt. "Vanouds
hebben verpleeghuizen aandacht gegeven aan terminale zorg. Wij hebben veel
ervaring met de zorg voor mensen die dood gaan. In verpleeghuizen bestaat
-meer dan elders- een houding dat de dood bij het leven hoort, dat we de
realiteit onder ogen moeten zien, en daardoor ruimte kunnen geven aan dat
wat mensen in die periode van hun bestaan beweegt. Geleidelijk aan breekt
overal -in de maatschappij, maar ook in alle gezondheidszorgsectoren- het
besef door dat we tegen een ongeneeslijk zieke man of vrouw nooit meer
mogen zeggen dat we niets meer voor hem of haar kunnen doen. We beseffen
nu dat er een andere realiteit aanbreekt als genezing niet meer mogelijk
is. En dus kun je praten over nieuwe doelen. Dat heeft duidelijke consequenties
voor de zorg die je -onder meer- vanuit een verpleeghuis kunt aanbieden.
Artsen en verpleging moeten zich in die huizen meer bewust worden van het
feit dat zij -die al gewend zijn aan een multidisciplinaire benadering-
totale zorg kunnen geven. Zorg die minder uitgaat van datgene wat wij te
bieden hebben, en meer uitgaat van wat de patiënt en zijn naasten
nodig hebben. Deze cultuur van zorg is aanwezig in de verpleeghuizen. Niet
alleen potentieel, maar vaak ook in werkelijkheid. Méér althans
dan in andere instellingen in de gezondheidszorg."
Huiselijker
Aan het uiteindelijke doel van alle betrokkenen
in het palliatieve veld -een verbetering van palliatieve zorg aan alle
stervenden, in alle situaties: thuis èn in de instellingen- kunnen
verpleeghuizen hun steentje bijdragen. Jaarlijks sterven in verpleeghuizen
zo'n 23.000 mensen. Dat is ongeveer 17 procent van het totale aantal overledenen
in Nederland. Voor dit aandeel kan de zorg verbeterd worden. Door meer
éénpersoons-kamers te creëren, door een huiselijker
aankleding, door nadrukkelijker de niet-medische aspecten van het lijden
en het leven bij de zorg te betrekken, door naasten -zeker op het laatst-
nóg meer bij de terminale zorg te betrekken. Baar: "Zo krijgt het
leven van de patiënt en zijn naasten meer kleur."
Maar volgens Baar is er -naast deze 'klassieke'
categorie verpleeghuisbewoners- een tweede groep mensen waarvoor de verpleeghuizen
zich open kunnen stellen. Baar doelt op de groep mensen die vanwege complexe
medische problematiek niet in huis kunnen sterven en voor wie het ziekenhuis
evenmin de geëigende plaats is om te verblijven. Zijn verpleeghuis
heeft inmiddels aangetoond dat deze acute opname-mogelijkheid te realiseren
is. Want voor die 'tweede groep' mensen startte Antonius IJsselmonde in
februari 1993 de speciale unit kortdurende terminale zorg, met acht éénpersoonskamers.
Per jaar werden er gemiddeld honderd patiënten opgenomen: de ene helft
vanuit thuis, de andere vanuit het ziekenhuis. Bijna alle patiënten
hadden kanker. De gemiddelde opnameduur was drie weken. De helft van de
patiënten stierf binnen tien dagen. Baar: "Verpleeghuizen hebben over
het algemeen vooral ervaring met mensen die na een chronisch ziektebeeld
sterven. Met de aparte unit hebben we aangetoond dat wij ook de opvang
van patiënten met een korte levensverwachting op ons kunnen nemen."
Kostbare tijd
Minstens honderd van de 326 verpleeghuizen
in Nederland zouden in de ogen van Baar dergelijke aparte units moeten
oprichten. "Je ziet aan de cijfers over onze unit dat het om emergency-zorg
gaat", zegt Baar. "In korte tijd moet er een team klaar staan dat meervoudige
problematiek in kaart kan brengen en kan inspringen op de wensen en behoeften
van de patiënten."
Volgens Baar is dat één
van de sterke punten van verpleeghuizen: daar werken immers verpleeghuisartsen,
ergotherapeuten, fysiotherapeuten en pastors, -daar staat een multidisciplinair
team klaar. "Dat heeft een verpleeghuis voor op een verzorgingshuis," zegt
Baar. "Verzorgingshuizen kennen nauwelijks multidisciplinaire teamvorming.
Als je een dergelijk team moet formeren zodra een patiënt wordt opgenomen
ben je eigenlijk al te laat. Je verliest kostbare tijd."
Een verpleeghuis kent volgens Baar ook
voordelen ten opzichte van ziekenhuizen. "Ziekenhuizen zijn steeds meer
gericht op genezing en steeds minder op zorg. Wat opnames betreft gaat
het om 'snel erin, snel er weer uit'. Die snelheid past niet bij mensen
die dood gaan. Bovendien bestaat in ziekenhuizen het risico dat men -vanuit
de gerichtheid op diagnostiek en handelen- tot het laatst toe blijft onderzoeken
en opereren. Verpleeghuizen daarentegen zijn van oudsher ingesteld op zorgverlening,
op rust, op attentie, op menselijkheid. Dat maakt hen zeer geschikt voor
palliatieve terminale zorg."
Baar weet dat ook hospices de rust en
sfeer kunnen bieden die voor ongeneeslijk zieke mensen zo weldadig kan
zijn. "Maar het voordeel van verpleeghuizen ten opzichte van hospices is
de schaalgrootte. In Antonius IJsselmonde hebben we acht verpleeghuisartsen.
Wij hebben zodoende 24 uur per dag een arts in huis. Daarnaast is er dat
hele team met andere disciplines. Dat kunnen hospices nooit opbrengen.
Kleinschalige projecten zullen moeite hebben om de totale zorg te organiseren
die nodig is voor patiënten met complexe problematiek."
Om misverstanden te voorkomen wijst Baar
erop dat de functie-profilering van verpleeghuizen zich niet mag beperken
tot terminale zorg. "In het algemeen gesteld is het voor de verpleeghuissector
een goede zaak als de huizen duidelijk uitdragen waarin ze zich gespecialiseerd
hebben. Dat kán terminale zorg zijn. Maar stervenden zijn niet de
enige doelgroep van de verpleeghuizen. Andere huizen kunnen zich bij voorbeeld
profileren op de zorg voor patiënten met niet aangeboren hersenletsel,
revalidatie of ziekenhuisverplaatste zorg."
Eén telefoonnummer
Na vijf jaar ervaring met de speciale
unit zet Antonius IJsselmonde de stap naar buiten met een mobiel palliatief
team. In het voorjaar wordt daarmee gestart. Er komt één
telefoonnummer waar -bij voorbeeld- huisartsen met hun vragen terecht kunnen.
In grote lijnen onderscheidt Baar vier functies van het team. "Het team
kan gerichte adviezen over behandelingsmogelijkheden geven, gerichte behandelingen
aan het bed uitvoeren, case-besprekingen gaan organiseren en protocollen
en richtlijnen ontwikkelen." De samenstelling van het team is nog niet
geheel bekend, maar zeker is dat een paar verpleeghuisartsen en verpleegkundigen
van Antonius IJsselmonde in het team zullen plaatsnemen. De overige teamleden
werken bij de Daniel den Hoed Kliniek, waar sinds een paar jaar een aparte
Palliatieve Zorg Unit bestaat.
Baar noemt het essentieel dat de leden
van het mobiele team kunnen terugvallen op jarenlange klinische ervaring.
"Wij durven met het team te beginnen omdat wij menen te kunnen vertrouwen
op onze jarenlange ervaring. Als mij gevraagd zou worden of een mobiel
team ook opgezet zou kunnen worden zonder die achtergrond, ben ik geneigd
'Nee' te zeggen."
De start van een mobiel team heeft enige
tijd op zich laten wachten omdat geen financiering gevonden kon worden.
Nu zijn voor een paar jaar afspraken gemaakt met een zorgverzekeraar.
Zoals de financiering van het team een
heikel punt is, zo is ook de vergoeding van de zorg die op de speciale
unit wordt geboden een probleem. De meerkosten moet het verpleeghuis uit
eigen budget betalen. Baar: "Als een patiënt thuis verblijft, intensieve
thuiszorg krijgt en dure medicamenten nodig heeft, kost dat dagelijks 600
à 700 gulden. De verzekeraar vergoedt dat. Als men het thuis niet
meer redt, wordt de patiënt hier aangemeld. Dan verzorgen wij de opvang,
maar daarvoor krijgen we per dag hooguit 400 gulden. Dat noem ik absurd."
Deze situatie bestaat al jaren. De kans
dat er op korte termijn iets verandert is klein. Daarom ziet Baar zich
gedwongen bepaalde groepen patiënten niet meer op te nemen. "Extreem
dure patiënten zullen we binnenkort in Antonius IJsselmonde moeten
weigeren. Het gaat dan om mensen die intraveneuze voeding nodig hebben
of dure medicamenten gebruiken."
Dat deze woorden uitgerekend uit de mond
van Frans Baar komen -hij is toch de beminnelijkheid zelve- maakt duidelijk
dat de nood erg hoog is. "Maar het geld kan maar één keer
worden uitgegeven. En wat moet ik anders? Moet ik tegen andere bewoners
zeggen dat ze minder te eten krijgen zodra een patiënt wordt opgenomen
die intraveneuze voeding nodig heeft?"
Roulerend personeel
Om te voorkomen dat personeel van de aparte
voorziening voor kortdurende terminale zorg aan de zwaarte van het werk
ten onder gaat, is er structurele aandacht voor de (professionele en vrijwillige)
medewerkers. Een speciaal daarvoor aangestelde stafverpleegkundige terminale
zorg heeft tot taak de 'zorg voor de zorgenden' in de gaten te houden.
"Er bestaat bij voorbeeld nadrukkelijk de mogelijkheid tijdelijk op andere
afdelingen te werken", zegt Baar. "De drempel daarvoor is zeer laag. Dit
gebeurt niet alleen uit preventie van het burnoutsyndroom. Wij gaan er
vanuit dat gezonde, enthousiaste en gemotiveerde werkers kwalitatief hogere
zorg kunnen leveren. Een huis dat niet goed is voor zijn werkers, is niet
goed voor zijn bewoners."
De mogelijkheid te kunnen rouleren is
geen synoniem voor vluchtgedrag, stelt Baar. "Als iemand tijdelijk op een
andere afdeling wil werken, wordt stilgestaan bij de achtergronden: waarom
is het op dit moment te zwaar? Het wezenlijke probleem moet naar boven
gehaald worden. Verdriet of onmacht uiten is beter dan 'er even weg van
zijn'. Want in dat geval los je niets op."
Het beleid van het verpleeghuis is er
ook op gericht om medewerkers van andere afdelingen de mogelijkheid te
geven ervaring op te doen met kortdurende terminale zorg. Zo waaiert de
kennis en ervaring uit over de rest van het verpleeghuis. |