Lees
ook de weblog van
ziekenverzorgende.nl
op
www.manindezorg.nl |
Revalidatie na een beroerte
Revalidatie van iemand met een beroerte
is erop gericht hem zo zelfstandig mogelijk in zijn eigen omgeving te laten
functioneren. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de kwaliteiten van de persoon
en de mogelijkheden van zijn omgeving. ‘We halen eruit wat er in zit; soms
is dat minder dan je hoopt, maar vaak is dat meer dan je verwacht’.
Beroerte (CVA) belangrijkste oorzaak van
invaliditeit
CVA is de medische term voor een beroerte.
Letterlijk betekent het ‘cerebro vasculair accident’: een ongeluk in de
bloedvaten van de hersenen. Bij een beroerte ontstaat beschadiging van
hersenweefsel door afsluiting van een bloedvat (85%) of door een bloeding
(15%). Elk jaar krijgen 30.000 Nederlanders een beroerte. 12.500 mensen
overlijden binnen het eerste jaar. Hiermee is beroerte de vierde doodsoorzaak
in Nederland, en bovendien in ons land de belangrijkste oorzaak van invaliditeit.
Door de toenemende vergrijzing zullen deze aantallen nog hoger worden.
Toch is beroerte geen ouderdomsziekte: bijna een kwart van de patiënten
is jonger dan 65 jaar.
5000 mensen in revalidatie
De meeste patiënten met een beroerte
gaan na een periode van ziekenhuisopname naar huis (65%). Eventuele nabehandeling
vindt plaats bij therapeuten dicht bij
huis of poliklinisch op een revalidatieafdeling van een ziekenhuis of in
een revalidatiecentrum.
10% van de patiënten komt in aanmerking
voor intensieve revalidatie en wordt opgenomen in een revalidatiecentrum.
Bij de overige 25% zijn de gevolgen zo
ernstig en is zoveel zorg nodig, dat een verpleeghuis de aangewezen plek
is. In totaal maken zo’n 5.000 mensen per jaar na een beroerte gebruik
van klinische of poliklinische specialistische revalidatiegeneeskundige
zorg.
Na de revalidatieperiode is zeker 90%
van deze mensen in staat om weer zelfstandig te leven.
Ingrijpende gevolgen
Onze hersenen zijn bepalend voor ons hele
wezen. Alles wat we doen, denken en voelen, wordt door onze hersenen bestuurd.
Beschadiging van de hersenen kan invloed hebben op al deze aspecten. De
aard van de gevolgen is afhankelijk van de plaats van de
beschadiging in de hersenen, de grootte
van het beschadigde gebied, en van de leeftijd van de persoon.
De impact
is voor iedereen anders, want ook vroegere
vaardigheden en sociale omstandigheden spelen een rol. Niet alleen
de persoon zelf wordt getroffen door een beroerte, maar ook de partner,
de kinderen, familie, vrienden en collega’s. Na een beroerte volgt een
langdurig proces van aanpassing. De betrokkenheid van de omgeving is daarbij
in hoge mate bepalend voor de kwaliteit van leven van de patiënt.
Onzichtbare gevolgen
Sommige gevolgen vallen direct op, zoals
halfzijdige verlamming of niet goed kunnen spreken (afasie). Maar er zijn
ook minder zichtbare gevolgen, zoals gedeeltelijke blindheid (hemianopsie)
of problemen op het gebied van de emoties, het gedrag of het denken (cognitieve
stoornissen). Iemand kan moeite hebben met het geheugen of met het maken
van plannen. Een schijnbaar eenvoudige taak als koffiezetten of het schrijven
van giro’s lukt niet meer. Sommige mensen zijn snel geëmotioneerd
zonder duidelijke aanleiding en huilen of lachen veel. Maar ook het tegenovergestelde
afvlakking van de emoties komt voor. Zeven van de tien mensen met een beroerte
heeft met dergelijke onzichtbare problemen te maken.
Leren omgaan met beperkingen
Wat is revalidatie?
Individueel behandelplan
Revalidatie zorgt ervoor dat iemand met
beperkingen zo goed mogelijk kan functioneren in het dagelijks leven, zo
zelfstandig mogelijk kan zijn en actief aan het leven kan deelnemen. Het
is essentieel om aan te sluiten bij de wensen van de patiënt. Een
man wiens vrouw altijd kookt, doe je geen plezier door hem te leren koken.
Maar iemand die gewend was dagelijks te koken, wil
dat graag weer kunnen. Revalidatie maatwerk.
Voor iedereen wordt een individueel behandelplan opgesteld. In overleg
met de patient en de familie worden de revalidatiedoelen omschreven. Ook
de mogelijkheden in de omgeving worden bij het plan betrokken. Is er bijvoorbeeld
thuis een partner die een deel van de zorg op zich wil nemen? De hulpvragen
zijn divers en ook de duur van de behandeling kan verschillen: van een
eenmalig advies tot een traject van meer dan een jaar. Gemiddeld duurt
klinische revalidatie na een beroerte drie maanden, met aansluitend een
periode van enkele maanden poliklinische behandeling.
Multidisciplinaire aanpak:
brede deskundigheid
De revalidatiebehandeling wordt gegeven
door een team van deskundigen, die ieder hun eigen specifieke bijdrage
leveren: de aanpak is multidisciplinair. Naast het geven van individuele
behandelingen wordt veel in groepen gewerkt. De logopedist houdt zich bezig
met
communicatie. Veel mensen hebben na een
beroerte moeite met het begrijpen van taal en met spreken, lezen en schrijven
(afasie). Het is belangrijk snel advies te kunnen geven aan familie en
behandelaars, zodat zij weten hoe ze het beste met de patiënt kunnen
communiceren. De fysiotherapeut en de ergotherapeut trainen houding, beweging
en zelfverzorging. Ook leren zij de patiënt omgaan met hulpmiddelen,
zoals een rolstoel of handspalk. Koekjes bakken bij de ergotherapie wordt
niet gedaan voor de gezelligheid, maar als training van de handfunctie
en om te leren een serie handelingen in de juiste volgorde uit te voeren.
Bij de psycholoog en de cognitief therapeut worden belangrijke vaardigheden
geoefend als het opnemen van informatie en het aanleren van geheugenstrategieën
zoals het gebruik van een agenda. Op de afdelingen voor sport, aktiviteitenbegeleiding
en muziektherapie leert de patiënt bezigheden die hij (weer) wil kunnen
doen na de revalidatie en waarin hij zich kan uiten. Voor de patiënt
maar ook voor partner en familie is de begeleiding door het maatschappelijk
werk belangrijk. Er zijn gespreksgroepen om ervaringen uit te wisselen,
en er wordt advies gegeven over het regelen van financiële zaken en
het aanvragen van voorzieningen. Ook de verpleging levert een grote bijdrage:
op de afdeling worden de in de therapieën geleerde vaardigheden verder
getraind. De revalidatiearts geeft leiding
aan het behandelteam en stelt, in overleg
met patiënt en familie het behandelplan op. Het team overlegt regelmatig
over de vorderingen van de patiënt.
Meetbaar resultaat
Hoe ver loopt mevrouw De Vries nu en hoe
ver liep ze twee maanden geleden?
Hoe voelt meneer Jonkman zich nu hij bijna
naar huis gaat en hoe
voelde hij zich toen hij in het revalidatiecentrum
kwam? Om vast te kunnen
stellen of de revalidatiedoelen gehaald
zijn, is het nodig gegevens te verzamelen
over het verloop van de behandeling. Door
vergelijking van de gegevens
van meerdere mensen kan de behandeling
beter op de vraagstelling
worden afgestemd. Bovendien kan worden
vastgesteld of een bepaalde
behandeling zinvol is. Wetenschappelijk
onderzoek is voorwaarde voor verbetering
van de kwaliteit van de revalidatiebehandeling.
Er zijn de laatste
jaren verschillende grote onderzoeksprojecten
op het gebied van CVA van
start gegaan. De eerste resultaten zijn
binnenkort te verwachten. Blijven
investeren in onderzoek is belangrijk
voor de toekomst. |
Complexe problematiek in samenhang aangepakt
Voor wie is revalidatie?
Revalidatie is er voor mensen die door
de beroerte blijvende beperkingen ervaren in hun dagelijks leven. Iemand
heeft bijvoorbeeld problemen bij de persoonlijke verzorging, bij het vervullen
van zijn rol in het gezin, bij werk of hobby’s. Van belang is hierbij wat
hij of zij voor de beroerte deed: hoe was het dagelijks leven ingericht,
hoe was de sociale situatie? Een man van begin zeventig, die thuis een
rustig leven leidt met zijn vrouw die het huishouden volledig verzorgt,
heeft relatief weinig last van een slecht werkende linker arm. Maar een
jonge vrouw met een gezin met kleine kinderen, die als harpist haar geld
verdient, ondervindt veel meer hinder van dezelfde beperkingen. In het
algemeen kan je stellen dat de iets jongere, wat aktievere CVA-patiënt
met complexe problemen in de revalidatie goed terecht kan. De specialistische
revalidatiegeneeskundige zorg biedt veel deskundigheid op het gebied van
hersenletsel, waardoor een veelheid van problemen in samenhang kan worden
aangepakt. De patiënt moet een redelijk tempo aan kunnen en gemotiveerd
zijn. En hij of zij moet zich op termijn thuis kunnen redden, eventueel
met aanpassingen en met hulp van thuis- of mantelzorg. De revalidatiearts
hanteert indicatiecriteria die hierop gebaseerd zijn.
Revalideren in eigen regio
Er is een revalidatiecentrum in elke regio.
De revalidatiearts is vaak al in de eerste fase in het ziekenhuis als adviseur
bij de behandeling betrokken. De neuroloog in het ziekenhuis verwijst mensen
door naar de revalidatie. De huisarts kan iemand vanuit de thuissituatie
naar de revalidatiearts doorverwijzen. De revalidatiearts bepaalt uiteindelijk
of iemand voor revalidatiebehandeling in aanmerking komt.
Revalidatie onderdeel van zorgketen (Stroke
Service)
Er zijn in de verschillende stadia na
een beroerte verschillende soorten hulp nodig. Het ziekenhuis, het revalidatiecentrum,
het verpleeg- en verzorgingscentrum en de thuiszorg vormen een zorgketen.
Ook de geestelijke gezondheidszorg, activiteitencentra en eerstelijns therapeuten
zijn schakels in deze keten. Ieder heeft zijn eigen specifieke deskundigheid.
De zorg voor mensen met een
beroerte wordt in de regio steeds vaker
georganiseerd in de vorm van een Stroke Service. De kracht hiervan is dat
de juiste deskundigheid op het juiste moment kan worden aangewend. De partners
maken afspraken over doorverwijzing en behandeling. De revalidatiearts
speelt een centrale rol bij het bepalen van de meest geschikte behandelvorm
voor de patiënt en is beschikbaar voor advies in de hele zorgketen.
Revalidatie kostenbesparend
Het is goed dat door een revalidatiebehandeling
voorkomen wordt dat
iemand na een beroerte langdurig huishoudelijke
hulp nodig heeft.
Of dat iemand na revalidatie zijn werk
weer op kan pakken of weer zelfstandig
kan wonen. Natuurlijk is dat in eerste
instantie voor de persoon zelf van
belang. Maar ook wordt met een - relatief
korte - revalidatieperiode voorkomen
dat jarenlang onnodig van thuiszorg gebruik
wordt gemaakt, een verpleeghuisbed
bezet wordt gehouden of een arbeidsongeschiktheidsuitkering
wordt verstrekt. |
Aanreiken van alternatieven
Hoe verloopt de revalidatiebehandeling?
Inzicht met uitzicht
Iemand die niet goed kan lopen, kan de
spieren oefenen en eventueel een beugel krijgen om dit te verbeteren. Iemand
die niet kan praten, kan met behulp van een Taalzakboek communiceren door
het aanwijzen van plaatjes, namen van personen of dagen van de week. Iemand
die zijn geheugen kwijt is, kan leren met een agenda te werken. De revalidatiebehandeling
bestaat uit het stimuleren van de vaardigheden van de patiënt en het
bedenken en aanleren van compensatiestrategieën. Het is van belang
dat de persoon
inzicht heeft in de eigen situatie. Iemand
die niet goed kan lopen, begrijpt dat meestal wel. Voor iemand die niet
kan spreken is dat al veel moeilijker. Iemand die zijn geheugen kwijt is,
weet niet dat hij dingen vergeet en denkt er dus ook niet aan die agenda
te gebruiken. Revalidatie begeleidt mensen bij het verbeteren van hun inzicht
en creëert uitzicht door het aanreiken van oplossingen en alternatieven.
Klinische revalidatie
Allereerst komt in de klinische fase de
zelfverzorging aan bod: wassen, aankleden, tandenpoetsen, scheren en veilig
naar het toilet gaan. Uiteraard moet iemand zich kunnen voortbewegen. Is
looptraining nodig? Moet er een beugel of een rolstoel worden aangevraagd?
De behandeling richt zich op de basisvoorwaarden voor een zelfstandig leven.
Als iemand zich veilig kan redden in de eigen woning, en als de nodige
hulp en aanpassingen zijn geregeld, kan de revalidatie poliklinisch worden
voortgezet.
Poliklinische revalidatie
In de eerste fase wil de patiënt
zo snel mogelijk naar huis, maar eenmaal thuis wordt hij pas echt met zijn
beperkingen geconfronteerd. Daardoor worden er in de poliklinische fase
gerichtere keuzes gemaakt. Er wordt bijvoorbeeld extra aandacht besteed
aan het maken van een boodschappenlijstje of aan het deelnemen aan een
groepsgesprek, zoals tijdens een verjaardagsvisite. Ook wordt in deze fase
bekeken of iemand zijn werk weer op zal kunnen pakken of een andere zinvolle
dagbesteding kan vinden, zoals vrijwilligerswerk
of het bezoeken van een activiteitencentrum. De revalidatiebehandeling
stopt als
de in het behandelplan gestelde doelen
behaald zijn en het best haalbare resultaat bereikt is. De patiënt
blijft in de regel nog enige tijd onder controle van de revalidatiearts.
Vaak ontstaan na verloop van tijd nieuwe hulpvragen. Het lukt bijvoorbeeld
niet om zelf een taxi te bellen, of iemand wil toch graag op een driewieler
leren fietsen. Deze specifieke vaardigheden kunnen dan in enkele poliklinische
behandelingen geoefend worden. |