Tiltips voor de voedingsassistent 
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 Oefening baart kunst  
Tips voor de voedingsassistent  

Duw/ trek/til zoveel mogelijk vanuit je benen  
Duwen:  
Pak de serveerkar of de maaltijdwa­gen vast met iets gebogen ellebogen. Buig de knieën en zet een voet naar voren. Eventueel kun je een van je voeten op het onderstel plaatsen. Dat helpt bij het duwen. Als de wielen nog niet in de juiste richting staan, kun je ze op deze manier in de juiste richting krijgen, zonder datje met je armen aan de kar hoeft te sjorren. Maak gebruik van je lichaamsgewicht: Ga met een rechte rug naar voren hangen als je duwt. Zet af met je achterste been en neem kleine stappen. Neem altijd minimaal 3 tellen de tijd om een kar rustig in bewe­ging te krijgen. Beweeg gelijkmatig en rustig. Plotselinge bewegingen zijn slecht voor je lichaam. Vermijd veelvuldig stoppen en starten wanneer langere afstanden gereden moeten worden. Een praktische tip is wellicht: Plaats de kar op een strategisch punt vanuit waar je meerdere patiëntenkamers kunt serveren. Je benenwagen kan meer verdragen dan je nek, schouders en armen. Als je draait, loop dan zelf om de ser­veerwagen of de maaltijdwagen heen en neem het in die beweging met je mee. De kar zal dan soepel om zijn as draaien. Laat het object nooit om jou heen draaien want dan verwring je jouw rug.  

Trekken:  
Pak de kar vast met iets gebogen ellebogen. Buig ook hier weer je knieën en zet een voet naar achteren. Maak gebruik van je lichaamsgewicht en ga naar achteren hangen. Zet af met het voorste been en let goed op dat je voet niet onder het wiel komt, Zet de kar rustig in beweging en beweeg gelijkmatig.  

Tillen:  
De grote dij- en bilspieren zijn veel sterker dan de rugspieren. Vanuit gebogen knieën en heupen kan met ongeveer 3 keer zoveel kracht zetten dan met gestrekte knieën. In eerste instantie werken met name de been­spieren en in tweede instantie de rugspieren. Til dus met gebogen benen, hebben en gestrekte rug. Tijdens het tillen worden dan de heupen en de knieën synchroon gestrekt, zonder het gebruik van explosieve kracht. Zorg datje tijdens het tillen niet verkleint en maak je dus lang. Een bijkomend voordeel van het buigen van heupen en knie­ën is dat het zwaartepunt van je lichaam daalt, wat een beter even­wicht oplevert.  

Maak gebruik van steunpunten!  
Steunpunten helpen je bij het bewaren van je evenwicht. Tevens kunnen zij een hulpmiddel voor je lichaam  
betekenen. Voorbeelden vanuit de dagelijkse praktijk bij deze tweede regel zijn:  
Steun tijdens het voorbereiden of het smeren van een maaltijd met je heupen tegen het werkblad.  
Wanneer je een patiënt helpt met eten, steun dan bij het geven van een hap met je elleboog waar mogelijk op het bed  
Zorg bij het invullen van menu's voor een goede  ondergrond  als steun voor je schrijfhand! Zoek steunpunten in de kleine dingen. Ze zijn meer voor de handliggend dan je denkt. Wees dus creatief  

Duw/trek/til zoveel mogelijk symmetrisch.  
Symmetrisch bewegen, wat houdt dit precies in? Eigenlijk is het vrij eenvoudig. Zorg dat je met je hele lichaam in gelijke richting beweegt. Een voorbeeld is het helpen bij het nuttigen van een maaltijd. Ga dus recht voor een patiënt zitten en beweeg wanneer je een stukje brood of een lepel soep geeft met je hele lichaam mee in de richting van de patiënt. Ga dus niet haaks in de richting van het bed zitten. Dan beweeg je namelijk vooruit met je bovenlichaam en zijwaarts met je armen.  
Voor de duidelijkheid geven we nog een voorbeeld. Je duwt netjes volgens de richtlijnen een maaltijdwa­gen over de gangen op weg naar een patiëntenkamer. Onderweg spreekt een patientje achter je aan. Automatisch ben je geneigd je om te draaien zodat je de patiënt kunt aankijken terwijl de kar nog steeds vooruit beweegt. Je rug wordt in deze situatie overbelast evenals je armen, schouders en nek. Kies voor je lichaam en zeg terwijl je voor je kijkt bijvoorbeeld:"Een ogenblik, ik kom zo bij u." Op deze manier kun je de maaltijdwagen op een voor jou handig punt parkeren en vervolgens de patiënt recht aan­spreken zonder dat je jouw lichaam overbelast. Zorg dus dat jezelf de regie houdt over de richting waarin je beweegt.  
Indien je bij het verplaatsen van een last moet draaien, draai dan niet in de romp (zoals we allen snel geneigd zijn heb ik gemerkt), maar verplaats je voeten met kleine passen in de draairichting. Het vanuit gedraaide positie een last tillen of neerzetten is nog slechter voor de rug dan het voorwaarts buigen. Door deze draaiing in de rug wordt er een aanzienlijke draaikracht uitgeoefend op de tussenwervelschij-ven in de rug. Indien mogelijk moet je voor het tillen zodanig gaan staan, dat je met het gezicht en de voeten naar de richting staat waar naar de last verplaatst wordt  

Houd de last zoveel mogelijk tegen je lichaam  
Niemand zal het in zijn hoofd halen een zak cement van 25 kilo ver voor zich uit te dragen. Tegen dit principe wordt vaak gezondigd: een last die midden op een werkblad staat zou je eerst naar de rand moeten toe schuiven, voordat je begint met tillen. Want de l astarm wordt dan kleiner. Ditzelfde principe wordt benut wanneer je met de dijen of bekken steun neemt tegen het werkblad als je een handeling moet verrichten op enige afstand. Bij het tillen van een last van A naar B moetje zorgen datje de last zo dicht mogelijk tegen het lichaam houdt. Praktisch kun je dit als volgt vertalen: Til dus bijvoorbeeld geen twee dienbladen tegelijker tijd. En wanneer de melkbestelling binnen­komt til de last in kleine porties dicht tegen je aan en zet ze op deze manier in de koelkast.  

Probeer de til/duw/trek afstand zo kort mogelijk te houden.  
Bekijk de situatie van tevoren. Weet dus watje waar naar toe gaat tillen, duwen of trekken. Betekent dus ook datje niet meer producten dan nodig is mee neemt gedurende een dran­kenronde. Veelvuldig komt het voor dat er bijvoorbeeld meer zuivel wordt meegenomen dan noodzakelijk is bij een rondje. Je zeult dan continu meer gewicht mee dan strik noodzakelijk is en iedere liter melk scheelt weer een kilo duwen, tillen en/of trekken!!!  
Zorg ook dat weet welke obstakels je op je weg kunt tegen komen. Probeer in overleg met de verple­ging maar ook met de patiënt of met de bewoners zoveel mogelijk de gangen en wandelpaden vrij te hou­den. Anders wordt de drankenrit een ware slalom rondom rolstoelen en statuskarren  

Zorg voor de juiste werkhoogte en tilhouding  
Gebruik waarnodig een hulp­middel (bijvoorbeeld een opstapje)  
Het veilige tilgebied ligt tussen schouders- en vuisthoogte (met je armen langs je lichaam).  
De juiste werkhoogte; b.v. in stand is ongeveer de hoogte van je bek­ken  
Gebruik daar waar mogelijk de verstelbaarheid van bedden en/of werkbladen.  

Maak optimaal gebruik van snelheid en lichaamsgewicht:  
Bij het duwen van een etenskar die al in beweging is, zal de kracht die nodig is om de kar in beweging te houden kleiner zijn naarmate de snelheid groter is. Bij het steeds opnieuw op snelheid moeten bren­gen gebruik je onnodig veel energie. Een mogelijkheid is om de etenskar halverwege de gang te zetten en vanuit hier de patiënten of bewoners te serveren. Dit houdt in dat je meer loopt, maar daarentegen overbelast je de armen, nek en schouders niet!  
Door te gaan hangen gebruik je het lichaamsgewicht om bijvoorbeeld de maaltijdkar in beweging te brengen. Hetzelfde is toe te passen bij het duwen. Let wel datje de snelheid van bewegen kunt gebruiken om de last lichter te maken. Maar er dient dan altijd volledige controle te zijn over de bewegingsafioop (het resul­taat). Zij er factoren (bijvoorbeeld obstakels) die de bewegingsafloop in de weg staan, dan moet je juist rustige bewegen.  

Til zware lasten niet alleen  
Test altijd eerst de last voordat je gaat tillen. Dan weetje watje in handen krijgt. Indien je met twee of meer personen tilt, spreek dan met elkaar vooraf de tiltechniek en kom samen de begin- en eindhouding overeen, de tilgreep, en het moment waarop getild wordt. Immers samenwerken niet anderen vraagt coördinatie  

Maak gebruik van hulpmiddelen  
In de praktijk zijn velen van ons geneigd om dat wel even gauw te til­len. Waarom belasten we toch ons lichaam terwijl vaak in de directe omgeving talloze hulpmiddelen zijn? Wees niet eigenwijs en pak dat steekwagentje of dat karretje. Zij die niet in de buurt? Neem dan van mij part een rolstoel die je eventjes als karretje gebruikt!  
En de laatste gouden regel is er een die vele sportleraren tegen ons roepen wanneer we met een rode boei ons uiterste best doen bij situps of bij een aerobics les, namelijk:  

Adem door tijdens het tillen/duwen/trekken  
Onze spieren hebben bij zo'n inspanning juist zuurstof nodig. Dus pers je lippen juist niet op elkaar!  
Zo op papier staan deze gouden regels natuurlijk erg eenvoudig uit­gelegd. Ik hoop dat ik jou samen met je collega's kan stimuleren om als (volgens de reclame) trotse bezitter van een menselijk lichaam ook goed te zorgen voor jezelf.  
Nog veel te vaak belanden er mede­werkers in de ziektewet door arbeidsgerelateerde problemen. Ja, gedeeltelijk is dit afhankelijk van de ruimte waarin je werkt en de midde­len die je tot je beschikking hebt. Maar probeer ook je eigen mogelijk­heden hierin te zien en neem de ver­antwoordelijkheid voor je eigen lichaam door zoveel en zo goed mogelijk voor jezelf te zorgen. Hiermee zorg je in eerste instantie niet alleen voor jezelf en je gezin. Ook zorg je hierdoor voor de werk­gever en je collega's  
En bedenk je van tevoren. Niets gaat zonder slag of stoot. Haal niet in je hoofd dat je al deze regels vanaf vandaag acuut gaat gebruiken. Immers  
Oefening baart kunst  

Bron: Het tijdschrift voor Voedingsassistenten  
www.voedingsassistent.nl