Oefening baart kunst
Tips voor de voedingsassistent
Duw/ trek/til zoveel mogelijk vanuit je
benen
Duwen:
Pak de serveerkar of de maaltijdwagen
vast met iets gebogen ellebogen. Buig de knieën en zet een voet naar
voren. Eventueel kun je een van je voeten op het onderstel plaatsen. Dat
helpt bij het duwen. Als de wielen nog niet in de juiste richting staan,
kun je ze op deze manier in de juiste richting krijgen, zonder datje met
je armen aan de kar hoeft te sjorren. Maak gebruik van je lichaamsgewicht:
Ga met een rechte rug naar voren hangen als je duwt. Zet af met je achterste
been en neem kleine stappen. Neem altijd minimaal 3 tellen de tijd om een
kar rustig in beweging te krijgen. Beweeg gelijkmatig en rustig. Plotselinge
bewegingen zijn slecht voor je lichaam. Vermijd veelvuldig stoppen en starten
wanneer langere afstanden gereden moeten worden. Een praktische tip is
wellicht: Plaats de kar op een strategisch punt vanuit waar je meerdere
patiëntenkamers kunt serveren. Je benenwagen kan meer verdragen dan
je nek, schouders en armen. Als je draait, loop dan zelf om de serveerwagen
of de maaltijdwagen heen en neem het in die beweging met je mee. De kar
zal dan soepel om zijn as draaien. Laat het object nooit om jou heen draaien
want dan verwring je jouw rug.
Trekken:
Pak de kar vast met iets gebogen ellebogen.
Buig ook hier weer je knieën en zet een voet naar achteren. Maak gebruik
van je lichaamsgewicht en ga naar achteren hangen. Zet af met het voorste
been en let goed op dat je voet niet onder het wiel komt, Zet de kar rustig
in beweging en beweeg gelijkmatig.
Tillen:
De grote dij- en bilspieren zijn veel
sterker dan de rugspieren. Vanuit gebogen knieën en heupen kan met
ongeveer 3 keer zoveel kracht zetten dan met gestrekte knieën. In
eerste instantie werken met name de beenspieren en in tweede instantie
de rugspieren. Til dus met gebogen benen, hebben en gestrekte rug. Tijdens
het tillen worden dan de heupen en de knieën synchroon gestrekt, zonder
het gebruik van explosieve kracht. Zorg datje tijdens het tillen niet verkleint
en maak je dus lang. Een bijkomend voordeel van het buigen van heupen en
knieën is dat het zwaartepunt van je lichaam daalt, wat een beter
evenwicht oplevert.
Maak gebruik van steunpunten!
Steunpunten helpen je bij het bewaren
van je evenwicht. Tevens kunnen zij een hulpmiddel voor je lichaam
betekenen. Voorbeelden vanuit de dagelijkse
praktijk bij deze tweede regel zijn:
• Steun tijdens het voorbereiden of het
smeren van een maaltijd met je heupen tegen het werkblad.
• Wanneer je een patiënt helpt met
eten, steun dan bij het geven van een hap met je elleboog waar mogelijk
op het bed
• Zorg bij het invullen van menu's voor
een goede ondergrond als steun voor je schrijfhand! Zoek steunpunten
in de kleine dingen. Ze zijn meer voor de handliggend dan je denkt. Wees
dus creatief
Duw/trek/til zoveel mogelijk symmetrisch.
Symmetrisch bewegen, wat houdt dit precies
in? Eigenlijk is het vrij eenvoudig. Zorg dat je met je hele lichaam in
gelijke richting beweegt. Een voorbeeld is het helpen bij het nuttigen
van een maaltijd. Ga dus recht voor een patiënt zitten en beweeg wanneer
je een stukje brood of een lepel soep geeft met je hele lichaam mee in
de richting van de patiënt. Ga dus niet haaks in de richting van het
bed zitten. Dan beweeg je namelijk vooruit met je bovenlichaam en zijwaarts
met je armen.
Voor de duidelijkheid geven we nog een
voorbeeld. Je duwt netjes volgens de richtlijnen een maaltijdwagen
over de gangen op weg naar een patiëntenkamer. Onderweg spreekt een
patientje achter je aan. Automatisch ben je geneigd je om te draaien zodat
je de patiënt kunt aankijken terwijl de kar nog steeds vooruit beweegt.
Je rug wordt in deze situatie overbelast evenals je armen, schouders en
nek. Kies voor je lichaam en zeg terwijl je voor je kijkt bijvoorbeeld:"Een
ogenblik, ik kom zo bij u." Op deze manier kun je de maaltijdwagen op een
voor jou handig punt parkeren en vervolgens de patiënt recht aanspreken
zonder dat je jouw lichaam overbelast. Zorg dus dat jezelf de regie houdt
over de richting waarin je beweegt.
Indien je bij het verplaatsen van een
last moet draaien, draai dan niet in de romp (zoals we allen snel geneigd
zijn heb ik gemerkt), maar verplaats je voeten met kleine passen in de
draairichting. Het vanuit gedraaide positie een last tillen of neerzetten
is nog slechter voor de rug dan het voorwaarts buigen. Door deze draaiing
in de rug wordt er een aanzienlijke draaikracht uitgeoefend op de tussenwervelschij-ven
in de rug. Indien mogelijk moet je voor het tillen zodanig gaan staan,
dat je met het gezicht en de voeten naar de richting staat waar naar de
last verplaatst wordt
Houd de last zoveel mogelijk tegen je lichaam
Niemand zal het in zijn hoofd halen een
zak cement van 25 kilo ver voor zich uit te dragen. Tegen dit principe
wordt vaak gezondigd: een last die midden op een werkblad staat zou je
eerst naar de rand moeten toe schuiven, voordat je begint met tillen. Want
de l astarm wordt dan kleiner. Ditzelfde principe wordt benut wanneer je
met de dijen of bekken steun neemt tegen het werkblad als je een handeling
moet verrichten op enige afstand. Bij het tillen van een last van A naar
B moetje zorgen datje de last zo dicht mogelijk tegen het lichaam houdt.
Praktisch kun je dit als volgt vertalen: Til dus bijvoorbeeld geen twee
dienbladen tegelijker tijd. En wanneer de melkbestelling binnenkomt
til de last in kleine porties dicht tegen je aan en zet ze op deze manier
in de koelkast.
Probeer de til/duw/trek afstand zo kort
mogelijk te houden.
Bekijk de situatie van tevoren. Weet dus
watje waar naar toe gaat tillen, duwen of trekken. Betekent dus ook datje
niet meer producten dan nodig is mee neemt gedurende een drankenronde.
Veelvuldig komt het voor dat er bijvoorbeeld meer zuivel wordt meegenomen
dan noodzakelijk is bij een rondje. Je zeult dan continu meer gewicht mee
dan strik noodzakelijk is en iedere liter melk scheelt weer een kilo duwen,
tillen en/of trekken!!!
Zorg ook dat weet welke obstakels je op
je weg kunt tegen komen. Probeer in overleg met de verpleging maar
ook met de patiënt of met de bewoners zoveel mogelijk de gangen en
wandelpaden vrij te houden. Anders wordt de drankenrit een ware slalom
rondom rolstoelen en statuskarren
Zorg voor de juiste werkhoogte en tilhouding
• Gebruik waarnodig een hulpmiddel
(bijvoorbeeld een opstapje)
• Het veilige tilgebied ligt tussen schouders-
en vuisthoogte (met je armen langs je lichaam).
• De juiste werkhoogte; b.v. in stand
is ongeveer de hoogte van je bekken
• Gebruik daar waar mogelijk de verstelbaarheid
van bedden en/of werkbladen.
Maak optimaal gebruik van snelheid en lichaamsgewicht:
Bij het duwen van een etenskar die al
in beweging is, zal de kracht die nodig is om de kar in beweging te houden
kleiner zijn naarmate de snelheid groter is. Bij het steeds opnieuw op
snelheid moeten brengen gebruik je onnodig veel energie. Een mogelijkheid
is om de etenskar halverwege de gang te zetten en vanuit hier de patiënten
of bewoners te serveren. Dit houdt in dat je meer loopt, maar daarentegen
overbelast je de armen, nek en schouders niet!
Door te gaan hangen gebruik je het lichaamsgewicht
om bijvoorbeeld de maaltijdkar in beweging te brengen. Hetzelfde is toe
te passen bij het duwen. Let wel datje de snelheid van bewegen kunt gebruiken
om de last lichter te maken. Maar er dient dan altijd volledige controle
te zijn over de bewegingsafioop (het resultaat). Zij er factoren (bijvoorbeeld
obstakels) die de bewegingsafloop in de weg staan, dan moet je juist rustige
bewegen.
Til zware lasten niet alleen
Test altijd eerst de last voordat je gaat
tillen. Dan weetje watje in handen krijgt. Indien je met twee of meer personen
tilt, spreek dan met elkaar vooraf de tiltechniek en kom samen de begin-
en eindhouding overeen, de tilgreep, en het moment waarop getild wordt.
Immers samenwerken niet anderen vraagt coördinatie
Maak gebruik van hulpmiddelen
In de praktijk zijn velen van ons geneigd
om dat wel even gauw te tillen. Waarom belasten we toch ons lichaam
terwijl vaak in de directe omgeving talloze hulpmiddelen zijn? Wees niet
eigenwijs en pak dat steekwagentje of dat karretje. Zij die niet in de
buurt? Neem dan van mij part een rolstoel die je eventjes als karretje
gebruikt!
En de laatste gouden regel is er een die
vele sportleraren tegen ons roepen wanneer we met een rode boei ons uiterste
best doen bij situps of bij een aerobics les, namelijk:
Adem door tijdens het tillen/duwen/trekken
Onze spieren hebben bij zo'n inspanning
juist zuurstof nodig. Dus pers je lippen juist niet op elkaar!
Zo op papier staan deze gouden regels
natuurlijk erg eenvoudig uitgelegd. Ik hoop dat ik jou samen met je
collega's kan stimuleren om als (volgens de reclame) trotse bezitter van
een menselijk lichaam ook goed te zorgen voor jezelf.
Nog veel te vaak belanden er medewerkers
in de ziektewet door arbeidsgerelateerde problemen. Ja, gedeeltelijk is
dit afhankelijk van de ruimte waarin je werkt en de middelen die je
tot je beschikking hebt. Maar probeer ook je eigen mogelijkheden hierin
te zien en neem de verantwoordelijkheid voor je eigen lichaam door
zoveel en zo goed mogelijk voor jezelf te zorgen. Hiermee zorg je in eerste
instantie niet alleen voor jezelf en je gezin. Ook zorg je hierdoor voor
de werkgever en je collega's
En bedenk je van tevoren. Niets gaat zonder
slag of stoot. Haal niet in je hoofd dat je al deze regels vanaf vandaag
acuut gaat gebruiken. Immers
Oefening baart kunst
Bron: Het tijdschrift voor Voedingsassistenten
www.voedingsassistent.nl |