Verantwoorde Zorg
Verpleeghuizen en verzorgingshuizen vanuit
cliëntperspectief
Inleiding
Voor u ligt het document ‘Verantwoorde
zorg verpleeghuizen en verzorgingshuizen vanuit cliëntenperspectief’.
Dit document bevat een uitspraak over wat volgens cliënten verantwoorde
zorg in verzorgingshuizen en verpleeghuizen is.
De belangrijkste aanleiding tot het produceren
van dit document is de Kwaliteitswet Zorginstellingen. Daarin staat dat
een instelling in de gezondheidszorg verplicht is verantwoorde zorg te
leveren. Verantwoorde zorg is volgens diezelfde Kwaliteitswet Zorginstellingen
“zorg van goed niveau, die in ieder geval doeltreffend, doelmatig en patiëntgericht
wordt verleend en die afgestemd is op de reële behoefte van de patiënt”.
Vervolgens wordt gezegd dat in het overleg tussen de betrokken partijen
(cliëntorganisaties, aanbieders en zorgverzekeraars) overeenstemming
bereikt moet worden over wat verantwoorde zorg is, en dat de zorginstelling
de resultaten van dit overleg dient te betrekken bij haar beleid.
De plicht voor de zorgaanbieder om verantwoorde
zorg te leveren is voor cliëntenraden een belangrijke verworvenheid.
Niet voor niets hebben cliëntenorganisaties zich sterk gemaakt voor
de Kwaliteitswet Zorginstellingen, waarvan altijd gezegd is dat zij tot
de vier patiëntenwetten hoort. De andere drie wetten, die bedoeld
zijn om de positie van cliënten te versterken, zijn: Wet Medezeggenschap
Cliënten Zorginstellingen, Wet Klachtrecht Zorginstellingen en de
Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst. Met de Kwaliteitswet
Zorginstellingen is de positie van cliënten in belangrijke mate versterkt
omdat de wet betekent dat een instelling te allen tijde verantwoorde zorg
oftewel kwalitatief goede zorg dient te leveren.
De voorgeschiedenis
Dit document is de opvolger van de zogeheten
Zorgvragenkaart-2000. De zorgvragenkaart-2000 geeft een beeld van de eisen
die bewoners en hun familieleden anno 2000 aan het verpleeghuis stellen
en is opgesteld in het project ‘Verantwoorde Zorg’, dat door de NVBV (voorganger
van de LOC) in de periode 1997 tot 1999 uitgevoerd is. Het project ‘Verantwoorde
zorg’ van 1997-1999 leverde twee producten op: 1) de normen vanuit cliëntenperspectief
over verpleeghuizen, 2) de zorgvragenkaart-2000. Het eerste product is
opgegaan in de stichting Cliënt & Kwaliteit, die de toetsingen
vanuit cliëntenperspectief uitvoert. Het tweede product krijgt met
dit document een vervolg.
Er zijn met dit document ‘Verantwoorde
zorg verpleeghuizen en verzorgingshuizen vanuit cliëntenperspectief’
een aantal extra stappen gezet ten opzichte van de Zorgvragenkaart-2000.
1. Allereerst was de Zorgvragenkaart-2000
alleen voor verpleeghuizen bestemd. Dit document is bestemd voor verpleeghuizen
én verzorgingshuizen.
2. Daarnaast hebben de normen vanuit cliëntenperspectief
(in beheer bij Cliënt & Kwaliteit) een stormachtige ontwikkeling
doorgemaakt. Sedert de opstart van de stichting (begin 2000) zijn er vele
honderden toetsingen gedaan, is het instrument vele malen gevalideerd,
uitgebreid en aangescherpt, waardoor inhoudelijk een enorme stap vooruit
gedaan is. De huidige normen vanuit
cliëntenperspectief (zoals gezegd
eigendom van Cliënt & Kwaliteit) zijn als basis genomen voor dit
document.
3. Verder is bij het tot stand komen van
dit document het gehele kader van de LOC betrokken. De mening van cliënten
is als basis genomen (middels de normen van Cliënt & Kwaliteit),
en bij het omzetten naar een document dat uitspraak doet over verantwoorde
zorg zijn vervolgens cliëntenraden, bestuurders van de LOC en ook
medewerkers van de LOC betrokken.
De werkwijze
In de laatste alinea van de vorige paragraaf
is over de werkwijze al iets gezegd. De concrete stappen op een rij gezet:
1. De normen van cliënten zijn gerubriceerd
naar de mate waarin concreet toetsbare uitspraken gedaan zijn.
2. De huidige knelpunten in de zorg zijn
geïnventariseerd via consulenten en cliëntenraden.
3. In drie Delphirondes zijn uitspraken
voorgelegd aan cliëntenraden en regionale bestuurders binnen de LOC.
4. Het concept document ter discussie
gesteld op internet.
5. Het concept document is ter goedkeuring
voorgelegd aan Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur.
De reikwijdte van dit document
Dit document heeft betrekking op verantwoorde
zorg in verpleeghuizen en verzorgingshuizen. Ten opzichte van het vorige
document (de Zorgvragenkaart-2000) is dit een reële stap voorwaarts:
niet alleen verpleeghuizen maar ook verzorgingshuizen vallen onder deze
uitspraak over verantwoorde zorg.
Echter, de reikwijdte blijft beperkt tot
intramurale settings, oftewel zorg met verblijf. Alle extramurale vormen
blijven hierbij buiten beschouwing. Voor deze inperking is gekozen om de
haalbaarheid van dit project te vergroten. Evengoed is het streven om de
volgende keer intramurale settings uit te breiden met de extramurale vormen
van (met name) verzorgingshuizen.
Alle uitspraken die in dit document zijn
gedaan, zijn in principe van toepassing op zowel verpleeghuizen als verzorgingshuizen.
Daar waar expliciet vermeld wordt “verzorgingshuizen”, “verpleeghuizen”
of “pg-afdeling” moge duidelijk zijn dat dit voor de genoemde sector geldt.
Meestal is het punt dan niet op andere sectoren van toepassing.
In een aantal gevallen gaat het om verantwoorde
zorg bij die specifieke groep. Bijvoorbeeld. In dit document staat de uitspraak:
“Door middel van bordjes en kleuren kan de (pg-)bewoner zich goed oriënteren
in het verpleeghuis”. Dit betekent niet dat dit in een verzorgingshuis
geen goed idee is. Bovendien: ook de somatische bewoners in een verpleeghuis
kunnen het handig vinden zich te oriënteren aan de hand van bordjes
en kleuren. Wat evenwel bedoeld wordt is dat voor de pg-bewoner aan deze
norm moet worden voldaan wil er sprake zijn van verantwoorde zorg.
De functies van dit document
Het is de bedoeling dat het document ‘Verantwoorde
zorg verpleeghuizen en verzorgingshuizen vanuit cliëntenperspectief’
de volgende functies vervult.
1. Cliëntenraden krijgen van directies
een standpunt wat volgens de zorgaanbieder verantwoorde zorg is. Meestal
is dit een schrijven over minimale zorg, basiszorg of gangbare zorg. Cliëntenraden
moeten hier advies over geven en dit document kan hen helpen bij het geven
van advies.
2. Cliëntenraden krijgen ook adviesaanvragen
over andere, algemene punten die te maken hebben met de inhoud van de zorg.
Omdat in dit document veel uitspraken gedaan worden over wat wenselijke
/ verantwoorde zorg is volgens cliënten, is deze tekst een algemene
steun in de rug voor het werk van cliëntenraden.
3. Dit document zal input zijn bij de
landelijke discussie over verantwoorde zorg.
4. Omdat de Kwaliteitswet Zorginstellingen
instellingen wettelijk verplicht tot het leveren van verantwoorde zorg,
is dit document tevens een bijdrage aan de versterking van de rechtspositie
van cliënten.
De status van het document
In dit document wordt een uitspraak gedaan
over de ondergrens van verantwoorde zorg. Elke zorg die meer of gelijk
is aan wat hier beschreven wordt, is volgens cliënten verantwoorde
zorg. In dat opzicht is het vergelijkbaar met wat in den lande beschreven
wordt als ‘minimale zorg’ of ‘basiszorg’, hoewel hierbij wel een slag om
de arm gehouden moet worden, omdat instellingen aan deze begrippen verschillende
interpretaties gegeven hebben.
Als in dit document de ondergrens van
verantwoorde zorg beschreven wordt, wat is dan verantwoorde zorg? Verantwoorde
zorg zelf is volgens de LOC datgene wat in het zorgplan overeengekomen
is tussen zorgaanbieder en cliënt, mits deze voldoet aan de volgende
voorwaarden:
1. De wensen van de cliënt zijn uitgangspunt.
2. Het dagelijkse leven van de cliënt
en de dagelijkse leefpatronen zijn uitgangspunt bij het opstellen van het
zorgplan.
3. Het zorgplan voldoet aan de eisen zoals
in dit document beschreven wordt, waarbij hier expliciet vermeld wordt
dat het zorgplan regelmatig geëvalueerd en bijgesteld wordt, minimaal
twee keer per jaar.
4. In het zorgplan wordt niet iets overeengekomen
dat in strijd is met dit document.
Wanneer realiseert een instelling volgens
cliënten verantwoorde zorg? Welnu: indien op alle punten die in dit
document genoemd zijn positief gescoord wordt.
Is het evengoed mogelijk om onder de hier
beschreven ondergrens van verantwoorde zorg te komen en nog steeds verantwoorde
zorg te bieden? Ja, dat kan, mits de cliënt dat wenst en dit ook in
het zorgplan met wens en motivatie vermeld wordt. Het gaat hierbij om een
uitdrukkelijke wens van de cliënt, waarbij vanuit de instelling minimaal
de norm van dit document voorgesteld wordt. In het gesprek met de instelling
kan een cliënt immers gemakkelijk ‘overtuigd’ worden om de wensen
lager te stellen, omdat dat niet haalbaar zou zijn.
De verhouding van dit document tot protocollen
in instellingen en reeds ontwikkelde richtlijnen
Op landelijk niveau zijn vele richtlijnen
ontwikkeld die al dan niet als basis gebruikt zijn door zorgaanbieders
bij het opstellen van hun eigen protocollen. De meeste van deze richtlijnen
zijn ontwikkeld door koepelorganisaties van zorgaanbieders of beroepsgroepen,
waarbij in een aantal gevallen vertegenwoordigers van cliënten in
bijvoorbeeld een begeleidingscommissie of klankbordgroep gezeten hebben.
Dit document, waarin cliënten uitspraak
doen over wat verantwoorde zorg is, kan niet alle onderwerpen en aspecten
dekken die in bestaande richtlijnen verwoord zijn. Om die reden is vooral
beperkt tot die onderwerpen waarvan cliënten en cliëntenraden
aangegeven hebben dat dit voor hen items zijn die aan bod dienen te komen.
Dit laat onverlet dat er vele aspecten zijn die evengoed niet onder woorden
gebracht zijn. Door te vermelden dat instellingen tevens dienen te handelen
volgens landelijke richtlijnen wordt deze lacune (van niet vermelden punten)
grotendeels opgevuld.
In principe kan de LOC zich achter een
landelijke richtlijn scharen, mits hierbij aan de voorwaarde voldaan is
dat ten eerste de uitspraken van de richtlijn (of in toegepaste vorm: een
protocol) niet in strijd zijn met de belangen van cliënten. Ten tweede
is het belangrijk dat de richtlijn vooral op cliëntvriendelijke en
cliëntgerichte wijze is toegepast. Met name de wijze waarop een richtlijn
geïnterpreteerd en toegepast wordt kan in strijd zijn met wat volgens
cliënten verantwoorde zorg is. In de praktijk gaat het om de balans
tussen het voorschrift van een protocol en de wens van de cliënt.
Het leveren van verantwoorde zorg ontheft
de instelling aldus niet van het voldoen aan landelijke richtlijnen, mits
voldaan is aan deze twee (hierboven genoemde) voorwaarden.
De toekomst van het document verantwoorde
zorg.
De vorige, eerste versie (Zorgvragenkaart
2000) was een eerste opzet, waarbij cliënten gevraagd is een grens
aan te geven. De reikwijdte was alleen verpleeghuizen.
De huidige, tweede versie vult de eerste
versie aan met onderwerpen die nog gemist werden. Tegelijkertijd is, na
de discussie geweest onder leden van cliëntenraden, de eerste opzet
van de zorg nader uitgewerkt, gespecificeerd en onderbouwd. De reikwijdte
is uitgebreid van verpleeghuizen naar verzorgingshuizen (alleen intramuraal).
Bij de volgende, derde versie (waarvan
we hopen en verwachten dat deze over een aantal jaren zal kunnen verschijnen)
is het de huidige intentie (d.d. juni 2003) om de tweede versie te valideren
onder cliënten en ook te specificeren naar verschillende doelgroepen.
Een mogelijkheid is dat naar functies onderverdeeld wordt; in elk geval
zal differentiëring een onderdeel daarvan uit maken. De reikwijdte
zal wellicht de gehele sector van verpleging en verzorging beslaan (inclusief
extramurale zorg en thuiszorg).
Opname - Introductie
Informatie over de instelling – communicatie
rond de opname
De instelling geeft de potentiële
cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger mondeling en schriftelijk
informatie over de volgende zaken.
Klachtenregeling.
Cliëntvertrouwenspersoon.
Kosten voor verblijf (eigen bijdrageregeling
AWBZ).
Kosten van alle mogelijke aanvullende
diensten.
Regels en rechten (BOPZ) met betrekking
tot vrijheidsbeperkende maatregelen.
De zorgvisie van de instelling.
Doelgroepen waar de instelling zich op
richt.
Levensbeschouwelijke grondslag van de
instelling en de consequenties daarvan voor het dagelijks leven van de
cliënt.
Aanwezigheid en aard van de geestelijke
verzorging.
Huisregels.
Behandelmogelijkheden, de mogelijkheid
voor verzorgingshuiscliënt om de eigen huisarts te houden.
Beleid ten aanzien van levensbeëindiging.
Aanwezigheid en werk van de cliëntenraad.
Aanwezige voorzieningen in huis.
Dagindeling, activiteiten en mogelijkheden
omtrent de dagbesteding.
Opnameprocedure
De toekomstige cliënt krijgt eerst
een huisbezoek.
Het is mogelijk een rondleiding in de
instelling te krijgen.
De opname is zorgvuldig geregeld in een
(opname/introductie) protocol.
Er wordt extra aandacht besteed aan de
nieuwe cliënt .
De nieuwe cliënt wordt in de instelling
geïntroduceerd en maakt kennis met medebewoners en medewerkers.
De nieuwe cliënt wordt goed geïnformeerd
over bij wie men met vragen terecht kan.
Er wordt een zorgovereenkomst opgesteld
tussen de cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger en de zorginstelling.
(Deze zorgovereenkomst voldoet tenminste
aan de voorwaarden die worden gesteld in de modelovereenkomst van de NVBV/NVVZ
en LOBB/WZF. Zie bijlage.)
Bij de cliënt wordt de woon/slaapruimte
schoon en in goede staat van onderhoud opgeleverd.
De verpleeghuisbewoner krijgt een eigen
hoog-laag bed, een nachtkastje een garderobekast, bedlampje en een goed
bereikbare afsluitbare bergruimte.
Deskundigheid van de medewerkers aangaande
de eerste periode
Medewerkers spannen zich in om de cliënt
goed te leren kennen.
Autonomie – zelfbeschikking bij de opname
De toekomstige verpleeghuisbewoner kan
kiezen voor een eigen kamer of kiezen voor het delen van een kamer. Hierbij
bestaat de mogelijkheid na verloop van tijd van kamer te verwisselen.
Er is de mogelijkheid de woonruimte (of
een gedeelte daarvan) naar eigen smaak en met eigen spullen in te richten.
Na overleg met de eerst verantwoordelijke verzorgende kunnen persoonlijke
eigendommen worden meegenomen.
Verblijf - Wonen
Het gebouw - toegankelijkheid
Alle cliënten kunnen de instelling
goed betreden (omliggende paden en entree zijn rolstoelvriendelijk).
Alle cliënten kunnen alle ruimten
goed bereiken.
Algemene ruimten, liften, badkamers en
toiletten zijn groot genoeg en ook met rolstoel toegankelijk.
De inrichting van de algemene ruimten
zijn aangepast aan handicaps.
De instelling heeft een tuin die voor
iedereen toegankelijk is. De cliënt wordt de mogelijkheid tot tuinieren
geboden. Dit dient ook staand of zittend mogelijk te zijn, bijvoorbeeld
door middel van “tuiniertafels”.
Het gebouw - veiligheid
De cliënt kan overal in huis om hulp
bellen.
Het huis is inbraakveilig.
Bezoekers kunnen niet ongezien binnenkomen
of vertrekken.
De cliënt weet wat te doen bij brand.
Het gebouw - overzichtelijkheid
Er is een duidelijke bewegwijzering in
het gebouw.
Door middel van bordjes en kleuren kan
de (pg-)bewoner zich goed oriënteren in het verpleeghuis.
Er zijn maatregelen getroffen om het rondwandelen
voor de pg-bewoner mogelijk te maken, zonder dat ze daardoor andere cliënten
hinderen of kunnen weglopen (bijvoorbeeld met behulp van een loopcircuit).
Op de pg-afdelingen worden de dagen van
de week, seizoenen of feestdagen duidelijk aangegeven.
Het gebouw - comfort
De algemene ruimten zijn comfortabel ingericht.
Er moet een aparte ruimte zijn waar de
cliënt kan roken.
De verzorgingshuisbewoner mag in zijn/haar
eigen woonruimte roken.
De algemene ruimten en toiletten zijn
schoon.
Er is een logeermogelijkheid.
De eigen kamer
De (woon)kamer is groot genoeg voor het
gebruik van rolstoel en tillift.
De kasten in de woonruimte zijn goed bereikbaar.
De inrichting van de woonruimte is aangepast
aan eventuele handicaps.
De badkamer en douche zijn groot genoeg
voor het gebruik van rolstoel en tillift.
De temperatuur in de woonruimte is goed
door de cliënt zelf te reguleren.
Informatie, communicatie en inspraak tijdens
het verblijf
De cliënt wordt op de hoogte gehouden
van het wel en wee in huis.
De cliënt wordt op de hoogte gehouden
van de activiteiten die de instelling organiseert.
De cliënt wordt goed geïnformeerd
over het werk van de cliëntenraad.
De cliënt merkt dat de cliëntenraad
voor hun belangen opkomt.
Er zijn contactpersonen van psychogeriatrische
bewoners in de cliëntenraad vertegenwoordigd.
De adviezen van de cliëntenraad worden
serieus genomen.
Organisatie tijdens het verblijf
Defecten in het gebouw (eigen kamer, algemene
ruimten, etc) worden binnen twee dagen adequaat verholpen.
De cliënt en familie weten op welke
wijze en in welke gevallen ze een beroep kunnen doen op de technische dienst.
Er worden voldoende maatregelen genomen
om (onderlinge) diefstal te voorkomen.
Het bed wordt elke dag opgemaakt en alleen
vuil beddengoed wordt verschoond.
Een keer per week wordt het gehele bed
verschoond, tenzij de cliënt de hele dag op bed ligt; dan wordt er
1 maal per dag zorg gedragen voor een schoon bed.
Het nachtkastje en ledikant wordt 1 maal
per week aan de buitenkant huishoudelijk schoongemaakt.
De vloer in de slaapkamer wordt minimaal
5 maal per week gereinigd.
De badkamer wordt minimaal 1 maal per
week gereinigd, het toilet is na elk gebruik zichtbaar schoon.
De wasverzorging is zorgvuldig.
De was is schoon.
De was komt onbeschadigd terug.
In geval van het kwijtraken of beschadigen
van kleding is er een schaderegeling.
Wanneer de cliënt zelf de wasverzorging
wil regelen is er de vergoedingsregeling van CVZ (zie bijlage).
Dagelijks leven - dagritme
De cliënt bepaalt zelf:
Hoe laat hij/zij opstaat
Het tijdstip waarop hij/zij naar bed gaat
Hoeveel bezoek hij/zij wil ontvangen
Op welk tijdstip hij/zij bezoek ontvangt
Of hij/zij zich terugtrekt
Hoe laat hij/zij de instelling verlaat
en hoe laat hij/zij thuis komt
De cliënt heeft invloed op de wijze
waarop zijn/haar kamer wordt schoongehouden.
Huisdieren zijn welkom in het verzorgingshuis
(mits de cliënt deze zelf kan verzorgen en zij geen overlast bezorgen
voor andere bewoners).
Verpleging en Verzorging
Zorgplan
De zorgverleners overleggen met de cliënt
over het uitvoeren van de geplande zorg en het tijdstip waarop de zorg
verleend wordt.
De instelling moet werken met een individueel
zorgplan.
Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen
6 weken na opname van de cliënt wordt een individueel zorgplan opgesteld.
Het zorgplan komt in overleg met, en met
instemming van de cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger tot
stand.
Het zorgplan (en elke nieuwe, aangepaste
versie) wordt door beide partijen ondertekend en de cliënt of diens
wettelijk vertegenwoordiger heeft een kopie van het zorgplan.
Bij het opstellen van het zorgplan:
Wordt de cliënt of diens wettelijk
vertegenwoordiger gewezen op de keuzemogelijkheden en de gevolgen van hun
keuze.
Wordt de cliënt of diens wettelijk
vertegenwoordiger gewezen op mogelijke behandelvormen en benaderingswijze
en de gevolgen hiervan.
Wordt zoveel mogelijk rekening gehouden
met de wensen en behoeften van de cliënt.
In het zorgplan staat:
Welke zorg de cliënt krijgt, met
welk doel en op welk tijdstip.
Dat er een voor de pg-bewoner een levensboek
gemaakt moet worden.
Het zorgplan wordt regelmatig geëvalueerd.
Minstens 2 maal per jaar vindt een zorgplanbespreking
plaats in overleg met, en met instemming van de cliënt of diens wettelijk
vertegenwoordiger. Indien nodig wordt het zorgplan bijgesteld.
Als de zorgbehoeften van de cliënt
sterk veranderen vindt er een zorgplanbespreking plaats.
Opstaan, wassen en aankleden
De cliënt wordt elke dag in de gelegenheid
gesteld op te staan.
De cliënt wordt minimaal 1 keer per
dag helemaal gewassen.
De cliënt wordt in ieder geval 2
maal per week de gelegenheid geboden te douchen/baden.
De cliënt draagt dagelijks schoon
ondergoed en schone kousen/sokken.
De cliënt draagt geen besmeurde of
onwelriekende kleding.
De cliënt draagt geen kapotte kleding.
De cliënt draagt geen kleding van
een andere cliënt.
Uiterlijke verzorging
De nagels van de handen worden in ieder
geval eenmaal per twee weken geknipt/gevijld (verzorgd).
De nagels van de tenen worden in ieder
geval eenmaal per 6 weken verzorgd.
De cliënt dient een verzorgd uiterlijk
te hebben. De haren zijn gekamd of geborsteld, en de cliënt wordt
(indien nodig) dagelijks geschoren.
Toiletgang
De cliënt moet naar het toilet kunnen
gaan als dat nodig is. Te allen tijde, dus ook ’s nachts, waarbij de cliënt
binnen 10 minuten wordt geholpen. De instelling werkt dus niet met toiletrondes
in de zin van door de organisatie van tevoren vastgestelde tijden waarop
de cliënt (alleen dan) naar het toilet kan of mag.
Er is sprake van een verantwoorde toiletgang
als er deskundige hulp met adequate hulpmiddelen is, de deur gesloten wordt
en de verzorgende desgewenst bij de cliënt blijft.
De cliënt krijgt alleen incontinentiemateriaal
wanneer hij/zij incontinent is.
De controle op het incontinentiemateriaal
is afgestemd op het gebruikte materiaal. In ieder geval vindt overdag elke
twee uur een controle plaats.
Een catheter wordt alleen geplaatst als
het ook echt nodig is.
Hanteren van persoonlijke hulpmiddelen
Gebruikers van een gehoorapparaat hebben
een schoon, ingeschakeld en functionerend gehoorapparaat in. Dagelijks
wordt gecontroleerd of het gehoorapparaat het doet.
Op een pg-afdeling wordt dagelijks gecontroleerd
of de cliënt de (eigen) bril draagt. Eens per jaar wordt gecontroleerd
of de sterkte van de glazen correct is.
De pg-bewoner wordt in ieder geval 2 maal
per etmaal geholpen bij de mondverzorging van het eigen gebit. Is er sprake
van een kunstgebit dan gebeurd dit 1 maal per etmaal.
Op een pg-afdeling wordt dagelijks gecontroleerd
of de cliënt het (eigen) kunstgebit in heeft. Eens per jaar wordt
het gebit gecontroleerd op pasvorm.
Alarmopvolging
Er is een systeem van persoonsalarmering
voor alle cliënten aanwezig.
Het personeel dient binnen 2 minuten contact
te leggen na een verzoek om hulp via de spreek-luister (intercom/telefoon)
verbinding.
Binnen 5 minuten dient een adequate opvolging
te geschieden.
Er bestaat een belregistratiesysteem met
duidelijke normen voor gemiddelde wachttijden en de maximale wachttijdoverschrijding.
De cliënt is hiervan op de hoogte.
Deskundigheid van verplegend personeel
Zorgverleners zijn deskundig in het omgaan
met cliënten die in de war zijn.
Zorgverleners besteden extra aandacht
aan een zieke cliënt.
Er wordt volgens de richtlijnen gewerkt
met betrekking tot preventieve maatregelen ten aanzien van decubitus (zie
bijlage).
Elke twee uur wordt gecontroleerd of de
bedlegerige cliënt een comfortabele lighouding heeft.
Alle taken worden alleen uitgevoerd door
daartoe gekwalificeerd personeel.
Zelfstandigheid tijdens de verzorging
Zorgverleners nemen de cliënt niet
meer uit handen dan nodig is.
De cliënt moet zelf kunnen bepalen
wanneer hij/zij ’s avonds naar bed wil.
Binnen 30 minuten dient gehoor gegeven
te worden aan de wens om naar bed te gaan.
De cliënt wordt in de gelegenheid
gesteld zichzelf te verzorgen voor zover hij dat zelf wil en kan.
De cliënt bepaalt zelf:
Het tijdstip waarop hij/zij gewassen wil
worden
De kleding die hij/zij wil dragen
Wanneer hij/zij naar het toilet gaat
Vrijheidsbeperkende maatregelen
Vrijheidsbeperkende maatregelen mogen
alleen toegepast worden in verpleeg- en verzorgingshuizen die beschikken
over een BOPZ-erkenning en dan alleen bij het ontbreken van alternatieven
en onder BOPZ voorwaarden.
Het al dan niet toepassen van vrijheidsbeperkende
maatregelen zal altijd in samenspraak met de cliënt of diens wettelijke
vertegenwoordiger in het zorgplan opgenomen moeten worden.
In het geval van een noodsituatie waarbij
de vrijheidsbeperkende maatregelen volstrekt noodzakelijk zijn om gevaar
voor de cliënt of anderen af te wenden dienen strikte protocollen
te worden gevolgd.
Mocht een cliënt een verhoogd risico
lopen ten aanzien van valincidenten dienen adequate maatregelen te worden
getroffen om deze te voorkomen. Sederen, fixeren of andere vrijheidsbeperkende
maatregelen worden niet als adequate middelen beschouwd.
Voeding
Kwaliteit van de voeding
De kwaliteit moet voldoen aan de multidisciplinaire
richtlijn verantwoorde vocht- en voedselvoorziening (zie bijlage). Hoofdelementen
hieruit zijn:
Minstens 1 ½ liter vocht per dag
Temperatuur van de warme maaltijden dient
boven de 60 graden Celsius te zijn en koude verstrekkingen moeten tussen
de 5 en 7 graden Celsius zijn
2 tot 6 extra verstrekkingen per dag:
dagelijks soep en een toetje bij de warme maaltijd en 1 maal daags fruit
Drie maaltijden per dag
De broodmaaltijden zijn dagvers
Er is voldoende variatie in belegsoorten
Tijdstip van de maaltijden
De maaltijden worden op vaste tijdstippen
aangeboden. Bijvoorbeeld:
Ontbijt : tussen 07:30 - 10:00
Lunch : tussen 12:00 - 14:00
Avondmaaltijd : tussen 17:00 - 19:00
Naar gelang de wensen van de cliënt
kan van deze tijden worden afgeweken. Dit dient opgenomen te worden in
het zorgplan.
Er zijn (minimaal) tussenpozen tussen
de maaltijden van 3 uur.
Keuzemogelijkheden tijdens de maaltijd
De cliënt kan kiezen met wie hij/zij
aan tafel zit.
Er is een menucommissie.
De cliënt wordt periodiek geraadpleegd
over de samenstelling van de maaltijden.
De cliënt heeft dagelijks de keuze
uit minstens 2 menu’s.
Indien de verpleeghuisbewoner dit wenst,
kan hij/zij op elk tijdstip koffie/thee of een vruchtensapje te drinken
krijgen.
De cliënt bepaalt zelf:
Of hij/zij ’s middags of ’s avonds de
warme maaltijd wil gebruiken
Waar de maaltijd gebruikt wordt
Hulp bij het eten
De cliënt krijgt desgewenst ondersteuning
bij het invullen van het menu.
De verzorgingshuisbewoner krijgt desgewenst
hulp bij het gebruik van een magnetron.
De cliënt krijgt indien nodig deskundige
hulp bij het eten.
Er is voldoende tijd om te eten (minstens
30 minuten p.p).
Er zijn voldoende adequate hulpmiddelen
bij het eten zoals aangepast bestek, bordranden etc.
Sfeer tijdens het eten
Er is aandacht voor de sfeer en ambiance
tijdens de maaltijden. De tafels zijn met een tafelkleed gedekt en er wordt
bij het serveren gebruikt gemaakt van dekschalen. De eetruimte is aangekleed
met schilderijen, planten etc.
Er heerst rust tijdens het eten. De tv
en de radio zijn uit tenzij de cliënt dit zelf anders wil.
Er wordt voor en na de maaltijd een moment
van stilte in acht genomen om, in verband met de levensovertuiging, te
danken of bidden.
(Para) medische behandeling
Informatie, communicatie en inspraak bij
de behandeling
De instelling houdt de cliënt of
diens wettelijk vertegenwoordiger op de hoogte van de actuele medische
situatie.
De cliënt heeft het recht te kunnen
kiezen voor c.q. te veranderen van (para) medicus.
De cliënt heeft invloed op wie hem/haar
behandelt en verzorgt.
De cliënt heeft recht op een second
opinion.
Zorgdossier
Er is voor elke cliënt een multi-disciplinair
zorgdossier, dat wil zeggen dat artsen, therapeuten en verzorging/verpleging
gebruik maken van één en hetzelfde zorgdossier.
In het zorgdossier is vastgelegd wie door
de cliënt gemachtigd is beslissingen te nemen wanneer de cliënt
dat zelf niet meer kan (zie WGBO).
De cliënt en diens vertegenwoordiger
hebben immers recht op inzage en kunnen een kopie van het zorgdossier krijgen.
Levenseinde
Er dient, in elk geval in het zorgdossier,
vastgelegd te zijn of de cliënt een verklaring heeft over de zorg
en behandeling rond het levenseinde (levenswensverklaring, euthanasieverklaring,
behandelverbod, donorverklaring).
Terminale zorgverlening vindt plaats overeenkomstig
de wensen van de cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger, zoals
vastgelegd in een van genoemde verklaringen.
Er is een procedure hoe te handelen als
iemand is overleden.
Medische zorg
Er is voldoende tijd en aandacht voor
de medische problemen van de cliënt.
Het is 24 uur per dag mogelijk een medicus
te bereiken, ook in het weekend en vakanties.
Medicijnen dienen 24 uur per dag beschikbaar
te zijn.
Expliciet voor verzorgingshuizen.
Er is voldoende geriatrische deskundigheid.
De cliënt heeft het recht om de eigen
huisarts te behouden.
E5. Deskundigheid
Er is een vertrouwensrelatie met een medicus
die vast aanspreekpunt is.
De cliënt krijgt de juiste medicijnen,
in de juiste dosering, op de juiste tijdstippen, toegediend door daartoe
bevoegde medewerkers.
Er is geen sprake van onnodig of teveel
medicijn gebruik.
Expliciet voor verzorgingshuizen.
Hulp bij het zelfstandig beheer en gebruik
van geneesmiddelen, indien de verzorgingshuiscliënt wenst dit zelf
te beheren.
Dagbesteding
Informatie, communicatie en inspraak bij
de dagbesteding
De cliënt wordt goed geïnformeerd
over de activiteiten.
De cliënt heeft inbreng in het aanbod
aan activiteiten: wensen en vragen worden in kaart gebracht en indien mogelijk
uitgevoerd.
Organisatie van de activiteiten
De cliënt die niet zelf naar de activiteiten
toe kan wordt gehaald en gebracht.
De cliënt bepaalt zelf of hij/zij
deel neemt aan activiteiten.
Er zijn wekelijks ’s avonds en in het
weekend ook activiteiten.
Er zijn activiteiten die zijn afgestemd
op de individuele wensen en mogelijkheden van de cliënt .
Er wordt bij het aanbieden van activiteiten
rekening gehouden met (aanpassingen ten behoeve van):
De slechthorende cliënt
De slechtziende cliënt
De psychogeriatrische cliënt
Sekse en levensfase specifieke activiteiten
Geestelijke verzorging
De zorginstelling geeft informatie over
de beschikbare geestelijke verzorging.
De instelling voorziet in de behoefte
aan geestelijke verzorging.
Er is een bezinningsruimte en/of stilte
centrum.
De cliënt wordt de mogelijkheid geboden
minstens éénmaal per week een kerkdienst te volgen.
De cliënt of hun familie kunnen een
beroep doen op geestelijke verzorging, desgewenst van de eigen geloofsovertuiging,
bijvoorbeeld buiten de instelling.
Deskundigheid van de activiteitenbegeleiding
De medewerkers zijn deskundig om gezellige
en aansprekende activiteiten te organiseren en begeleiden.
G. Familie
Informatie, communicatie en inspraak van
de familie
De instelling moet weten wie door de cliënt
gemachtigd is beslissingen te nemen als de cliënt daar zelf niet meer
toe in staat zou zijn.
Er worden afspraken gemaakt met de wettelijk
vertegenwoordiger van de cliënt als de cliënt zelf zijn/haar
geld niet kan beheren.
De instelling moet weten wie de contactpersonen
en wettelijk vertegenwoordiger van de cliënt zijn.
Er is een “eerst verantwoordelijke verzorger”
binnen de instelling voor het contact met de wettelijk vertegenwoordiger
en/of contactpersoon van de cliënt.
De instelling houdt minstens 1 maal per
maand, met toestemming van de verpleeghuisbewoner, de contactpersonen mondeling
of schriftelijk (middels een zorgschrift, communicatieschrift of logboek)
op de hoogte van belangrijke gebeurtenissen in het dagelijks leven van
de cliënt. Bijvoorbeeld het vieren van een verjaardag van een medebewoner,
een uitstapje, een ruzie met een medebewoner, het vragen naar een bekende
wat men eerder niet meer deed.
Ondersteuning van de familie
De instelling biedt de familie begeleiding
bij het omgaan met een eventueel ziektebeeld van de cliënt.
De cliënt en familie kunnen een beroep
doen op geestelijke verzorging.
Een familielid kan ook ’s nachts blijven
waken.
De instelling biedt na het overlijden
van de cliënt desgewenst nazorg aan de familie.
Binnen enkele weken na het overlijden
van de cliënt wordt de zorgverlening met de familie geëvalueerd.
Bejegening - Privacy
Algemene bejegening
De zorgverleners hebben respect voor de
cliënt.
De zorgverleners zijn beleefd en vriendelijk
en nemen gelijkwaardigheid als uitgangspunt van hun handelen.
De zorgverleners tutoyeren de cliënt
niet tenzij deze daar toestemming voor heeft gegeven.
De cliënt wordt niet door medewerkers
betutteld of bevoogd.
Medewerkers doen wat ze beloofd hebben
en leggen uit waarom ze iets niet kunnen doen wanneer dat het geval is.
Medewerkers hebben geduld met de cliënt.
De cliënt heeft het gevoel dat er
een beroep op het personeel gedaan kan worden.
De cliënt wordt gestimuleerd zijn/haar
wensen kenbaar te maken.
De zorgverleners kennen de achtergronden
van de cliënt. Zij maken gebruik van het levensboek uit het zorgplan
en een “checklist levensstijl”.
De zorgverleners maken geregeld tijd voor
een praatje.
De zorgverleners tonen belangstelling
voor de sociale contacten van de cliënt.
Een verpleeghuisbewoner zit nooit langer
dan een kwartier zonder begeleiding in de woonkamer.
De zorgverleners hebben oog voor (spanningen
in) relaties van cliënt.
Bejegening tijdens de verzorging
De zorgverleners overleggen met de cliënt
over het uitvoeren van de geplande zorg.
De zorgverleners leggen de cliënt
uit wat ze komen doen.
Er wordt met de cliënt gepraat tijdens
de verzorging.
Er wordt tijdens de verzorging niet “over
het hoofd heen” van de cliënt gepraat.
De cliënt wordt niet het gevoel gegeven
dat hij/zij tot last is.
De zorgverleners nemen de cliënt
niet meer uit handen dan nodig is.
De cliënt wordt in de gelegenheid
gesteld zichzelf te verzorgen voor zover dat is opgenomen in het zorgplan.
De zorgverleners besteden extra aandacht
aan een zieke cliënt.
Er heerst desgewenst rust rond de terminale
cliënt.
Algemene privacy
Voor de cliënt die geen eigen appartement
heeft is er voldoende gelegenheid alleen te zijn, al dan niet met bezoek.
De medewerkers komen niet zonder toestemming
in de woonruimte tijdens afwezigheid van de cliënt.
De medewerkers kloppen op de deur alvorens
binnen te gaan.
De medewerkers houden zich aan hun geheimhoudingsplicht.
De cliënt kan in privacy zijn/haar
post lezen of laten voorlezen.
Voor de cliënt die geen eigen telefoon
heeft is er gelegenheid ongehinderd te telefoneren.
Privacy tijdens de verzorging
De verblijfruimte van de dagbehandeling/dagverzorging
biedt voldoende privacy voor de deelnemers.
De cliënt wordt niet behandeld in
de huiskamer (met uitzondering van hulp bij eten of drinken).
Er is een ruime, rustige kamer, waar zorg
geboden kan worden en waar bezoek ontvangen kan worden.
Lichamelijke privacy bij de verzorging
is gegarandeerd.
Bij de persoonlijke verzorging op bed
worden de gordijnen gesloten.
De deuren van het toilet worden gesloten
als de cliënt het toilet bezoekt.
De terminale cliënt beschikt over
een éénpersoonskamer.
Het zorgdossier wordt “achter slot en
grendel” bewaard en is alleen in te zien door daarvoor bevoegd personeel
en de cliënt zelf of diens contactpersoon of wettelijk vertegenwoordiger
die desgewenst een kopie van het zorgdossier kan krijgen.
Familieleden worden in staat gesteld zelf
zorg te verlenen aan een cliënt. |