| Het lichaam in de laatste stervens;
de laatste ogenblikken.
Dit stuk kan voor jongeren als schokkend
worden ervaren en is zeker niet geschikt voor (zeer) jonge kinderen
Johan; www.ziekenverzorgende.nl
Het tijdstip van het sterven is moeilijk
te voorspellen, maar er zijn meestal tekenen die erop wijzen dat de dood
waarschijnlijk binnen enkele uren of dagen zal intreden. Wat zijn die tekenen?
In onderstaand artikel wordt daarop ingegaan. Tevens is er aandacht voor
de biologische veranderingen tijdens het stervensproces en wordt kort stilgestaan
bij de verschillende stadia van de somatische dood. Het artikel is gebaseerd
op het hoofdstuk De stervensfase: de laatste ogenblikken uit het boek Palliatieve
hulpverlening, Handboek palliatieve zorg voor professionelen. Dit boek
is onlangs in een derde, uitgebreide druk verschenen.
Het naderende levenseinde kan zich onder
meer verraden doordat de patiënt niet meer uit bed komt, extreem zwak
is geworden, lange periodes van verwardheid vertoont, niet meer geïnteresseerd
is in eten en drinken, moeilijk medicatie slikt en gedesoriënteerd
lijkt in tijd en ruimte. Er zijn tekenen aan te wijzen die het concrete
sterven aankondigen. De volgende veranderingen kunnen kort voor de dood
optreden. 'Kort' kan overigens enkele uren voor de dood zijn, maar soms
ook twee of drie dagen ervoor:
Problemen met slikken
Vanaf het moment dat een stervende niet
meer kan slikken, heeft hij ook geen drinken meer nodig. Het is beter in
deze situatie geen vloeistof in de
mond van de patiënt te druppelen.
Als hij niet in staat is te slikken, zal de vloeistof in zijn longen lopen
en een slikpneumonie veroorzaken. Het volstaat om de mond te bevochtigen
met een spons en de lippen soepel te houden met een beetje crème.
De doodsreutel
Soms hoopt zich slijm op in de mond, keel
en longen van de patiënt en veroorzaakt de langsstromende lucht een
rochelend geluid. De stervende ondervindt hier geen hinder van. Het volstaat
zijn hoofd in zijliggingte brengen om de luchtwegen zoveel mogelijk vrij
temaken.
Verandering van de ademhaling
Typisch is de Cheyne-Stokes-ademhaling.
De ademhaling gaat soms sneller,
dan weer langzamer en houdt af en toe
zelfs enkele ogenblikken op. Dit zou te wijten zijn aan het uitvallen van
de levensfunctie in de kleine hersenen. De ademhaling kan een poos heel
luid zijn en vervolgens zeer zwak en rustig.
Doodsmasker en blauwe vlekken
De lichaamstemperatuur kan dalen. De handen
en voeten kunnen koud worden en blauwe vlekken vertonen. Ook de lippen
en nagels worden blauw. Het lichaam probeert alle vitale organen nog van
zuurstof te voorzien, maar de bloedcirculatie verzwakt en de druk in de
capillaire vaten valt weg. Dit veroorzaakt het typische doodsmasker: de
neus wordt spitser en het gezicht valt in.
Lijkvlekken
Achteraan op de benen en rug ontstaande
zogenaamde lijkvlekken. Door de verzwakte bloedcirculatie treden, onder
invloed van de zwaartekracht, bepaalde bestanddelen van het bloed uit de
bloedbaan.
Terminale koorts
Het kan ook gebeuren dat de lichaamstemperatuur
van de stervende juist stijgt. Men spreekt dan over terminale koorts. Deze
is niet meer te behandelen met koortswerende middelen.
Overmatige transpiratie
Sommige stervende hebben periodes van
overmatige transpiratie. Ze moeten dan regelmatig worden gesponst. Droog
beddengoed en een goede huidverzorging zijn belangrijk voor het comfort
van de patiënt. Leg hem regelmatig in een andere houding.
Urine- en stoelgangverlies en ejaculatie
Urine en ontlasting worden minder frequent,
terwijl de urine donker van kleur wordt. Toegenomen lichamelijke zwakheid
kan leiden tot incontinentie. Plots urine- en stoelgangverlies en ejaculatie
kan de dood net voorafgaan.
Onwillekeurige bewegingen
Een klein aantal stervenden maakt onwillekeurige
bewegingen. Deze lijken enigszins op de zenuwtrekkingen die soms optreden
bij het inslapen. De patiënt heeft er meestal geen last van. Mocht
dit toch het geval zijn. dan kunnen ze met medicijnen worden onderdrukt.
Afwezigheid
Naarmate de patiënt zwakker en slaperiger
wordt, verloopt de communicatie moeilijker. De meeste stervenden willen
één of twee voor hen belangrijke mensen bij zich hebben.
Vaak tonen ze nog maar weinig belangstelling voor wat er rond hun
bed gebeurt. Ze lijken niet te luisteren. Hun blik wordt glazig en lijkt
op oneindig gericht. Dit komt misschien door een verminderde functie van
de hersenstam, waardoor het onmogelijk wordt om de ogen te focussen.
De aanwezigen krijgen hierdoor de indruk dat de stervende hen aankijkt
zonder hen echt te zien. Opgelet: ondanks zwakte of mogelijk coma kan de
patiënt nog altijd horen. Het gehoor is het laatste zintuig dat verzwakt.
Zuchten
Op voorwaarde dat pijnlijke symptomen
goed onder controle worden gehouden, kan de dood vredig zijn. Het meest
opvallende teken dat de dood is
ingetreden, is het stoppen van de ademhaling.
Als de ademhaling echter zeer rustig is geweest, ofwel afwisselend langzaam
en snel, is het soms moeilijk
vast te stellen of de patiënt heeft
opgehouden te ademen. Soms klinken de laatste ademstotcn als zuchten. Als
de stervende hij hewustzijn is, verschijnt
er soms een flauwe glimlach of is er een
afscheidsblik. Het gebeurt ook dat de ogen wazig worden en zich dan sluiten.
Bij een patiënt die buiten bewustzijn is
of slaapt, is het moment van overlijden
vaak nauwelijks waarneembaar.
Hoe kan de dood worden vastgesteld?
De laatste dertig jaar wordt het wegval
len van de hersenfuncties (zoals de regulatie van hartslag, ademhaling,
bloeddruk en bewustzijn) als norm
beschouwd bij het constateren van het
overlijden. Als een patiënt thuis sterft, stelt de huisarts de dood
vast. Hij doet dit door met
een stethoscoop te luisteren of er nog
een hartslag of ademhaling kan worden waargenomen.
Ook de reflexen van de pupil en het hoornvlies
worden getest. De pupil van een overledene is star en reageert niet meer
op de directe invloed van scherp licht. Na het vaststellen van de dood
vult de huisarts een tormulier in waarop hij het overlijden bevestigt.
Biologische veranderingen
Tijdens het stervensproces doen zich biologische
veranderingen voor. Er worden twee stadia onderscheiden, het ante mortem-stadium
en de dood zelf. Onder ante mortem-sladium verstaan we de doodstrijd. Het
lichaam bevindt zich op dat ogenblik in een toestand van agonie, die één
enkel ogenblik (bijvoorbeeld bij een ongeval of hartinfarct) tot meerdere
uren (bij chronische ziekte) kan duren. 'Tijdens dit stadium komen een
aantal symptomen steeds voor:
Thermische veranderingen
Meestal kunnen we een daling van de lichaamstemperatuur
waarnemen, vooral als er sprake is van een chronische ziekte en een daarmee
samenhangende lange doodstrijd. Niet zelden klagen deze patiënten
verscheidene uren voor het overlijden over een gevoel van koude in de extremiteiten.
Dit is te wijten aan een progressieve vermindering van hun metabolische
activiteiten en het vertragen van de bloedsomloop.
In uitzonderlijke gevallen zal de temperatuur
in deze fase plots zeer sterk stijgen. Dit kan het gevolg zijn van uitgebreide
infecties, metabolische intoxicaties of bepaalde vormen van vergiftiging.
H r is dan een progressieve toename van de bacteriëlc of che-misch-metabolrschc
activiteit in de weefsels en een voortdurende afname van de circulatiesnelheid
van het bloed, waardoor de warmte, ontwikkeld in de weefsels, niet op een
adequate manier kan worden afgevoerd. Bijna altijd zal de temperatuursverandering
zich na het overlijden nog een bepaalde tijd blijven manifesteren.
Veranderingen in de bloedcirculatie
Tijdens het ante mortem-stadium, waarin
verschillende metabolische processen sterk zijn verzwakt en de bloedcirculatie
vertraagt, zal de zwaartekracht een invloed uitoefenen op de beweging van
het bloed. Hierdoor is in de laagst gelegen delen van het lichaam een accumulatie
van de bloedmassa waar te nemen. Dit is het begin van de lijkvlekken (hypostase).
Tijdens deze fase kan er ook reeds een coagulatie of stolling van het bloed
optreden.
Veranderingen in de vochtbalans.
Door de stuwing van het bloed in het capillaire
vaatnet, zal de doorgankelijkheid van deze bloedvaatjes verhogen, zodat
het plasma de kans krijgt om
uit de bloedbaan te treden. Dit oedeem
is op het eerste gezicht bijna niet waarneembaar en meestal veel minder
in omvang dan een oedeem ten gevolge
van een pathologisch proces. Toch is het
aanwezig en zal het verantwoordelijk zijn voor een versnelde ontbinding
van de aangetaste weefsels.
Bacteriële migratie
Als de doodsstrijd lang aansleept, kunnen
micro organismen uit de dikke darm zich via de bloedbaan over het hele
lichaam verspreiden. Dit kan aanleiding geven tot een soms dramatische
versnelling van het ontbindingsproces.
Twee types
Het verschijnsel dood kunnen we opsplitsen
in twee types, de somatische en cellulaire dood.
De somatische dood
Om een lichaam in leven te houden, moeten
alle organen en systemen perfect samenwerken.
Er zijn echter drie organen die de zogenaam
vitale functies van het lichaam bewerkstelligen: hart, longen en hersenen.
Deze organen kunnen niet langer dan enkele ogenblikken uitvallen zonder
de dood te bewerkstelligen. Het is voldoende dat één van
de drie uitvalt om de somatische dood te laten intreden.
De somatische dood kan worden gedefinieerd
als de dood van het organisme als geheel. Dit betekent niet dat elke cel
in het lichaam is afgestorven. Na het intreden van de somatische dood zullen
de cellen van het lichaam nog een tijdje blijven leven als microscopische
entiteiten met elk hun eigen cellulair metabolisme.
Binnen de somatische dood zijn er twee
stadia:
De klinische dood
Gedurende deze periode kan men de patiënt
- als de lichamelijke constitutie het toelaat en er tijdig gepaste medische
hulp wordt geboden - nog 'terughalen'. De klinische dood is een zeer kort
stadium van maximum 5 tot 6 minuten. Bepaalde omgevingsfactoren (hij voorbeeld
extreme koude) kunnen deze periode verlengen.
De onomkeerbare dood
In dit stadium hebben weefsels en organen
in het lichaam onomkeerbare veranderingen ondergaan, zodat een terugkeer
naar de normale functie onmogelijk is. Reanimatie is dus uitgesloten. De
hooggespecialiseerde cellen, zoals de zenuwcellen, zijn op dit punt reeds
afgestorven. Meer resistente cellen zijn nog bezig met afsterven. Het spierweefsel
zal nog altijd reageren op klinische en elektrische stimuli.
Zoals gezien, wordt de somatische dood
veroorzaakt door het uitvallen van één van de vitale functies.
Er zijn dus drie doodsoorzaken, naargelang
het orgaan dat als eerste uitvalt:
1. Syncope (dood te wijten aan hartfalen,
meest voorkomende vorm).
2. Coma (dood te wijten aan falen van
de hersenen).
3. Asphyxie (dood te wijten aan uitvallen
van de longen).
De cellulaire dood
Cellulaire dood is altijd het gevolg van
aspyxie, ongeacht de oorzaak van de somatische dood.
De individuele cellen in het lichaam kunnen
na het intreden van de somatische dood nog enige tijd verder leven, zo
lang er zuurstof en andere bouwstoffen in de weefsels te vinden zijn. Als
deze plaatselijke reserves opgebruiktzijn, is het afsterven totaal. Dit
is na één tot drie uren.
bron pallium |