Lees
ook de weblog van
ziekenverzorgende.nl
op
www.manindezorg.nl |
De zorg weer in handen
Over de vraaggestuurde zorg voor ouderen
De zorg weer in handen
Inleiding
Er komt een nieuw systeem in de zorg:
de vraaggestuurde zorg. Ook ouderen krijgen daarmee te maken, en dus moet
u daarover nadenken en moet u er iets van weten. Deze brochure stelt vragen
om het denken te prikkelen. En het geeft informatie om de basis van dat
nieuwe systeem te begrijpen. Dat is belangrijk, want in dat nieuwe systeem
draait het om u. Om wat u graag wilt en om wat u nodig hebt.
Tot nu toe keek men in de zorg voor ouderen
vooral naar wat er mogelijk was. De verschillende instanties en instellingen
boden zorg aan, en pasten daar de mensen in die zorg nodig hebben. Daardoor
kregen grote groepen ouderen dezelfde behandeling. Wie een beetje zorg
nodig had, kreeg thuiszorg. Wie meer zorg nodig had, ging naar een verzorgingshuis.
En wie veel zorg nodig had, ging naar een verpleeghuis. Niet de vraag,
maar het aanbod bepaalde hoe de zorg werkte.
Het is de bedoeling dat dit anders wordt.
Als u om een of andere reden zorg nodig heeft, kijken de zorgaanbieders
zo goed mogelijk naar wat u nodig hebt. Er is van alles mogelijk en er
zijn allerlei deskundigen die de weg kunnen wijzen.
Maar: u moet er zelf wat voor doen. Want
de zorgaanbieders verwachten dat u helder en duidelijk zegt waar het moeilijk
gaat en waarmee u geholpen bent.
Dat is nog best lastig. Want u moet het
maar kunnen, en durven. U moet maar weten hoe u het liefste wilt leven
- ook als op uw oude dag niet alles meer kan.
In deze brochure gaat het om nadenken en
weten: over wat u wilt en wat er kan. Het boekje is opgedeeld in vier blokken.
In de eerste twee blokken gaat het over het denken. Eerst over de noodzaak
om de zorg te veranderen. En dan over wat er belangrijk is in uw leven
als er zorg nodig is. In het derde en vierde blok gaat het over de praktijk.
Eerst over de belangrijkste begrippen van het nieuwe systeem, en dan over
waar het mis kan gaan.
Oud zijn is iets nieuws
Honderd jaar geleden was de levensverwachting
van gewone mensen ongeveer veertig jaar. De helft van alle mensen stierf
voor hun vijftiende verjaardag, de meesten op zeer jonge leeftijd.
Zo - of nog veel erger - is het de hele
mensengeschiedenis geweest. De dood was overal, in de vorm van ziekten,
honger, ongelukken en oorlogen. Het leven was hard en vaak oneerlijk. Zo
was het nou eenmaal. En als je alles had overleefd, dan was je op je vijfenveertigste
afgeleefd. Slechts een enkeling werd tachtig jaar oud. Over zorg hoefden
zij niet in te zitten, ze bleven gewoon bij hun familie wonen.
Pas de laatste eeuw is daar verandering
in gekomen. We weten meer van geneeskunde en hygiëne. Allerlei dodelijke
aandoeningen zijn kinderziekten geworden. De kindersterfte is sterk afgenomen,
en de kans om met een redelijke gezondheid een hoge leeftijd te bereiken
is enorm toegenomen. Sterker nog: we gaan ervan uit dat we oud worden voor
we sterven.
De gemiddelde levensverwachting stijgt
nog steeds. Mensen leven langer -en leven langer met allerlei kwalen. Enkele
tientallen jaren geleden begon men huizen te bouwen waar de ouden van dagen
verzorging of verpleging konden krijgen. In een vrij korte tijd werd het
verzorgingshuis even normaal als de ouderen die vroeger bij hun kinderen
woonden. Mensen op weg naar de zestig reserveerden vaak al plaatsen in
zulke huizen. Inmiddels vindt men dat dit systeem, de aanbodgestuurde zorg,
niet meer werkt. Ten eerste omdat het te duur is. Niet meer te betalen
nu het aantal ouderen in onze samenleving groeit.
Maar bovenal is het een knellend systeem:
voor de ouderen en voor de zorginstellingen. Voor de ouderen is het te
grof: het geeft ruwweg dezelfde zorg aan mensen met heel verschillende
problemen. Degenen die bijvoorbeeld met de juiste thuiszorg best zelfstandig
kunnen wonen - en dat ook graag willen - raken van de wal in de sloot.
Zij moeten huis en haard verlaten om in een zorginstelling hun draai te
vinden.
En ook voor de zorginstellingen werkt
het oude systeem niet meer. Elders in de samenleving zijn mensen en organisaties
gewend geraakt flexibel, op maat en voor verschillende klanten te werken.
In het oude systeem zaten de instellingen vast aan allerlei regels en bepalingen,
en aan hun doelgroep: de ouderen. En dus moet het anders.
Oud zijn is iets nieuws. In de vele eeuwen
voor ons leefden mensen samen en leerden ze elkaar hoe dat moest. De wereld
veranderde maar langzaam, en de paar ouderen in de gemeenschappen waren
bronnen van kennis en verhalen. Voor het eerst in de geschiedenis zijn
er samenlevingen met veel ouderen. Mensen die vaak nog volop in het leven
staan - zij het soms met gebreken. We moeten met z'n allen maar uitvinden
hoe we daar het beste mee om kunnen gaan. En dat is ook wat er nu gebeurt:
de samenleving zoekt naar de beste manier om de zorg voor ouderen menselijk
en betaalbaar te houden. Het is duidelijk dat alleen het bouwen van nog
meer verzorgings- en verpleeghuizen geen oplossing is. De vraaggestuurde
zorg breekt daar dan ook mee. Maar het gevaar bestaat dat we nu doorslaan
naar de andere kant, waardoor ouderen het idee krijgen dat ze het zelf
maar uit moeten zoeken. Alsof ze mondige klanten zijn die geheel zelfstandig
hun inkopen kunnen doen.
Ook mensen die zorg nodig hebben, horen
zo veel mogelijk te zeggen te hebben over hun eigen leven. Tegelijk zijn
zij kwetsbaar. Vaak vinden ze het naar dat ze niet meer alles zelf kunnen.
Ze vinden het vervelend om een beroep op anderen te doen. Of ze zijn boos
omdat ze moeten leven met pijn en ongemak. Soms zijn ze in de war omdat
hun leven zo verandert. Soms zijn ze bang voor wat er komen gaat. Ouderen
die zorg nodig hebben zoeken een nieuw evenwicht in hun leven. En hoe wilt
u leven? Het is een vraag die in geen enkele levensfase vrij ingevuld kan
worden. Een kind moet naar school, een jongvolwassene moet kiezen voor
een beroep, een vader of moeder moet rekening houden met zijn of haar kinderen.
En als oudere krijgt u vroeg of laat te maken met de beperkingen die een
hogere leeftijd u oplegt.
Dat betekent echter niet dat er niets
te kiezen valt. De bedenkers van het vraaggestuurde zorgsysteem willen
dat er in de zorg vooral gekeken wordt naar wat u nodig heeft. Zodat u
zo goed mogelijk kunt leven, zoals u dat wilt. Het lijkt zo simpel: u vraagt,
en de zorginstellingen geven de zorg die u nodig heeft. Maar zo simpel
is het niet. Zorg is meer dan een product dat over de toonbank gaat, meer
dan een uitwisseling van problemen en oplossingen. Het is mensenwerk bij
uitstek.
En bovendien: kiezen is niet altijd prettig
. Het kan fijn zijn als iemand anders voor je kiest en voor je zorgt. Maar
in de vraaggestuurde zorg gaat dat niet. U kunt niet niet kiezen.
Op zoek naar evenwicht -over waarden
In dit hoofdstuk gaat het over wat zorg
is, en wat er allemaal bij komt kijken. Want zorg dient ergens voor.
1 Zorgzaamheid
Zorgzaamheid is een veel zachter woord
dan zorg. Het drukt uit dat iemand zorg heeft voor een ander. En dat is
precies waar het in de ouderenzorg om gaat. Bij het woord zorg denken veel
mensen automatisch aan de geneeskunde. Aan mensen die ziek zijn en beter
gemaakt moeten worden. Dat beeld past bij de tijd waarin we leven. Artsen
weten meer dan ooit. Veel aandoeningen die vroeger dodelijk waren zijn
nu met een simpele ingreep te verhelpen. Het past ook bij de praktische
instelling van onze tijd: als er een vraagstuk is, dan lossen we dat op.
Toch is de geneeskunde maar een klein
deel van de zorg. Een groot deel van de mensen die zorg nodig hebben, kan
niet genezen worden. Ze lijden aan kwalen waar ze mee moeten leren leven,
zo goed en zo kwaad als het kan.
En dat is dan ook waar het in deze zorg
om gaat: niet om het oplossen van een medisch probleem, maar om het leefbaar
houden van het leven. En daarmee is het zorg die alleen 'werkt' als de
mensen om wie het gaat erbij betrokken zijn.
Deze zorg is ontzettend belangrijk. Voor
mensen die zorg nodig hebben, omdat ze weten dat ze er niet alleen voor
staan. Voor mensen die zorg geven, omdat het prettig is om voor een ander
te zorgen. En voor de samenleving, omdat iedereen weet dat wij elkaar niet
aan ons lot overlaten.
Soms verwachten mensen wonderen van de
zorg. De medische wetenschap is immers zo knap, en het is zo moeilijk om
te leven met pijn, slijtage of minder mogelijkheden dan ze gewoon waren.
In het nieuwe systeem kunnen die verwachtingen nog groter worden. In de
vraaggestuurde zorg lijkt de oudere zorgvrager wel wat op een klant, en
de klant is koning, nietwaar? Maar zorgzaamheid kan snel verdwijnen als
ouderen ongeduldige, veeleisende klanten worden. Dat kan ook gebeuren als
zorginstellingen op winkels gaan lijken, die zorgproducten verkopen: tien
minuten wondverzorging, twee uur huis poetsen.
Het is voor alle partijen belangrijk te
weten waar het in de zorg om gaat. Want soms gebeuren er wel degelijk wonderen.
Bijvoorbeeld als werkers in de zorg zich gewaardeerd voelen om wat ze geven,
en als ouderen merken dat hun leven leefbaarder wordt door wat ze krijgen.
2 Vrijheid
Vrijheid is in onze samenleving een groot
goed. Een van de voornaamste redenen om de ouderenzorg anders te gaan organiseren,
is dat mensen vrijheid zo belangrijk vinden. Ze willen de ruimte om, ondanks
hun beperkingen, te leven zoals ze willen. Zelfstandig. Autonoom. Onbevangen.
Als baas van hun eigen leven.
Maar vrijheid en autonomie hebben grenzen.
Op de eerste plaats omdat we met elkaar moeten samenleven. We kunnen niet
allemaal maar doen wat we willen.
Op de tweede plaats kan vrijheid begrensd
worden door lichamelijke en geestelijke mogelijkheden. Ouderen lopen daar
vaak hard tegenaan. Ze worden minder mobiel en kunnen niet meer alles wat
ze graag deden. Hun lichaam staat het niet toe.
Er is nog een derde grens aan de vrijheid
en de autonomie. Dat is die van de onverschilligheid. Soms doen mensen
immers alsof vrijheid betekent dat iedereen maar voor z'n eigen hachje
moet zorgen. Maar dat is onzin. Geen mens leeft alleen, geen mens kan leven
zonder te vertrouwen op anderen: op de partner, de familie, de buren, de
werkgever, de overheid. Wie echt vrij is, is niet gebonden, maar wel verbonden
met anderen.
De vrijheid in het nieuwe zorgsysteem
komt niet voort uit onverschilligheid. Het is geen aardige manier om te
zeggen: 'Zoekt u het maar uit'. U bent als .-zorgvrager vrij
om te kiezen, maar wordt daarin niet aan uw lot overgelaten. U krijgt hulp
van mensen die de zorginstellingen en de mogelijkheden kennen. Zij kunnen
helpen om precies te bepalen wat u nodig heeft, en hoe u het beste geholpen
bent. Het derde hoofdstuk van deze brochure biedt daar meer informatie
over.
Uiteindelijk bent u degene die beslist
over hoe, waar en wanneer u zorg ontvangt. Maar u staat daarin niet alleen.
U kunt - zelfstandig en onbevangen -vragen om uitleg, advies en hulp bij
uw keuze.
Maar: het gaat er in de vraaggestuurde
zorg niet alleen om dat de instanties uw vrijheid erkennen. Het is ook
belangrijk hoe u daar zelf mee omgaat. Ouderen krijgen in het vraaggestuurde
systeem meer vrijheid. Dat gebeurt in een periode in hun leven waarin ze
tegen de grenzen van hun mogelijkheden aanlopen. En dat doet zeer. Ouderen
die een beroep doen op zorg zijn vaak bang en ongerust. Ze ervaren de zorg
als een noodzakelijk kwaad, en de zorgsector als een onbegrijpelijke wirwar
van regels en instanties.
Wie hulp nodig heeft, is meer dan alleen
hulpbehoevend. Zo hoeft u zich dan ook niet te laten aanspreken. Maar u
hoeft zich evenmin te laten aanspreken als de klant die het zeggen mag.
U hoeft zich niet stoerder en zelfstandiger voor te doen dan u bent. Twijfels,
verwarring en angst horen erbij. Want iemand die hulp nodig heeft, staat
voor een grootse opgave: een vrij mens te zijn die niet zonder anderen
kan.
3 Waardigheid
Respect is in onze samenleving de laatste
jaren een belangrijk woord geworden. Maar meestal wordt het woord op een
eigenaardige manier gebruikt: alsof respect iets is dat je moet verdienen.
Bijvoorbeeld door stoer te zijn, of sterk, of goed in wat je doet. Respect,
zo zegt deze gedachtegang, moet je afdwingen.
Mensen die zorg nodig hebben zijn zelden
in de kracht van hun leven. Ze hebben op geestelijk of lichamelijk gebied
moeten inleveren. Om goed te kunnen leven hebben ze de hulp van anderen
nodig. Sommige ouderen hebben daar moeite mee. Ze hebben het gevoel dat
ze geen respect meer kunnen afdwingen als een ander, jonger persoon moet
komen voor zelfs de meest alledaagse klussen als wassen en aankleden.
Het nieuwe systeem van de vraaggestuurde
zorg gaat ervan uit dat ouderen hun eigen beslissingen kunnen nemen. Het
wil ouderen niet aanspreken als hulpeloze mensen die alles uit handen moeten
geven. Dat heeft met respect te maken, maar als het goed is met een ander
soort respect dan op basis van verdienste.
leder mens, hoe kwetsbaar ook, verdient
respect. Maar dan niet omdat hij of zij dat afdwingt, maar omdat ieder
mens een eigen waardigheid heeft. Gewoon, omdat-ie er is.
Respect in de zorg betekent niet dat u
er alleen voor staat, maar dat zorgenden kijken naar waar u behoefte aan
hebt. Het betekent ook dat de oudere moet kunnen zien dat veel verzorgenden
van hun werk houden. Of ze er ook voldoening in vinden, ligt aan de oudere
die de zorg ontvangt. Hopelijk durft u, als het nodig is, het systeem en
de inzet van de mensen die er werken te benutten. U verdient het.
Vraaggestuurde zorg- de begrippen
1 Uitgangspunt
In de vraaggestuurde zorg gaat het om
u. Want ook al moet u leven met beperkingen die met de jaren zijn gekomen:
u blijft de regisseur van uw leven. U kunt bepalen hoe, wanneer en waar
u zorg nodig heeft. Dat is het uitgangspunt. De praktijk is natuurlijk
weerbarstiger, want uw . vraag is geen bevel. Het kan bijvoorbeeld gebeuren
dat hulp te plotseling en te snel nodig is. Of dat de zorgaanbieders net
met een grote drukte zitten of niet genoeg personeel hebben.
Het kan ook dat u iets wilt wat gezien
de problemen helemaal niet kan. Meestal zullen de zorgaanbieders zeggen
wat er wei en niet mogelijk is. Niettemin blijft de 'klant' het laatste
woord hebben - een laatste woord met een vraagteken erachter.
2 Functies
Om sneller te weten waar de knelpunten
zitten, is de zorg ingedeeld in zeven soorten. Die indeling begint bij
degene die zorg nodig heeft. Er wordt gekeken naar wat de oudere kan en
waar hij of zij hulp bij nodig heeft. Als de oudere zorg nodig heeft, dan
krijgt hij of zij een indicatie voor een functie. Dat betekent dat degene
met wie u uw zorgvraag bespreekt, vaststelt dat u hulp hoort te krijgen
op een van de zeven gebieden die hieronder worden besproken.
Deze indeling in functies maakt het ook
gemakkelijker om te praten met zorginstellingen. In het oude systeem gebruikten
instellingen vaak verschillende namen voor dezelfde zorg, of mochten ze
de zorg niet aan iedereen bieden. Het is de bedoeling dat in de vraaggestuurde
zorg alle instanties dezelfde woorden gebruiken. Dat is belangrijk, want
iemand die zorg nodig heeft zit in het nieuwe systeem niet vast aan één
instantie. De oudere kan de hulp krijgen die nodig is, zonodig van verschillende
zorginstellingen. In de praktijk zullen ouderen vaak zorg krijgen voor
een combinatie van functies. Zo kan deze indeling helpen om uw zorgvraag
helder te krijgen, en om antwoorden te krijgen die iedereen begrijpt.
Zorgen voor het huishouden; huishoudelijke
verzorging
De eerste functie is die van de huishoudelijke
zorg: opruimen, schoonmaken, de was doen, het bed opmaken, eten koken of
het verzorgen van planten en huisdieren. Deze verzorging is een hulpmiddel.
Als iemand een indicatie heeft voor huishoudelijke zorg, kan het best zijn
dat hij of zij zelf nog van alles kan. Misschien kan een oudere immers
nog prima zelf koken en de planten verzorgen, en is alleen het grotere
schoonmaakwerk moeilijk geworden. De huishoudelijke verzorging houdt daar
rekening mee.
Zorgen voor jezelf; persoonlijke verzorging
Persoonlijke verzorging is voor mensen
die om de een of andere reden niet meer goed voor zichzelf kunnen zorgen.
Het gaat dan om hulp bij bijvoorbeeld het wassen, douchen en aankleden,
bij het scheren, tandenpoetsen en het aanbrengen van een prothese. Het
kan ook gaan om hulp bij eten en drinken, bij het anders gaan
liggen in bed of het oefenen van de bewegingen
van armen en benen, of om het vervoeren in een rolstoel. Bovendien is de
persoonlijke zorg bedoeld om, als het even kan, meer zelf te leren doen.
Zorgen voor ziekte; verpleging
Verpleegkundige hulp, de derde functie,
is bestemd voor mensen die moeten herstellen van een gezondheidsprobleem
- of daarmee moeten leren leven. Het gaat dan om medische hulp zoals het
geven van medicijnen, zuurstof of injecties, om het aanbrengen van een
infuus of een catheter. Het kan ook gaan om het verzorgen van een wond,
of om controles om uw lichamelijke conditie in de gaten te houden.
Deze hulp kan ook bestaan uit het geven
van voorlichting en advies over een ziekte: hoe de oudere ermee om kan
gaan en wat goede hulpmiddelen zijn. Tenslotte kan verpleegkundige hulp
ook in de vorm van palliatieve zorg gegeven worden. Dat is de zorg voor
iemand die ongeneeslijk ziek is en niet lang meer te leven heeft. Vaak
heeft zo iemand verpleging en pijnbestrijding nodig.
Deze vorm van zorg is bedoeld voor mensen
die om de een of andere reden hulp nodig hebben om hun plek in de samenleving
te vinden. De ondersteuner neemt de aandoening of handicap als een gegeven
en kijkt naar wat de oudere kan (of nog kan, bijvoorbeeld na een hersenbloeding)
en probeert dat te versterken.
De zorg kan bestaan uit gesprekken over
de dagindeling en het oefenen van allerlei vaardigheden zodat de oudere
zo veel mogelijk het eigen leven kan leiden. Maar het kan ook betekenen
dat de helper mee gaat naar activiteiten waar de oudere (nog) niet zelf
naar toe kan.
Leren leven met gebreken; activerende begeleiding
De vijfde functie kijkt niet naar wat
de oudere (nog) kan, maar probeert hem of haar te leren leven met een ziekte
of aandoening. De bedoeling is herstel van de beperking of handicap, of
als het niet anders kan ervoor te zorgen dat de beperking niet erger wordt.
Door middel van gesprekken en oefeningen, alleen of in groepen, leert de
oudere wat het probleem is en hoe daar (beter) mee om te gaan.
Dat kan door te praten, informatie over
de ziekte te geven of te oefenen met manieren om actiever in het leven
te staan .
Herstel van ziekte of voorkoming dat het
erger word; behandeling
Een indicatie voor behandeling, de zesde
functie, is bedoeld voor mensen die moeten herstellen van een ziekte of
handicap, of die moeten voorkomen dat het erger wordt. Deze hulp is altijd
medisch of psychologisch van aard. Het verschil met activerende behandeling,
de vorige functie, is dat nog niet is vastgesteld met welke
kwalen de oudere kampt. In de praktijk
zal na behandeling vaak activerende begeleiding volgen.
Opvang in een veilige omgeving; verblijf
Bij de zevende functie gaat het om permanente
of tijdelijke opvang in een veilige en beschermde omgeving. Bij permanent
verblijf gaat het erom iemands leven zo goed mogelijk te houden. Bij tijdelijk
verblijf gaat het om mensen die moeten herstellen van een aandoening of
daarmee moeten leren leven.
Het kan ook gaan om mensen die thuis zorg
krijgen van familie of bekenden (mantelzorgers), die even een adempauze
nodig hebben om zelf bij te komen.
3 De zorgketen
Er zijn allerlei mensen betrokken bij
de zorg. De oudere zelf natuurlijk, en verder artsen, verpleegkundigen,
verzorgenden, managers en verzekeraars. Om goed te weten wat ieders taak
is, is er een zorgketen opgesteld: een volgorde die duidelijk maakt wie
welke taak heeft.
De zorg begint bij de vrager, de oudere.
Deze heeft een of meerdere problemen waarbij hulp nodig is. Hij of zij
moet weten dat de vraag om zorg begrepen is en welke hulp geboden kan worden.
De oudere praat met iemand die de zorgvraag
vaststelt. Zo iemand is in dienst van het RIO, het Regionaal Indicatieorgaan.
Die instelling werkt onafhankelijk van verzekeraars en zorgaanbieders.
Aan de hand van de zeven functies wordt bekeken waar de oudere behoefte
aan heeft, en dat wordt vastgelegd. Dat gebeurt als het goed is altijd
in overleg met de oudere zelf. Als die het er niet mee eens is, kan hij
of zij in beroep gaan tegen de beslissing. Eerst door bezwaar te maken
bij het RIO, eventueel zelfs door in beroep te gaan bij de rechtbank.
Als zwart op wit staat waar de 'klant'
behoefte aan heeft - in vaktaal: waar de oudere een indicatie voor heeft
- dan wordt gekozen voor zorg in natura of een persoonsgebonden budget
(zie de volgende paragraaf). In beide gevallen gaat het zorgkantoor over
de financiële kant van de zaak. Bij een persoonsgebonden budget maakt
het zorgkantoor afspraken met de klant over de betaling van de zorg. Voor
mensen die kiezen voor zorg in natura sluit het zorgkantoor contracten
met de verschillende zorgaanbieders. Zo helpt het zorgkantoor om de oudere
de zorg te bieden die zo goed mogelijk aansluit bij zijn of haar wensen.
Iedereen die thuiszorg krijgt, betaalt
daarvoor een eigen bijdrage. Bij zorg in natura wordt deze eigen bijdrage
geïnd door het Centraal Administratiekantoor. Bij mensen die kiezen
voor een persoonsgebonden budget regelt het zorgkantoor dit.
De aanbieders vormen de laatste schakel
in deze keten. Dit zijn de instellingen die de zorg geven: thuiszorgorganisaties,
verzorgingshuizen, verpleeghuizen, wijkverpleegkundige hulp enzovoorts.
In het nieuwe systeem van de vraaggestuurde
zorg zijn ook de aanbieders vrijer. In het oude systeem waren ze gebonden
aan regels die een scherp onderscheid maakten tussen soorten zorg. In de
nieuwe situatie mogen zorginstellingen zelf bepalen wat ze aanbieden. Dat
is voor de instellingen prettig, omdat ze zo meer een eigen koers kunnen
bepalen. Zo kan een verzorgingshuis ook gehandicaptenzorg aanbieden. Het
is voor u ook prettig, omdat de keuze groter wordt en één
aanbieder u misschien meerdere soorten zorg kan leveren.
4 Geld of natura
Er zijn grote verschillen tussen de mensen
die zorg nodig hebben. Daarom kunt u, als u recht heeft op zorg, dat op
verschillende manieren krijgen. De meest voorkomende vorm is Zorg In Natura
(ZIN). Dat betekent dat u kunt kiezen voor de zorg van een gewone instelling
en die ook ontvangt. Maar u kunt ook kiezen voor een Persoonsgebonden Budget
(PGB). Dat betekent dat u, afhankelijk van de indicatie, een budget krijgt
waarmee u zelf zorg kunt inkopen.
PGB en ZIN zijn er voor mensen die door
ziekte, handicap of ouderdom langdurig thuis zorg nodig hebben. Het is
de bedoeling dat in de nieuwe structuur meer mensen met een PGB gaan werken.
Wie een PGB wil, krijgt contant geld op
de rekening gestort. Maar dat is niet het totale bedrag. Op dit moment
beheert de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een groot deel van het bedrag.
In de toekomst gaat het zorgkantoor dat beheren. Die instelling geeft de
oudere een voorschot. Daarmee kan hij of zij zelf zorg inkopen.
Het grote voordeel is dat u zelf de baas
blijft over de zorg die u inkoopt. U kunt zelf beslissen wanneer, waar
en van wie u hulp krijgt. Het is zelfs mogelijk om uw partner, kind of
buren tegen betaling 'in te huren'. Dat kan heel prettig zijn, omdat er
dan geen of weinig vreemden over de vloer hoeven te komen. Wel moeten er
goede afspraken gemaakt worden, bijvoorbeeld over de betaling, vakantie
en vervanging bij ziekte. Ook moet u zich realiseren dat u met diegene
een arbeidscontract afsluit. De vriendschap of de familieband moet daartegen
wel bestand zijn.
Natuurlijk zijn er ook nadelen aan het
PGB, bijvoorbeeld dat het maken van afspraken uw eigen pakkie-an is. Bedenk
dan dat u altijd kunt overstappen naar ZIN. En wie het werken met een eigen
budget in het begin wat ingewikkeld vindt, kan daarbij advies en begeleiding
krijgen. Er zijn steunpunten in elke regio, en er is een landelijke vereniging
van budgethouders. Deze vereniging, Per Saldo geheten, geeft hun leden
informatie, telefonisch advies of juridische hulp. Ook kunt u informatie
krijgen bij de ouderenorganisaties.
Overigens is het niet zo dat u met een
PGB alles in de hand hebt en met ZIN niet. Ook iemand met een PGB moet
zich schikken naar hoeveel geld er beschikbaar is en wat de zorginstellingen
kunnen bieden. En ook iemand met ZIN kan duidelijk maken welke zorgwensen
hij of zij heeft.
Voorbeelden
Meneer Driessen is de laatste jaren langzaam
achteruit gegaan. Eerst verdween de vlotte kievitspas, toen de scherpe
blik en toen het gehoor. Maar zijn verstand is nog even helder als altijd.
Al die tijd is zijn oudste dochter, die
met haar gezin in de buurt woont, bijge-sprongen. Maar nu zijn huisarts
ook nog lichte artrose heeft geconstateerd, vindt meneer Driessen het welletjes.
In gesprek met iemand van het RIO heeft hij thuiszorg geregeld, vooral
voor huishoudelijke hulp. Hij is trots als hij het zijn dochter vertelt.
'Dus je hoeft niet meer voor me te sloven', zegt hij. Maar zij reageert
minder opgetogen. Meneer Driessen begrijpt het niet goed. Het duurt een
paar dagen voor de aap uit de mouw komt. 'Papa', zegt ze, 'Weet je niet
hoe fijn het is voor jou te zorgen? Hebben wij het soms niet goed gedaan?'
'Ik wil jullie niet te veel belasten', zegt hij.
'Je zou me ook kunnen inhuren', zegt zijn
dochter. 'Dan wordt het echt liefdewerk.'
De heer en mevrouw Toker wonen al 35 jaar
in een oude wijk van Rotterdam, in een huis op de tweede etage. Ze hebben
er alles in de buurt: een van hun kinderen, de winkels en openbaar vervoer.
Meneer Toker doet er boodschappen en gaat vaak naar het koffiehuis of de
moskee. Maar zijn vrouw heeft steeds meer last van haar knieën. De
trap naar boven is een groot obstakel geworden. Mevrouw Toker vereenzaamt.
Als ze gaan informeren blijkt hoe veel mogelijkheden er zijn. De gemeente
geeft subsidies voor aanpassingen in huis: een traplift of beugels in douche
en toilet. De thuiszorg kan vaker langskomen voor allerlei soorten hulp.
Ook blijken er benedenwoningen in de wijk te zijn speciaal voor mensen
die slecht ter been zijn.
Het echtpaar Toker besluit de hulp van
de thuiszorg in te roepen, tot er in de buurt een geschikte woning vrijkomt.
Mevrouw De Wit woont al jaren in een verzorgingshuis.
Ze voelt zich er prettig en kent er veel mensen. Haar familie woont in
de buurt. Een tijdje geleden echter heeft ze een licht herseninfarct gehad.
Ze revalideert langzaam, maar heeft wel verpleging nodig.
Ze probeert zich ermee te verzoenen dat
ze haar verzorgingshuis moet verlaten, maar dat valt haar zwaar. Pas als
ze aan haar arts durft te zeggen, in tranen, dat ze niet naar het verpleeghuis
wil, blijkt dat dat helemaal niet hoeft. Haar arts is verbaasd. 'Wist u
niet dat het verzorgingshuis ook verpleging kan aanbieden?' Met behulp
van de arts weet mevrouw De Wit de beslissing om naar het verpleeghuis
te gaan terug te draaien.
Na de dood van haar man is mevrouw Van
Loon steeds verder weggezakt.
Ze is lichamelijk en geestelijk in prima
conditie, maar ze heeft er domweg geen zin meer in. Ze slaapt slecht, staat
's ochtends moe op en doet steeds langere middagdutjes. Ze gaat alleen
de deur uit voor het hoognodige. Haar zus bezoekt haar geregeld, ofschoon
ze er een eind voor moet reizen. Ze maakt zich zorgen. Ze informeert bij
haar ouderenbond of mevrouw Van Loon thuis hulp kan krijgen voor haar depressieve
klachten. Zelf ziet ze dat niet zitten, want ze is goed in staat zelf de
boel aan kant te houden, zoals ze korzelig zegt.
Via de hulplijn van haar ouderenbond hoort
haar zus dat mevrouw Van Loon bezoek kan krijgen van een gezinsverzorgende
van de thuiszorg. Zij helpt haar met het zoeken van nieuwe activiteiten,
het opbouwen van een nieuw dagritme. Alleen haar bezoek al zorgt voor structuur
in haar dagen.
Meneer en mevrouw Wegers hadden vroeger
een boerderij. Die is al lang geleden verkocht, maar Wegers weet het nog
goed. Dat is prettig, want omdat hij dementeert vallen er steeds grotere
gaten in zijn geheugen. Zijn vrouw zorgt voor hem, en om haar te ontlasten
gaat meneer Wegers twee dagdelen per week naar een dagopvang op een zorgboerderij.
Daar geniet hij van: hij kan er over de weilanden uitkijken, praten met
de boer en zelfs af en toe een handje meehelpen.
Helaas gaat de man sterk achteruit en
komt het moment dat hij naar een verpleeghuis moet. Mevrouw Wegers is bang
dat de dagopvang op de zorgboerderij dan niet meer mogelijk is. In het
oude systeem was dat ook zo, maar nu is dat anders. Met een PGB koopt mevrouw
de verpleegkundige zorg in, maar ze gebruikt niet al het geld voor de dagopvang
van het verpleeghuis. Zo blijft er ruimte om meneer Wegers regelmatig op
de zorgboerderij op te vangen.
Meneer Rooskerke ziet elke dag een polonaise
aan zich voorbij trekken.
Eerst komt een verzorgende langs om hem
te wassen en aan te kleden. Een uurtje later komt de huishoudelijke hulp.
En als die nog volop bezig is, komt de wijkverpleegkundige om een spuit
insuline toe te dienen. Een stoet vreemde mensen, allemaal in zijn huis
en aan zijn lijf.
Het huis van meneer Rooskerke is een duiventil,
maar hij denkt dat het niet anders kan. Hij krijgt niet goed grip op alle
afspraken die gemaakt worden. Jammer is het dat zijn dochter zo ver weg
woont. En zijn zoon heeft het met zijn werk en gezin te druk om echt bij
te springen. Af en toe komt er iemand van de ouderenbond bij hem buurten.
En als meneer Rooskerke eens zijn nood klaagt over het in- en uitvliegen
van de zorgers, wijst deze hem op het Persoonsgebonden Budget. 'Dat is
me veel te ingewikkeld', zegt meneer Rooskerke. 'Ik begrijp al die regelingen
en formulierenpraat niet. Ik ben nooit naar de universiteit geweest, zoals
mijn zoon. Voor hem zou het een fluitje van een cent zijn.' 'Kan uw zoon
uw budget niet beheren?' vraagt de ander. |