protocol  
bloeddruk meten
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 protocol bloeddruk meten 
Doel:  
Het bepalen van de hoogte van de boven- en onderdruk in de bloedvaten  

Algemene opmerkingen vooraf:  
Bovendruk is de maximale druk van het bloed op de slagaderwand tijdens de samentrekking van de linkerkamer van het hart  
Onderdruk is minimale druk van het bloed op de slagaderwand tijdens het rustmoment tussen twee samentrekkingen van de linkerkamer van het hart  
Nooit bloeddruk meten aan een gewonde arm, een arm met een infuus, bij vochtophoping in de arm en na inspanning  
Houd rekening met de gevoelens van ongerustheid over de bloeddruk bij de bewoner  
Meet de bloeddruk zo mogelijk steeds onder dezelfde omstandigheden: tijdstip, dezelfde arm, omgeving.  

Voorbereiding  
BEWONER  
Informeer de bewoner over de bloeddrukmeting.  
Vraag toestemming.  
Laat de bewoner in een comfortabele positie op een stoel of het bed plaatsnemen.  
Vraag de bewoner zich te ontspannen. Laat de cliënt 5 minuten rusten: inspanning kan de meting beïnvloeden.  
Vraag de bewoner niet te praten tijdens de meting.  

MATERIALEN  
stethoscoop  
bloeddrukmeter (Riva-Rocci)  
alcohol 70%  
deppers  
afvalzak  
Zet alles klaar op een schoon werkvlak.  

OMGEVING  
Zorg voor een rustige omgeving. Zorg voor voldoende privacy. Vraag eventuele aanwezigen tijdens de meting stil te zijn.  
Leg de stethoscoop binnen handbereik.  

Uitvoering  
Was je handen.  
Vraag de bewoner de bovenarm te ontbloten.  
Vraag de bewoner de arm ter hoogte van het hart op het bed of op een tafel te laten rusten. Laat de bewoner de handpalm naar boven houden. Dit bevordert een ontspannen houding.  
Verwijder de aanwezige lucht uit de manchet van de bloeddrukmeter door deze op te rollen en er in te knijpen.  
Breng de manchet correct rond de arm aan; 2,5 cm boven de elleboog plooi. Er mag geen textiel tussen de manchet en de arm zitten. De manchet moet stevig aangelegd worden zonder af te knellen.  
Zorg ervoor dat de slangen vrij liggen.  
Draai het ventiel aan de ballon dicht en voel de pols.  
Pomp de manchet op tot de waarde dat je geen kloppen in de pols meer voelt. Pomp dan nog zon 30 mm Hg. extra op. Op deze manier voorkom je dat de slagader onnodig lang en hard wordt afgekneld; dit is een vervelend gevoel voor de bewoner.  
Plaats de oordoppen van de stethoscoop in je oren, plaats het membraan op de armslagader in de elleboogplooi en blijf de stethoscoop zonder ruk vasthouden.  
Laat de manchet per seconde 2 à 3 mm Hg leeglopen door het ventiel voorzichtig open te draaien.  
Op het moment dat je de eerste harttoon hoort, lees je de bovendruk af op de kwikkolom. Onthoud of noteer de waarde  
Lees de onderdruk af op het moment dat je de laatste harttoon hebt gehoord. Onthoud of noteer de waarde.  
Laat de manchet langzaam leeglopen.  
Verwijder de manchet  
Indien nodig kan de meting na 30 seconden pauze herhaald worden.  
Was je handen.  

Nazorg  
BEWONER  
Bespreek met de bewoner hoe deze de handeling heeft ervaren.  
Help de bewoner eventueel met het in orde brengen van de kleding.  
Deel de waarden desgevraagd mee aan de bewoner, tenzij de arts anders heeft bepaald.  

MATERIALEN  
Reinig de oordopjes en het membraan van de stethoscoop met deppers en alcohol.  
Laat de lucht uit de manchet lopen door deze op te rollen met geopend ventiel.  
Ruim de materialen op.  
Doe het afval in de afvalzak.  

RAPPORTEREN  
Noteer de waarden, het tijdstip, de plaats van meting en de gemeten arm op het daartoe bestemde formulier.  
Rapporteer alle gegevens.