protocol bloedsuiker bepalen met
glucocard
Risicovolle handeling
Doel
Bepaling van het bloedsuiker in het bloed.
Algemene opmerkingen vooraf:
KENNIS
Het bloedsuikergehalte wordt alleen bepaald
in opdracht van een arts of na een inschatting van een dienstdoend hoofd
bij een diabetes 1 of 2 patiënt, waarbij een te hoge of te lage bloedsuiker
vermoedt wordt. Afgesproken wordt meestal van tevoren wanneer de arts op
de hoogte gebracht moet worden, bij afwijkende waardes altijd arts waarschuwen.
De normale waarde van de bloedsuiker is tussen de 4 en 8 mmol. Bij regelmatig
bloedsuikers prikken, niet steeds dezelfde vinger gebruiken. Bloedsuiker
prikken wordt gedaan door verpleegkundigen niveau 4 en 5 met bekwaamheidsverklaring.
VAARDIGHEID
Om vaardig te worden en te blijven is
het nodig de handeling regelmatig uit te voeren.
ATTITUDE
Houdt rekening met de gevoelens van de
bewoner en zorg voor voldoende privacy
Voorbereidingen
BEWONER
Overleg met en informeer de bewoner over
de te verrichten handeling.
MATERIALEN
Glucocard Memory 2
Teststripjes.
Alcohol 70 %
Deppers.
Vingerprikkertjes
Pleister.
Bekken.
Controleer de juiste calibratorfactor
als volgt:
Controleer met de calibratorstrip de calibratorfactor
Open de verpakking tot van aluminiumverpakking
tot de strip half zichtbaar is.
Duw de strip met de uitstulping naar boven
gericht in de insteekopening zover, totdat hij niet meer verder kan
Verwijder de verpakking
Calibratorfactor op de Glucometer moet
nu overeenkomen met de verpakking van de strip
OMGEVING
Zorg voor voldoende privacy in overleg
met bewoner
Uitvoering
Maak de prikpen als volgt klaar:
Bevestig de vingerprikker in de prikpen.
Verwijder het blauwe dopje van de prikpen
Draai de prikpendop op de prikpen
Hou de dop vast en trek met de andere
hand de prikpen naar achteren; de prikpen is klaar voor gebruik
Was de handen (zonodig ook van bewoner)
Desinfecteer prikplaats met alcoholdepper.
1 minuut wachten met prikken
bewoner prikken (aan de zijkant van de
vinger) met de prikpen en eerste druppel bloed met droge depper afvegen.
Nieuwe druppel bloed opzuigen met zijkant
van de teststrip.
Vinger bewoner verbinden met pleister.
Na 30 seconden verschijnt de bloedsuikerwaarde
op het beeldscherm.
‘LO’ houdt in: lager dan 1,1 mmol.
Voor het ontbijt is een regulier waarde:
3,9 mmol – 5,8 mmol
Een uur na het ontbijt: 8,9 mmol
Twee uur na het ontbijt: 6,7 mmol
‘HI’ betekent: hoger dan 33,4 mmol
Nazorg
BEWONER
Bespreek hoe de bewoner de handeling heeft
ervaren.
Geef aan de bewoner aan wat er nu verder
gebeurt.
MATERIAAL
Strip verwijderen uit Glucocard.
Vuile deppers, teststrip deponeren in
de daarvoor bestemde container.
Vingerprikker deponeren in de gele naaldenemmer
VERZORGENDE
Geef de bloedsuikerwaarde door aan de
arts en/ of noteer deze op de daarvoor afgesproken plaats.
COMPLICATIES
verharding huid op prikplaatsen bij te
vaak op zelfde plaats prikken. |