protocol 
bloedsuiker bepalen met strips
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg



Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 protocol bloedsuiker bepalen met strips
Risicovolle handeling 

Doel: 
Het bepalen van de bloedsuikerwaarde zonder Glucometer. 

Algemene opmerkingen vooraf: 
KENNIS 
Het bloedsuikergehalte wordt alleen bepaald in opdracht van een arts of na een inschatting van een dienstdoend hoofd bij een diabetes 1 of 2 patiënt waarbij een te hoge of te lage bloedsuiker vermoed 
wordt. Afgesproken wordt meestal van tevoren wanneer de arts op de hoogte gebracht moet worden, bij afwijkende waardes altijd arts waarschuwen. De normale waarde van de bloedsuiker is tussen de 4 en 8 mmol. Bij regelmatig bloedsuikers prikken, niet steeds dezelfde vinger gebruiken. Bloedsuiker prikken wordt gedaan door verpleegkundigen niveau 4 en 5 met bekwaamheidsverklaring. 

VAARDIGHEID 
Om vaardig te worden en te blijven is het nodig de handeling regelmatig uit te voeren. 

ATTITUDE 
Houdt rekening met de gevoelens van de bewoner en zorg voor voldoende privacy 
  
Voorbereidingen 
BEWONER 
overleg met en informeer de bewoner over de te verrichten handeling. 

MATERIALEN 
Buisje glucostrips 
Vingerprikkertjes 
Alcohol 70% 
Pleisters 
Deppers 
Naaldencontainer 
Stopwatch of horloge met seconde wijzer 

OMGEVING 
zorg voor voldoende privacy in overleg met bewoner. 

UITVOERING 
Was de handen, (zn. ook van de bewoner.) 
Prikplaats desinfecteren met alcoholdepper. 1 minuut wachten met prikken. 
Prik in een vingertop aan de zijkant (bij regelmatig prikken niet steeds in dezelfde vinger). 
Veeg de eerste druppel af. 
Vang de tweede druppel op de strip, beide kleuren van de strip moeten met bloed bedekt zijn. 
Laat het bloed gedurende 1 minuut op de strip zitten, plak in deze tijd zonodig een pleister op de vinger van de patiënt. 
Veeg de druppel bloed af. 
Wacht 1 minuut en vergelijk de kleuren van het stripje met de voorbeelden op het buisje. 
Zoek naar het beste vergelijk en noteer de waarde die op het buisje bij die kleurcombinatie staat aangegeven. 

Nazorg 
BEWONER 
Bespreek hoe de bewoner de handeling heeft ervaren. 
Geef aan de bewoner aan wat er nu verder gebeurt. 

MATERIAAL 
ruim alle gebruikte materialen op. 
Wees voorzichtig met het prikkertje en materialen die met bloed in aanraking zijn geweest. 
Deponeer het gebruikte vingerprikkertje in de daarvoor bestemde container. 

VERZORGENDE 
Geef de bloedsuikerwaarde door aan de arts en/ of noteer deze op de daarvoor afgesproken plaats. 

COMPLICATIES 
verharding huid op prikplaatsen bij te vaak op zelfde plaats prikken.