protocol hypodermoclyse toedienen
Doel
Toediening van vocht met behulp van een
"hypo" gebeurt wanneer een bewoner is uitgedroogd als gevolg van beperkte
vochtopname
of een te sterke uitscheiding bijvoorbeeld
door braken of diarree. Het toedienen van vocht gebeurt subcutaan in de
bovenbenen.
Algemeen opmerkingen
Kennis.
Subcutaan: de vloeistof wordt in het onderhuidse
vetweefsel gebracht. De vloeistof zal langzaam door het lichaam worden
opgenomen.
De verzorgende die de handeling gaat uitvoeren
moet op de hoogte zijn van de methode en consequenties van de hypodermoclyse.
Vaardigheid.
Om vaardig te worden en te blijven is
het nodig de handeling regelmatig uit te voeren.
Attitude
Houdt rekening met de gevoelens van de
bewoner en de zorg voor privacy.
Voorbereidingen.
Bewoner.
Informeer en overleg met de bewoner (of
familie) over:
De reden van de toediening
De plaats waar geïnjecteerd wordt
Eventuele pijnlijkheid
De werkwijze
Leg de bewoner in rugligging
Materialen
2 Steriele naalden: infuusnaalden
Vloeistof ( arts schrijft dit voor)
Verrijdbare infuusstandaard
Toedieningssysteem + druppelregelaars
2 Kochers
Steriele gaasjes 10 x 10 cm., 4stuks waarvan
2 half ingeknipt.
Pleister
Alcohol
Schaar
Bekkentje
Handdoek
Extra bovenlaken, extra deken of molton
Omgeving.
Zorg voor een rustige omgeving zodat de
bewoner zich kan ontspannen
Scherm het bed af.
Uitvoering.
Hang voorgeschreven hoeveelheid vloeistof
aan de infuusstandaard.
Verwijder beschermstripje van het aanprikpunt.
Zet kochers op de toedieningsslangen.
Steek de (kunststof)naald in het aanprikpunt
van de vloeistofzak.
Vul de druppelkamer door erin te knijpen.
Bevestig de naalden aan het toedieningssysteem.
Haal de kochers één voor
één van de slang en laat de slangen vol lopen boven het bekkentje
totdat er geen lucht meer in de slangen
zit.
Klem de slangen af en hang ze aan de infuusstandaard.
Leg een handdoek onder de bovenbenen.
Ga ieder aan een kant van het bed staan.
Desinfecteer de huid op de plaats waar
de naalden geplaatst gaan worden.
Haal de kochers van de slangen en laat
de vloeistof langzaam uit de naalden druppelen.
Pak met de hand een flinke huidplooi en
breng - tegelijk - de naalden in een hoek van 45°, naar het hart gericht,
in het midden van de bovenbenen, subcutaan in. Als gebruik wordt gemaakt
van een infuusnaald dient na het inbrengen de binnennaald uit de canule
te
worden getrokken. Deze naald mag nooit
weer in de canule worden teruggestoken i.v.m. afsnijdingsgevaar van de
canule.
Controleer of de vloeistof blijft druppelen
en niet uit de insteekopening van de huid lekt.
Fixeer de canule (s) met gaasjes en pleisters.
Bereken de druppelsnelheid p.o. arts.
Vochtbalans bijhouden.
Soms wordt de toediening in één
been gedaan, dan dus met behulp van één naald. Dit op voorschrift
van de arts.
Nazorg.
Zorg dat de bewoner alles bij de hand
heeft.
Controleer de bewoner regelmatig in overleg
met de arts.
Controleer de druppelsnelheid
Controleer reactie van de bewoner
Controleer op lekkage en pijn, temperatuur
van de benen en op kleur van de huid
Rapporteer toediening en hoeveelheid en
rapporteer de observaties.
Nadat de voorgeschreven hoeveelheid is
ingelopen, "hypo" verwijderen.
Insteekwondjes desinfecteren en zonodig
bedekken met steriel gaas en afplakken met pleister.
Alles opruimen.
Bewoner in een prettige houding zetten.
Evalueer met de bewoner
Bewoner.
Help zonodig met het in orde brengen van
de kleding en het aannemen van de gewenste houding.
Bespreek hoe de bewoner de handeling heeft
ervaren.
Materialen.
Alle benodigdheden opruimen
Naald in de naaldencontainer
Omgeving.
Verwijder de bedschermen.
Verzorgende.
Handen wassen
Rapporteer de gegevens en teken af in
de medicatiemap.
Complicaties
Hematoomvorming door aanprikken van een
bloedvat
Infectieverschijnselen lokaal of algemeen
Duizelingen/ flauwvallen
Prikaccident |