protocol 
insuflon inbrengen
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 protocol insuflon inbrengen 
Doel  
Het door middel van een verblijfscanule onder de huid brengen van medicatie.  

Algemene opmerkingen  
Kennis:  
Het insuflon-naaldje wordt evenals een normale subcutane injectie in het onderhuids bindweefsel gebracht waar de toe te dienen  
vloeistof langzaam door het lichaam opgenomen zal worden.  
Voorkeursplaatsen zijn: links of rechts op de borst of in de buikplooi.  
Het insuflon-naaldje kan 3 tot 5 dagen blijven zitten indien geen ontstekingsreaktie of lekkage is waar te nemen.  
Wissel de insteekplaats regelmatig af.  
Per dosering van de toe te dienen medicatie mag niet meer dan 3 a 4 cc. Vloeistof gespoten worden.  
Verzorgende dient op de hoogte te zijn van methode en werking van de toe te dienen medicatie.  

Vaardigheid  
Om vaardig te worden en te blijven is het nodig de handeling regelmatig uit te voeren.  

Attitude  
Houdt rekening met de gevoelens van de bewoner en de zorg voor de privacy.  

Het inbrengen van een insuflon naaldje  

Voorbereidingen:  
Bewoner  
Informeer en overleg met de bewoner over:  
De reden van het inbrengen van het insuflon-naaldje  
De plaats waar het naaldje ingebracht wordt  
Eventuele pijnlijkheid en/of beperking bewegingsvrijheid.  
De noodzaak om zich te ontspannen.  

Materialen  
Bekkentje met insuflon-naaldje en 5 cc. spuit.  
Desinfectans en depper  
Fixatiepleister (zit in verpakking insuflon-naaldje)  
Naaldencontainer  

Omgeving  
Zorg voor rustige omgeving zodat bewoner zich kan ontspannen.  
Zorg voor voldoende privacy  
Zorg voor comfortabele houding van de bewoner waarbij je de handeling goed kunt uitvoeren.  

Uitvoering  
Laat bewoner borst-, of buik ontbloten.  
Desinfecteer de insteekplaats, laat desinfectans korte tijd (ong. 1 minuut) inwerken op de insteekplaats.  
Breng het insuflon-naaldje subcutaan als volgt in;  
- Op de borst, halverwege tepel en sleutelbeen, altijd richting sternum.  
- In de buikplooi, links of rechts van de navel, altijd richting navel.  

Haal beschermhoesje van de naald, neem een huidplooi op en breng het naaldje onder een hoek van 45 graden in.  
Controleer of het naaldje in het onderhuids bindweefsel ligt door deze voorzichtig horizontaal heen en weer te bewegen en met de  
vinger op de huid te voelen of deze 'los' ligt.  
Controleer of je een bloedvaatje hebt aangeprikt door een spuit op het naaldje te plaatsen en voorzichtig op te trekken.  
Als het naaldje goed zit het voernaaldje voorzichtig verwijderen, de canule blijft zitten.  
Fixeren met fixeerpleister. (doorzichtig deel op de insteekplaats, open deel rond insteekmembraan)  
   
Nazorg  
Bewoner  
Bespreek hoe de bewoner de handeling ervaren heeft.  
Help met in orde brengen van de kleding en het aannemen van de gewenste houding.  

Materiaal  
Ruim alle benodigdheden op  
Naald deponeren in naaldencontainer.  

Omgeving  
Open naar wens van de bewoner weer de bedgordijnen.  

Verzorgende  
Handen wassen  
Rapporteer de gegevens op de juiste plaats.  

Complicaties  
Hematoomvorming door aanprikken bloedvat  
Abces of necrose bij onjuiste plaats insuflon of te langdurig zelfde plaats  
Infectieverschijnselen lokaal of algemeen  
Duizelingen/flauwvallen  
Lekkage langs insteekopening  
Prikaccident