protocol  
intra musculair injecteren
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 protocol intra musculair injecteren 
Doel  
Het door middel van een injectie in de spier brengen van een vloeistof.  

Algemene opmerkingen  
KENNIS  
Intramusculair: de vloeistof wordt in het spierweefsel gebracht.  
De handeling kan alleen op voorschrift van de arts worden toegediend. De injectie kan op de volgende plaatsen worden toegediend:  
Bovenbenen ( bovenbeen naast middellijn)  
bilspier (bovenste/ buitenste quadrant)  
bovenarm (aan de buitenkant)  
Wissel de insteekplaats af volgens p.d.a.  
De verzorgende die de handeling uit gaat voeren moet op de hoogte zijn van de methode en de werking van de medicijnen.  
In overleg met de arts kan een subcutaannaald voor het injecteren bij magere mensen gebruikt worden.  

VAARDIGHEDEN  
Om vaardig te worden en te blijven is het nodig de handeling regelmatig uit te voeren.  

ATTITUDE  
Houdt rekening met de gevoelens ( angst) van de bewoner en de zorg voor privacy.  

Voorbereidingen.  
BEWONER.  
Informeer en overleg met de bewoner over:  
de reden van de injectie  
overleg de plaats waar geïnjecteerd wordt  
eventuele pijnlijkheid  
de noodzaak zich te ontspannen  

MATERIALEN  
Leg klaar:  
bekken met injectiespuit en flacon of ampul.  
controleer nogmaals voorschrift, naam en tijdstip.  
intramusculair naald  
reservenaald  
opzuignaald  
desinfectans  
droge depper/ gaasje  
pleister  
naaldencontainer.  

OMGEVING  
Zorg voor een rustige omgeving, zodat patiënt zich kan ontspannen.  
Scherm bed af, sluit gordijnen  

Uitvoering  
laat de bewoner het bovenbeen of bil ontbloten en de gewenste houding aannemen en/ of help hem hiermee.  
ontlucht de injectiespuit tot er een druppeltje vloeistof aan de punt van de naald zichtbaar wordt. (niet alle stoffen, sommige kunnen infiltraten geven! Zie bijsluiter, er mag dan geen vloeistof langs de naald lopen.)  
er mogen geen luchtbellen meer in de spuit aanwezig zijn  
desinfecteer de plaats waar geïnjecteerd wordt  
neem de beschermhoes van de naald  
neem de spier tussen duim en wijsvinger op de plaats van injecteren  
breng de naald met een soepele beweging loodrecht op de huid in en laat de spier los.  
houd de conus vast en breng niet tot de conus in (i.v.m. afbreken, indien je bot raakt spuit verwijderen, nieuwe naald aan sluiten en handeling op nieuw uitvoeren.)  
controleer of je geen bloedvaatje hebt aangeprikt door de zuiger van de spuit wat op te trekken,  
indien bloed wordt opgetrokken spuit terugtrekken, spuit opnieuw klaarmaken en handeling  
opnieuw verrichten.  
Spuit de vloeistof langzaam in, indien pijnlijk laat de bewoner met de tenen wiebelen  
verwijder de injectienaald snel en masseer de insteekplaats met een droog gaasje  
deponeer de naald gelijk in de naaldencontainer of leg spuit en naald in het bekkentje en bij opruimen in naaldencontainer deponeren. (i.v.m. hepatitis/ H.I.V.gevaar)  
plak, indien nodig, een pleister  

Nazorg.  
BEWONER.  
help zo nodig met het in orde maken van de kleding en het aannemen van de gewenste houding  
bespreek hoe de bewoner de handeling heeft ervaren  

MATERIALEN  
ruim alles op  
naald in naaldencontainer, zonder de naald aan te raken i.v.m. besmettingsgevaar.  
lege ampullen kunnen in de naaldencontainer.  
doe de gordijnen weer open  

VERZORGENDE  
rapporteer de gegevens en teken af in de medicijnklapper.  
was de handen  

COMPLICATIES  
naald afbreken  
uitvalsverschijnselen door aanprikken van een zenuw  
hematoomvorming door aanprikken van een bloedvat  
abces of necrose door onjuist injecteren van bepaalde  
vloeistoffen, verkeerde plaats of verkeerde manier.  
allergische reactie lokaal of algemeen  
anafylactische shock  
infectieverschijnselen lokaal of algemeen  
duizelingen/ flauwvallen  
prikaccident