protocol het toedienen van medicatie
via een insuflon
Voorbereidingen
Bewoner
Informeer en overleg met bewoner over:
De reden van toedienen van medicatie
De wijze van toedienen van medicatie
Materialen
Bekkentje met injectiespuit en toe te
dienen medicatie
Optreknaald en dunste uitvoering subcutaan-naaldje
(oranje)
Depper met desinfectans
Naaldencontainer
Omgeving
Zorg voor rustige omgeving zodat bewoner
zich kan ontspannen.
Zorg voor voldoende privacy
Zorg voor comfortabele houding van de
bewoner waarbij je de handeling goed kunt uitvoeren.
Uitvoering
Let op juiste medicatie, dosering en tijd.
Maak injectie klaar volgens protocol
Laat een collega controleren of je het
juiste medicijn in de juiste dosering hebt bereid
Verwissel optreknaald met dunste subcutaan-naaldje
(oranje) en ontlucht dit naaldje.
Desinfecteer het insteekmembraan op de
insuflon en laat dit even inwerken.
Controleer gelijk de insteekopening door
het doorzichtige venstertje van de fixatiepleister heen.
Prik het membraan aan en spuit de vloeistof
langzaam in.
Let op reakties bewoner en eventuele lekkage.
Rapporteer op de juiste plaats en teken
af.
Nazorg
Bewoner
Bespreek hoe de bewoner de handeling ervaren
heeft.
Help met in orde brengen van de kleding
en het aannemen van de gewenste houding.
Materiaal
Ruim alle benodigdheden op
Naald deponeren in naaldencontainer.
Omgeving
Open naar wens van de bewoner weer de
bedgordijnen.
Verzorgende
Handen wassen
Rapporteer de gegevens op de juiste plaats.
Complicaties
Abces of necrose bij onjuiste vloeistof/medicatie
Infectieverschijnselen lokaal of algemeen
Duizelingen/flauwvallen
Allergische reaktie lokaal of algemeen
op toegediende medicatie (anafylactische shock)
Lekkage langs insteekopening
Prikaccident |