protocol zwachtelen onderbeen met
druk
Doel:
Zwachtelen van het onderbeen met druk
Voorbereiding
BEWONER
Informeer de bewoner over de reden en
de werkwijze van het zwachtelen en over de mogelijke pijn tijdens of na
het zwachtelen.
Vraag toestemming voor het zwachtelen.
MATERIALEN
Het voorgeschreven verbandmateriaal. Bijvoorbeeld
2 rollen kort-rekzwachtel met een breedte van 10 cm. brede textielpleister
Witte watten
Pelotten
Opvulstukjes.
Voor eventuele wondverzorging:
plastic handschoenen
bekkentje
andere door de arts voorgeschreven middelen
en materialen voor wond verzorging
OMGEVING
Verricht de handeling bij voorkeur voordat
de bewoner uit bed komt.
Stel het bed op werkhoogte in.
Zorg ervoor dat de bewoner in rust is
wanneer het onderbeen gezwachteld moet worden.
Uitvoering
Help de bewoner zo nodig in de juiste
houding.
Indien een wond verzorgd moet worden
Trek de handschoenen aan.
Verwijder het oude verband
Observeer het wondgebied.
Verzorg de wond volgens voorschrift (zie
ook algemene wondverzorging)en behandel volgens voorschrift
Het zwachtelen
Was je handen.
Leg voor het zwachtelen het been. enige
tijd hoger. Dit is bedoeld om extra vochtophoping in het onderbeen te voorkomen.
Meet voor het zwachtelen de dikte van
het onderbeen. Zo kan later worden vastgesteld hoeveel het been is geslonken.
Start bij de enkel en meet elke 10 cm de dikte van de kuit. Stop bij de
knie.
Noteer de maten.
Bekijk het been nauwkeurig. Let op de
holten rondom de enkelknobbels en op eventuele wondjes.
Breng pelotten aan in holten en watten
rondom wondjes. Dit is bedoeld om een evenredige drukverdeling te verkrijgen
en opeenhoping van vocht te voorkomen.
Vraag de bewoner om met gestrekt been
de tenen op te trekken naar de neus. Op deze manier staat de voet haaks
op het onderbeen.
Neem de zwachtel in de hand. Zorg dat
je ‘in de rol’ kijkt.
Ondersteun het been.
Zwachtel de eerste toer om de voorvoet
net achter de teeninplant.
Leg het begin van de zwachtel op de boven-/
binnenkant voet en werk van binnen naar buiten. Let op: de kleine tenen
niet inzwachtelen.
Als er reeds vochtophoping aanwezig is,
dan nog een tweede toer over de eerste leggen.
Leg de volgende toer om de hiel.
Leg de volgende toer om de enkel. Doe
dit stevige: druk moet rond de enkels het hoogst zijn.
Leg de volgende toer iets hoger dan de
eerste om de enkel.
Zwachtel nu rondom het onderbeen naar
de knie toe.
Let erop dat de slagen elkaar niet overlappen,
maar dat er gleuven tussen de slagen openblijven. Laat de druk richting
knie wat afnemen.
Maak net onder de knie een toer horizontaal
rondom het been.
Leg de volgende toeren weer naar beneden
en zwachtel de open gebleven gleuven nu in.
Zet het uiteinde van de zwachtel met texielpleister
Neem de tweede zwachtel en breng deze
in tegenovergestelde richting aan. Begin dus nu aan de boven-/ buitenkant
van de voet en werk naar binnen.
Wanneer blijkt dat de bewoner zijn of
haar schoen niet meer past, kies dan voor de volgende manier:
Leg het begin van de zwachtel parallel
aan het onderbeen (binnen-zijkant) en maak een slag onder de (midden)voet
door.
Zwachtel daarna van buiten naar binnen
richting knie en terug.
Plak het uiteinde af met textielpleister.
Nazorg
BEWONER
Vraag aan de bewoner of deze pijn heeft
en of de zwachtel prettig zit.
Controleer de zwachtel op knellen of juist
afzakken.
Controleer de kleur van de tenen. Bij
blauwe tenen: overleg met de arts.
Help de bewoner eventueel in zijn of haar
schoenen.
Help de bewoner eventueel (uit bed en)
in de gewenste houding.
Stimuleer de bewoner om te lopen; de zwachtel
werkt alleen dan optimaal.
MATERIALEN
Ruim de materialen op.
Zwachtels zijn uitwasbaar.
RAPPORTEREN
Noteer de gemeten omvang van het been.
Meet dit regelmatig en overleg met de arts.
Rapporteer alle gegevens. |