protocol  
zwachtelen onderbeen met druk
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 protocol zwachtelen onderbeen met druk 
Doel:  
Zwachtelen van het onderbeen met druk  

Voorbereiding  
BEWONER  
Informeer de bewoner over de reden en de werkwijze van het zwachtelen en over de mogelijke pijn tijdens of na het zwachtelen.  
Vraag toestemming voor het zwachtelen.  

MATERIALEN  
Het voorgeschreven verbandmateriaal. Bijvoorbeeld 2 rollen kort-rekzwachtel met een breedte van 10 cm. brede textielpleister  
Witte watten  
Pelotten  
Opvulstukjes.  
Voor eventuele wondverzorging:  
plastic handschoenen  
bekkentje  
andere door de arts voorgeschreven middelen en materialen voor wond verzorging  

OMGEVING  
Verricht de handeling bij voorkeur voordat de bewoner uit bed komt.  
Stel het bed op werkhoogte in.  
Zorg ervoor dat de bewoner in rust is wanneer het onderbeen gezwachteld moet worden.  

Uitvoering  
Help de bewoner zo nodig in de juiste houding.  
Indien een wond verzorgd moet worden  
Trek de handschoenen aan.  
Verwijder het oude verband  
Observeer het wondgebied.  
Verzorg de wond volgens voorschrift (zie ook algemene wondverzorging)en behandel volgens voorschrift  

Het zwachtelen  
Was je handen.  
Leg voor het zwachtelen het been. enige tijd hoger. Dit is bedoeld om extra vochtophoping in het onderbeen te voorkomen.  
Meet voor het zwachtelen de dikte van het onderbeen. Zo kan later worden vastgesteld hoeveel het been is geslonken. Start bij de enkel en meet elke 10 cm de dikte van de kuit. Stop bij de knie.  
Noteer de maten.  
Bekijk het been nauwkeurig. Let op de holten rondom de enkelknobbels en op eventuele wondjes.  
Breng pelotten aan in holten en watten rondom wondjes. Dit is bedoeld om een evenredige drukverdeling te verkrijgen en opeenhoping van vocht te voorkomen.  
Vraag de bewoner om met gestrekt been de tenen op te trekken naar de neus. Op deze manier staat de voet haaks op het onderbeen.  
Neem de zwachtel in de hand. Zorg dat je ‘in de rol’ kijkt.  
Ondersteun het been.  
Zwachtel de eerste toer om de voorvoet net achter de teeninplant.  
Leg het begin van de zwachtel op de boven-/ binnenkant voet en werk van binnen naar buiten. Let op: de kleine tenen niet inzwachtelen.  
Als er reeds vochtophoping aanwezig is, dan nog een tweede toer over de eerste leggen.  
Leg de volgende toer om de hiel.  
Leg de volgende toer om de enkel. Doe dit stevige: druk moet rond de enkels het hoogst zijn.  
Leg de volgende toer iets hoger dan de eerste om de enkel.  
Zwachtel nu rondom het onderbeen naar de knie toe.  
Let erop dat de slagen elkaar niet overlappen, maar dat er gleuven tussen de slagen openblijven. Laat de druk richting knie wat afnemen.  
Maak net onder de knie een toer horizontaal rondom het been.  
Leg de volgende toeren weer naar beneden en zwachtel de open gebleven gleuven nu in.  
Zet het uiteinde van de zwachtel met texielpleister  
Neem de tweede zwachtel en breng deze in tegenovergestelde richting aan. Begin dus nu aan de boven-/ buitenkant van de voet en werk naar binnen.  
Wanneer blijkt dat de bewoner zijn of haar schoen niet meer past, kies dan voor de volgende manier:  

Leg het begin van de zwachtel parallel aan het onderbeen (binnen-zijkant) en maak een slag onder de (midden)voet door.  
Zwachtel daarna van buiten naar binnen richting knie en terug.  
Plak het uiteinde af met textielpleister.  

Nazorg  
BEWONER  
Vraag aan de bewoner of deze pijn heeft en of de zwachtel prettig zit.  
Controleer de zwachtel op knellen of juist afzakken.  
Controleer de kleur van de tenen. Bij blauwe tenen: overleg met de arts.  
Help de bewoner eventueel in zijn of haar schoenen.  
Help de bewoner eventueel (uit bed en) in de gewenste houding.  
Stimuleer de bewoner om te lopen; de zwachtel werkt alleen dan optimaal.  

MATERIALEN  
Ruim de materialen op.  
Zwachtels zijn uitwasbaar.  

RAPPORTEREN  
Noteer de gemeten omvang van het been. Meet dit regelmatig en overleg met de arts.  
Rapporteer alle gegevens.