Nachtelijke problemen
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
Nachtelijke problemen  
Veel demente mensen zijn 's nachts onrustig. Ze kunnen in huis gaan ronddwalen of zelfs naar buiten gaan. Ze 'zien' of 'horen' dan wel eens dingen die u niet kunt waarnemen. Niets is zo vervelend als het onderbreken van uw broodnodige nachtrust. Bedenkt dat het vrij normaal is dat iemand die 's nachts wakker wordt, er even moeite mee heeft om te beseffen waar hij is en wat er aan de hand is. Mensen met dementie hebben hier veel meer moeite mee.  
Ook is vaak hun normale 'dag-nacht'-ritme verstoord. Hierdoor zijn ze overdag nogal eens slaperig en dutten veel, terwijl ze 's nachts wakker zijn, soms zelfs niet in de gaten hebben dat het nacht is. Medicijnen kunnen helpen een betere nachtrust te krijgen. Maar een nadeel van slaapmiddelen is wel dat ze averechts kunnen werken: wordt hij 's nachts toch wakker dan neemt de verwardheid onder invloed van het slaapmiddel toe! Door hem overdag met bezigheden wakker te houden kunt u proberen te voorkomen dat hij de dag en de nacht gaat omdraaien.  
Een normaal 'dag en nacht'-ritme is de beste manier om slaapmiddelen overbodig te maken. Soms is het zinvol voor het slapen nog een wandelingetje te maken. Geen douche of bad vlak voor het naar bed gaan (dat werkt verfrissend). Laat een nachtlampje aan in de slaapkamer. Kleine lampjes in de gang en overige kamers kunnen hem helpen zich beter te oriënteren en de omgeving beter te herkennen. Een klein lampje dat bijvoorbeeld een vertrouwd voorwerp verlicht - een schilderij of zijn stoel met kleren, de klok met het vertrouwde geluid, om te zien hoe laat het is - kan daarbij een goed hulpmiddel zijn. U verkleint daarmee aanzienlijk de kans op het gevoel van verwardheid dat hij zich in een andere kamer bevindt. Laat ook een lampje in het toilet branden of zet een po-stoel naast zijn bed. En zie er tenslotte op toe dat hij vlak voor het naar bed gaan nog even naar het toilet gaat.  
Komt hij 's nachts toch uit bed, benader hem dan met tact. Praat rustig en vooral met zachte stem. Toegeven aan uw -bijna vanzelfsprekende- geïrriteerdheid kan bij hem een paniekreactie veroorzaken... misschien besèft hij immers helemaal niet dat het nacht is! Vaak is het daarom genoeg om hem er aan te herinneren dat het nog steeds midden in de nacht is en kunt u hem weer naar bed leiden. Zorg ervoor dat hij prettig slapen kan. Dat het bed lekker ligt en de slaapkamer niet te koud en niet te warm is.  
Soms komt het voor dat hij, zonder dat hij de reden kan uitleggen, niet meer in zijn eigen bed verder wil slapen maar bijvoorbeeld wel op de bank of een stoel in de zitkamer. Veel bezwaar is daar eigenlijk niet tegen in te brengen.  
Wil hij 's zomers al bij het opgaan van de zon opstaan, probeer dan of minder lichtdoorlatende gordijnen voor de slaapkamerramen kunnen bewerkstelligen dat hij langer doorslaapt. Een goede nachtrust, in een zo normaal mogelijk dag- en nachtritme, is van het grootste belang, zowel voor de demente als voor uzelf!  

Bron text: brochure RIAGG; Omgaan met demente mensen' van RIAGG Oostelijk Zuid-Limburg