Wat is erfelijkheid?
Onderdeel van www.ziekenverzorgende.nl
Alles over zorg


Lees ook de weblog van  
ziekenverzorgende.nl op 
www.manindezorg.nl
 Wat is erfelijkheid?  
Iedere mens is uniek, maar toch verschilt het erfelijk materiaal zeer weinig van de ene mens t.o.v. de andere. Een klein verschil kan echter volstaan om een ziekte te veroorzaken. In een steeds groeiend aantal gevallen kunnen wetenschappers die kleine verschillen aantonen en aangeven welke genetische factor een bepaalde ziekte veroorzaakt.  
   
Iedere eicel en iedere zaadcel bevat het volledig erfelijk (genetisch) materiaal. Dit erfelijk materiaal , DNA (desoxyribonucleïnezuur), kan bestudeerd worden en komt voor onder de vorm van 46 chromosomen. Deze chromosomen komen voor in paren. Het 23 ste paar is het geslachtschromosoom, XX voor vrouwen en XY voor mannen. De eerste 22 paren zijn de autosomen, de lichaamsbepalende chromosomen en zijn genummerd van 1 tot 22.  
   
Deze 46 chromosomen zitten in alle cellen van het lichaam, behalve in de voortplantingscellen. In zaadcellen en eicellen zijn de chromosomen per paar gehalveerd. Zo dragen beide ouders hun erfelijke eigenschappen over aan hun kinderen.   
Afwijkingen op de genen.   
In elke celkern van het lichaam zitten de chromosomen. Deze chromosomen bestaan uit genen opgebouwd uit DNA. DNA is een chemische stof die eruit ziet als een ladder in spiraalvorm. Elke sport van deze ladder bestaat uit een chemische verbinding van 2 stoffen. Er zijn vier mogelijke stoffen: Adenine (A), Thymine (T), Cytosine ( C) en Guanine (G). Ieder gen is dus een lange aaneenschakeling van deze vier letters. 
Men schat dat er 100.000 genenparen verspreid zijn over de 46 chromosomen. Recent heeft men de volledige genetische code van het menselijk lichaam neergeschreven. Nu volgt nog de lange weg van de interpretatie van deze code.  
   
Via de geslachtschromosomen worden alle eigenschappen van de ene generatie op de andere overgedragen. Er kunnen mutaties of fouten ontstaan in de lettercodes en soms zal zo een fout aan de basis liggen van een erfelijke ziekte.  
   
Dominant en recessief erfelijke aandoeningen  
Dominant erfelijke aandoeningen zijn het gevolg van een fout in één gen van een genenpaar. Het foute gen gaat het gezonde gen overheersen. Het risico om een dominant erfelijke aandoening over te erven is 50% bij elke nieuwe zwangerschap. Een bekende autosomaal dominante aandoening is de ziekte van Huntington.  
   
Recessief erfelijke aandoeningen worden overgedragen als zowel de vader als de moeder het afwijkend gen bezitten, zonder dat ze zelf ziek hoeven te zijn. Pas als beide chromosomen het afwijkende gen dragen kom de ziekte tot uiting. Het risico om ze door te geven aan de kinderen bedraagt 25%. De meest frequente autosomaal recessieve aandoening is mucoviscidose.  

Erfelijkheid en de ziekte van Alzheimer 
Als men praat over erfelijkheid is het belangrijk een onderscheid te maken tussen de vroeg optredende vorm (de ziekte manifesteert zich op een leeftijd jonger dan 65 jaar) en een laat optredende vorm ( de ziekte manifesteert zich na de leeftijd van 65 jaar).  
Genetische factoren voor de ziekte van Alzheimer 
Vroeg (± 3%)
Leeftijd Chromosoom Gen 
30-40 jaar 14 preseniline 1 (PS-1)
40-50 jaar 21 amyloid precursor proteïne (APP)
50-65 jaar  preseniline 2 (PS-2)
Laat (±97%)
Leeftijd Chromosoom Gen
>60 jaar 19 apolipoproteïne E (APOE)
>60 jaar 14 preseniline 1 (PS-1)
>70 jaar 12, 3, 17  onbekende genen
     
De vroeg optredende vorm  
   
De ziekte van Alzheimer is eerder zeldzaam bij personen jonger dan 65 jaar. Deze vroeg optredende vorm is in sommige gevallen erfelijk en wordt in dat geval de familiale vorm genoemd (5% van het totaal aantal gevallen van de ziekte van Alzheimer). Een mutatie (verandering) in het erfelijk materiaal veroorzaakt de ziekte en kan van de ene op de volgende generatie worden doorgegeven.  
   
Mutaties in de drie volgende genen zijn duidelijk betrokken bij het optreden van de vroeg optredende familiale vorm:  

het (APP) gen dat codeert voor het amyloid eiwit gelegen op chromosoom 21  
het (PS-1) preseniline-1 gen gesitueerd op chromosoom 14  
het (PS-2) preseniline -2 gen gelokaliseerd op chromosoom 1  
   
   
Bij het erven van deze gemuteerde Alzheimer genen is er geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. Als één van de ouders het ziekmakende gen wordt, bedraagt de kans dat dit geërfd wordt door een kind 50% (en dit voor ieder kind). Bij de bevruchting worden immers de helft van het genetisch materiaal van de vader en de andere helft van de moeder doorgegeven aan de nakomelingen. Het is echter niet uitgesloten dat er nog andere bijkomende genen worden gevonden die een rol spelen bij de vroeg optredende vorm.  
   
Sommige vroeg optredende vormen van de ziekte van Alzheimer zijn echter niet familiaal.  
   
De laat optredende vorm  
   
In de meeste gevallen (97%) echter manifesteert de ziekte van Alzheimer zich pas op latere leeftijd, boven de 65 en vooral boven de 70 jaar. Alhoewel de kans op de ziekte groter is wanneer de ziekte ook bij andere familieleden optreedt, is de erfelijke faktor hier minder duidelijk. Waarschijnlijk is niet één ziekmakend gen verantwoordelijk, maar spelen verschillende genen een rol in een verhoogde kans op de ziekte op latere leeftijd.  
   
Tot nog toe is er maar 1 gen duidelijk geassocieerd met de ziekte van Alzheimer die op oudere leeftijd optreedt. Het gaat om het apolipoproteïne E gen (APOE) op chromosoom 19, dat in drie varianten (E2, E3 en E4) voorkomt. Een persoon met de E4 variant heeft duidelijk een grotere kans om de ziekte te krijgen. Toch ontwikkelen niet alle personen met de E4 variant de ziekte van Alzheimer. Anderzijds zijn er ook personen die de E4 variant niet hebben, maar toch de ziekte van Alzheimer krijgen. De aanwezigheid van APOE4 is dus een risicofactor.  
Wellicht spelen andere genen ook een rol bij de laat optredende vorm. In tegenstelling tot de vroeg optredende vorm is er tot nu toe nog geen gen geïdentificeerd dat éénduidig verantwoordelijk is voor de laat optredende vorm.  
   
Klinisch gebruik van genetische informatie over de ziekte van Alzheimer  
   
Informatie over erfelijk materiaal betreffende de ziekte van Alzheimer kan nuttig zijn voor verschillende klinische doeleinden. De informatie kan gebruikt worden om:  
na te gaan of de ziekte zich al dan niet later zal ontwikkelen (genetische predictie test);  
de diagnose bij een zieke persoon te steunen (genetische diagnose test);  
risicofactoren op te sporen (genetische risico test);  
juiste medische behandelingen te kunnen toepassen (genetische test voor medische behandeling).  
   
   
Genetische predictie testen  
Deze zijn bedoeld om na te gaan of er genetische informatie voor het later optreden van de ziekte aanwezig is. Alleen voor de vroeg optredende vorm zijn deze testen bruikbaar, omdat er voor deze vorm duidelijk 3 genen zijn geïdentificeerd. Het opsporen van genetische mutaties kan uitsluitsel geven of een persoon, met een familielid lijdend aan de vroege vorm van de ziekte, al of niet dezelfde erfelijke aandoening heeft. Testen heeft echter enkel zin wanneer de vroege vorm aanwezig is (was) in de familie. Voor deskundig advies, informatie en begeleiding kan men zich wenden tot een erkend centrum voor menselijke erfelijkheid.  
Al is APOE4 een risicofactor voor de laat optredende vorm, toch heeft het genetisch opsporen van de risicofactor APOE4 weinig zin met betrekking tot de predictie van de ziekte van Alzheimer. Er zijn immers Alzheimer patiënten die de APOE4 variant niet hebben, en anderzijds komt de APOE4 variant ook voor bij andere vormen van dementie, zoals vasculaire dementie. Daarom raden de deskundigen het gebruik van APOE4-testen af, voor de genetische predictie testen bij (nog) gezonde personen.  
   
Genetische diagnose testen  
Deze zijn bedoeld om een reeds uitgevoerde diagnose te bevestigen. Hier gelden dezelfde regels als voor de genetisch predictieve tesen. Deze testen zijn enkel zinvol in een vroeg optredende vorm waarbij met één van de drie genen kan identificeren. In de laat optredende vorm kan men enkel een risicofaktor bepalen door het opsporen van APOE4.  
   
Genetische testen voor medische behandeling  
Deze kunnen in de toekomst bruikbaar zijn om de meest efficiënte medische behandelingen te bepalen of om verschillende typen van de ziekte te identificeren. De medische behandeling kan aangepast worden naargelang het type. Vandaag heeft dit soort genetische test echter alleen betekenis voor het wetenschappelijk onderzoek en zijn er nog geen klinische toepassingen.  
   
Professionele begeleiding bij genetische testen  
Voor het uitvoeren van een genetische test volstaat een minimale hoeveelheid bloed van de proefpersoon. Professionele begeleiding is nodig om deze persoon accurate informatie te geven over de test. De eventuele uitvoering van de test, de resultaten en de daaraan verbonden gevolgen worden besproken. Het moet benadrukt worden, dat men voor gespecialiseerde professionele begeleiding en advies, zich steeds tot erkende centra voor menselijke erfelijkheid moet wenden.