Lees
ook de weblog van
ziekenverzorgende.nl
op
www.manindezorg.nl |
Gebruik van geneesmiddelen
bij dementie
Wetenschappelijk gefundeerde informatie
over nieuwe (genees)middelen is vaak onoverzichtelijk, complex, moeilijk
beschikbaar of niet afgestemd op de gebruiker. Gebruikers van (genees)middelen
beschikken bij de keuze van een (genees)middel dikwijls over onvoldoende
informatie. Het is belangrijk om te weten waar men de informatie kan vinden,
welk product het betrouwbaarst en veiligst is, hoe het te gebruiken en
wat te doen indien er iets fout gaat. Gebrek aan wetenschappelijk onderbouwde
informatie kan gevaarlijk zijn en dat geldt niet alleen voor medicijnen
op voorschrift, maar ook voor de middelen zonder voorschrift van een arts.
Vanzelfsprekend moet men zich steeds tot de behandelende geneesheer wenden,
vooraleer dergelijke (genees)middelen te gebruiken.
Bij oudere mensen verandert de reactie
op geneesmiddelen en de manier waarop het lichaam medicijnen verwerkt.
De medicijnen worden namelijk langzamer in het bloed opgenomen, waardoor
het langer duurt voor ze werken. Omdat de lever en de nieren minder krachtig
werken, worden ze ook minder snel uit het lichaam verwijderd. Dit betekent
dat ouderen sneller last krijgen van bijwerkingen. De hersenen zijn gevoeliger
voor medicijnen, waardoor de patiënten van sommige geneesmiddelen
slaperig kunnen worden.
Gemiddeld nemen mensen boven de 65 jaar
drie keer zoveel medicijnen dan jongere mensen. Door deze toename van het
geneesmiddelengebruik wordt het gevaar voor ongewenste effecten groter.
Hoe meer geneesmiddelen men neemt, des te groter wordt ook de kans voor
een nadelige wisselwerking tussen de verschillende middelen.
Dit zijn de redenen waarom de artsen voorzichtig
zijn met het voorschrijven van middelen en waarom er vaak met een lage
dosis wordt begonnen die langzaam wordt opgevoerd. Alleen wanneer de dementiesymptomen
veel last veroorzaken, worden medicijnen voorgeschreven.
Het is noodzakelijk om bij een bezoek
aan de arts een lijst mee te nemen van alle gebruikte medicijnen en de
gebruikte hoeveelheid. Ook van medicijnen die zonder medisch voorschrift
zijn gekocht, bijvoorbeeld pijnstillers. De geneesheer kan beoordelen of
alle middelen wel samen gebruikt mogen worden. Bovendien kan men steeds
bij hem terecht voor informatie.
Enkele vragen die men aan de behandelende
arts kan stellen:
Wat voor een soort middel is het?
Op welke manier zal het helpen?
Hoe belangrijk is het om het middel te
nemen?
Hoe en wanneer moet het middel worden
gebruikt?
Waaraan kan men merken dat het werkt?
Hoe lang moet het middel gebruikt worden?
Wat gebeurt er wanneer het middel niet
wordt gebruikt?
Wat te doen wanneer een dosis werd overgeslagen?
Kan het middel ongewenste effecten hebben?
Hoe ernstig kunnen die zijn?
Wat te doen als ongewenste effecten zich
voordoen?
Is medische opvolging nodig?
Mogen daarnaast ook andere middelen worden
genomen?
Zijn er voedingswaren of dranken die beter
niet worden gebruikt?
Middelen voor de behandeling van geheugenstoornissen
Het meest kenmerkende symptoom van de
ziekte van Alzheimer, is de achteruitgang van geheugen- en denkprocessen.
Waarschijnlijk houdt dit verband met een verstoorde werking en hoeveelheid
van bepaalde stoffen, neurotransmitters genaamd, die de communicatie tussen
de hersencellen verzekeren en ervoor zorgen dat denkprocessen en de besturing
van het lichaam plaats kunnen vinden. Er wordt veel onderzoek verricht
om geneesmiddelen te vinden die de werking van neurotransmitters beschermen.
Cholinesterase remmers
Bij de ziekte van Alzheimer wordt het
communicatiesysteem in de hersenen, dat via de neurotransmitter acetylcholine
werkt, niet alleen het zwaarst maar ook het eerst getroffen. Acetylcholine
is één van de neurotransmitters waarvan het gehalte sterk
verminderd is bij Alzheimer patiënten.
Er worden speciaal geneesmiddelen ontwikkeld
om het tekort aan acetylcholine te compenseren. Tot deze groep behoren
de middelen die de afbraak van acetylcholine tegengaan, de zogenaamde cholinesterase-remmers.
Een anti-cholinesterase remt de werking van cholinesterase, een enzym in
de hersenen dat de neurotransmitter acetylcholine afbreekt. Acetylcholine
speelt een rol in geheugen- en denkprocessen. Bij Alzheimer patiënten
zorgt anti-cholinesterase voor een stijging van het gehalte acetylcholine
in de hersenen, hetgeen leidt tot een beperkt, maar gunstig effect op de
cognitieve functies.
In België zijn de volgende drie middelen
op de markt die bij lichte tot matige vormen van Alzheimer het verstandelijk
vermogen gunstig kunnen beïnvloeden: De gunstige effecten zijn echter
bescheiden en er kunnen ook nadelige bijwerkingen optreden.
Verschillende andere cholinesterase-remmers
zijn nog in ondezoek getest, waarbij zowel naar een versterking van de
gunstige effecten, als naar het terugdringen van schadelijke bijwerkingen
wordt gezocht.
Andere neurotransmitter activators
Selegiline is een anti-Parkinson middel
dat de afbraak van een andere neurotransmitter van de hersenen, dopamine,
verhindert. Selegiline wordt relatief goed verdragen bij Parkinson patiënten.
Geneesmiddelen die andere neurale boodschappers
in de hersenen stimuleren worden intensief bestudeerd naar hun effect op
het verstandelijk vermogen. Deze middelen activeren de cholinerge receptoren
betrokken bij denk- en geheugenprocessen en er wordt verwacht dat ze gerichter
werken en minder bijwerkingen veroorzaken. Ze zijn echter nog niet op de
markt omdat de klinische studies nog geen overtuigend bewijs van hun werkzaamheid
en veiligheid geleverd hebben.
Middelen voor de behandeling van gedragsstoornissen
bij Alzheimer patiënten
Andere symptomen die vaak gepaard gaan
met de ziekte van Alzheimer zijn gedragsstoornissen zoals slaapproblemen,
depressie, plotse veranderingen in de gemoedstoestand, angstgevoelens,
verwardheid, agressief gedrag, waanbeelden en hallucinaties. Deze symptomen
kunnen erg verschillen van persoon tot persoon en worden mee bepaald door
het stadium van de ziekte en door de omstandigheden. Voor de gedragsproblemen
kunnen niet medicamenteuze middelen soms ook een oplossing bieden (bijvoorbeeld
tekens of pictogrammen aanbrengen om verwarring te vermijden, lijsten maken
om dingen niet te vergeten, het vermijden van slapen tijdens de dag om
slaapstoornissen 's nachts te voorkomen). Geneesmiddelen worden meestal
voorgeschreven wanneer de problemen niet op een andere manier kunnen worden
verholpen.
Antidepressiva
Vooral bij de milde vorm van dementie
kunnen mensen zeer neerslachtig zijn. Indien de dosering met de nodige
zorg is ingesteld, worden de meeste antidepressiva goed verdragen en kan
depressie bestreden worden. Alle antidepressiva moeten minstens 4 tot 6
weken worden gebruikt, vooraleer hun effect duidelijk wordt.
Antipsychotica
Antipsychotica of neuroleptica zijn medicijnen
die het optreden van wanen kunnen verminderen en rusteloosheid kunnen intomen.
Ze worden bij de ziekte van Alzheimer onder andere gebruikt om verwardheid,
hallucinaties, slaapstoornissen, loopdrang en agressief gedrag tegen te
gaan.
Deze middelen gaan vaak samen met ernstige
bijwerkingen, waarvoor met name oudere personen gevoeliger zijn dan jongere
mensen. Neuroleptica vertragen de activiteit van het centrale zenuwstelsel
en veel van deze middelen verminderen ook de werking van het cholinerg
systeem. Daarom kunnen ze een negatief effect hebben bij Alzheimer patiënten.
Bij de keuze van een antipsychoticum gaat de voorkeur uit naar middelen
die zo min mogelijk bijwerkingen hebben, en wordt er voorzichtig omgesprongen
met de dosering en de duur van de behandeling. Door gebruik te maken van
relatief kleine doseringen en deze slechts langzaam op te voeren, probeert
men de bijwerkingen tot een minimum te beperken.
Kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen
De meeste kalmeringsmiddelen (ook tranquillizers
genoemd) verwekken slaap wanneer men ze in hogere dosissen gebruikt. Slaapmiddelen
kunnen angstgevoelens verminderen, wanneer ze overdag in lagere dosering
worden toegediend.
Benzodiazepinen zijn kalmeringsmiddelen
die men soms voorschrijft aan Alzheimer patiënten met slaapstoornissen,
rusteloosheid en agressief gedrag. Soms lokken deze middelen echter een
tegengestelde reactie uit en leiden ze tot opwinding, woede, hallucinaties
en verwardheid. Bij langdurig gebruik treedt gewenning op, waardoor steeds
grotere hoeveelheden nodig zijn om hetzelfde effect te bereiken. Naast
gewenning, verslaving en paradoxale effecten, hebben benzodiazepines vaak
een vermindering van de aandacht en de concentratie tot gevolg. Zeker bij
patiënten met geheugenstoornissen, kan dit tot een serieuze achteruitgang
van de cognitieve functies leiden. Daarom dient het gebruik bij voorkeur
zo lang mogelijk uitgesteld te worden. Indien het niet anders kan, hebben
de minder sterke middelen de voorkeur.
Het gebruik van slaaptabletten wordt zo
lang mogelijk vermeden, omdat deze middelen overdag tot gewenning en sufheid
leiden. Andere maatregelen, zoals het organiseren van activiteiten overdag,
het verlaten van de bedtijd en regelmatige voeding kunnen soms ook een
oplossing zijn voor de slaapproblemen.
Middelen in onderzoek die de hersencellen
beschermen
Er wordt veel onderzoek verricht naar
middelen die het afsterven van hersencellen kunnen stoppen of voorkomen.
Zulke middelen zouden een doorbraak betekenen voor de behandeling van Alzheimer
patiënten, omdat dan de achteruitgang van het geestelijk vermogen
kan stopgezet worden. Verschillende strategieën die een beschermende
werking hebben, komen daarom in aanmerking voor de studie bij Alzheimer
patiënten.
Vaatverwijdende medicijnen
Vaatverwijdende medicijnen worden voorgeschreven
om de bloedtoevoer naar de hersenen te verbeteren en zo de celdood van
hersencellen te verhinderen.
De behandeling met vaatverwijdende medicijnen
is niet afdoende voor de ziekte van Alzheimer en enkel aangewezen als ook
de bloedvoorziening in de hersenen gestoord is.
Calcium-instroom blokkers
Een te hoge concentratie van calcium in
de hersencellen is mogelijk een oorzaak van de ziekte van Alzheimer. Door
te verhinderen dat calcium de cellen instroomt, probeert men de aantasting
van de hersencellen te voorkomen. Op dit ogenblik is meer onderzoek nodig,
vooraleer een uitspraak te doen over hun werkzaamheid.
Antioxidanten
In de hersenen van Alzheimer patiënten
werd een overmatige aanmaak van vrije radicalen vastgesteld. Vrije radicalen
zijn bijzonder actieve verbindingen die tijdens de stofwisseling kunnen
geproduceerd worden. Wanneer ze zich voordoen in hersencellen kunnen ze
ernstige schade berokkenen en zelfs celdood veroorzaken. Antioxidanten
zijn middelen die deze schadelijke stoffen neutraliseren en uit het lichaam
verwijderen. Ze worden onderzocht bij Alzheimer patiënten om na te
gaan of de celbeschermende werking ook het afsterven van hersencellen kan
tegenhouden.
Ontstekingsremmers
Enkele studies wijzen op een verminderd
optreden van de ziekte van Alzheimer bij personen die gedurende minstens
2 jaar ontstekingsremmers gebruiken. De hypothese is dat ontstekingsreacties
een rol spelen in het afsterven van hersencellen. Ook hier heeft mennog
onvoldoende effect kunnen aantonen en is meer onderzoek nodig.
Hormonen
Momenteel zijn er enkele epidemiologische
argumenten die wijzen op een preventief effect van een hormoontherapie
bij oudere vrouwen. De kans op de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer
daalt opmerkelijk bij vrouwen die na de menopauze langdurig werden behandeld
met het vrouwelijk hormoon oestrogeen. Meer studies zijn vereist vooraleer
de hormoonvervangings-behandeling kan gebruikt worden als preventief middel
voor dementie.
Vrij verkrijgbare middelen
Deze klasse bevat middelen die zonder
medisch voorschrift kunnen verkregen worden zoals homeopathische middelen,
pijnstillers, vitamine preparaten, kruidentherapieën e.d. Over de
effecten van de meeste middelen is er tot op heden weinig bekend, daar
nog niet genoeg wetenschappelijke studies beschikbaar zijn.
Vitamine E
Vitamine E, ook wel alfa-tocoferol genoemd,
is een sterk antioxidant dat het schadelijke effect van vrije radicalen
neutraliseert. Vitamine E werd klinisch getest bij Alzheimer patiënten,
maar de resultaten zijn twijfelachtig.
Ginseng
Ginseng is een plant waarvan de wortel
werkzame bestanddelen bevat. Deze zouden de weerstand verhogen en moeheid
en futloosheid verminderen. Sommige onderzoekers menen ook een gunstig
effect op concentratie en geheugen waar te nemen, maar er zijn onvoldoende
wetenschappelijke gegevens die de werkzaamheid aantonen. In de bestaande
rapporten wordt er vaak geen onderscheid gemaakt tussen normale veroudering
en dementie.
Ginkgo biloba
Extracten uit de bladeren van Ginkgo biloba
worden soms gebruikt voor een verscheidenheid aan klachten, zoals verstrooidheid,
depressie, opwinding, duizeligheid en geheugenstoornissen. Een aantal van
deze klachten komt voor bij dementie. Vandaar dat het ook wel eens gebruikt
wordt bij dementie, al is er geen enkel bewijs van een positieve invloed
geleverd. |