Als 't klokje klingelt.


Klokje, klokje, klein en klaar,
Wil ons wat vertellen;
't Klingelt, klingelt klingelt maar,
Of er belkens bellen.
't Gaat maar al, het kleine ding,
Kling, klang, kling, klang, kling, klang, kling,
Of er belkens bellen.

Oud en jong en groot en klein,
Spreek ik tot het harte,
Maan ik goed en vroom te zijn,
Zo in vreugd als smarte.
Dat is 't wat ik aldoor zing,
Kling, klang, kling, klang, kling, klang, kling,
Zing tot aller harten.

Klokje, klokje, klein en klaar,
Ja, 'k zal naar jou luist'ren:
Staak dus vrij je kling'len maar,
Want het gaat al duist'ren,
Als jij klingelt, klinkend ding,
Kling, klang, kling, klang, kling, klang, kling,
Zal ik altijd luist'ren.