Het Avondklokje


't Zonnetje gaat van ons scheiden,
't Avondrood kleurt weer het veld.
Zoete rust mogen wij beiden,
nog door geen zorgen gekweld.

Hoort gij, hoe 't klokje met lieflijken klank,
ons weer naar huis roept tot bede en dank?
Luid nu, o klokje, luid voort.
Slapen wij straks ongestoord.

Schemering daalt op de dreven,
d'Avondster glanst weer van ver.
Straks staat Gods naam weer geschreven,
Schitt'rend in sterre bij ster.

Hoort gij hoe 't klokje met lieflijken klank,
Ons weer naar huis roept tot bede en tot dank?
Lui nu o klokje, lui voort,
Slapen wij straks ongestoord.

Welkom, verkwikkelijke avond,
Dank, die uw zoet heeft bereid,
Rust na de arbeid, hoe lavend,
God heeft ons 't leger gespreid.

Hoort gij hoe 't klokje met lieflijken klank,
Ons weer naar huis roept tot bede en tot dank?
Lui nu o klokje, lui voort,
Slapen wij straks ongestoord.