In biebombaan daar is 't vreemd.


Er leefde eens in Biebombaan,
Een grote stad hier ver vandaan,
Een olifant van zeven pond,
Die schooltje speelde met een hond.

Refrein:
Van hooldriee, van hooldrio,
Het lijkt wel vreemd, maar 't is toch zo.

En in die verre vreemde stad,
Daar leefde ook een rare kat,
Die rookte 'n chocolasigaar.
En droeg een scheiding in heur haar.

Ook was er daar in Biebombaan,
Een allerzonderlingste zwaan,
Die zat soms op een eiketak
Te kienen met een kakkerlak.

Dan was er nog een grote stier,
Die dol was op een glaasje bier.
En 's avonds ging hij met zijn koe,
Gewoonlijk naar de schouwburg toe.

Maar 't allervreemdste uit die stad,
Die zoveel vreemde dingen had,
Dat was een kolossale mug.
Met zeven kikkers op haar rug.