Daar buiten in de biezen


Daar buiten in de biezen
Daar lag een hondje dood.
Zij staartje was bevroren
Zijn billetjes waren bloot.
Toen kwam Jan de slager,
Die zei dat beest is mager.
Toen kwam Lijsje Lonken,
Die zei dat beest is dronken
Toen kwam Kaatje Knorrepot (*1)
die zei dat beest is stapelzot
Toen kwam Thijs de timmerman, (*2)
die spijkerde 't hondje z'n staartje weer an
En 't hondje dat liep henen
Met zijn staartje tussen zijn benen


Afwijkende regels:
*1) Toen kwam Trijntje Rommelpot
*2) Toen kwam Jan de timmerman