Het boerinnetje


(dichter W.van Zeggelen, componist W.H. de Groot Wz.)

Daar loopt door 't gehucht
een wonder gerucht,
het is van een jonge boerinne;
ze dorschte heur graan,
liet het spinnewiel gaan
en reed zij op Grauw d'ezelinne:
Dan lachte de tortel haar na : hahaha haha ! (2x)
Dan lachte de tortel haar na : haha haha haha haha !

Eens, wordt er verteld,
eens was zij in 't veld;
een koets houdt er stil in de weide.
Twee mannen in 't goud,
heffen eensklaps haar stout
de koets in, hoe luid zij ook schreide.
Nu schreide de tortel haar na : hahaha haha ! (2x)
Nu schreide de tortel haar na : haha haha haha haha !

Ze was geen boerin,
maar wel een vorstin;
het staat in een boekje te lezen.
Als kind eens verdwaald,
werd ze huiswaarts gehaald,
toen d'afkomst heel klaar was bewezen.
Wat miste de tortel haar dra: hahaha haha ! (2x)
Wat miste de tortel haar dra : haha haha haha haha !

Nu heeft z'een kasteel
en schatten zooveel;
maar z'is nog 't gehucht niet vergeten.
En als zij er komt
en de klaagtoon verstomt;
't is nog of de tortels het weten.
Ze kirren en lachen haar na : hahaha haha ! ( 2x)
Ze kirren en lachen haar na : haha haha haha haha !


O.a. te vinden in : Kun je nog zingen, zing dan mee