De boom in de weide


Al in de wei daar stond een boom,
Pracht van een boom, reuze van een boom,
Tjonge, tjonge, tjonge wat een boom was dat.
En de boom stond in the weide en bloeide schoon.

En aan die boom, daar zat een tak.
Pracht van een tak, reuze van een tak.
Tjonge, tjonge, tjonge wat een tak was dat.
En de tak aan de boom.
En de boom stond in de weide en bloeide schoon.

En aan de tak, daar zat een twijg.
Pracht van een twijg, reuze van een twijg.
Tjonge, tjonge, tjonge wat een twijg was dat.
En de twijg aan de tak en de tak aan de boom.
En de boom stond in de weide en bloeide schoon.

En aan de twijg, daar zat een blad.
Pracht van een blad, reuze van een blad.
Tjonge, tjonge, tjonge wat een blad was dat.
En het blad aan de twijg en de twijg aan de tak
en de tak aan de boom.
En de boom stond in de weide en bloeide schoon.

En op dat blad, daar zat een luis.
Pracht van een luis, reuze van een luis.
Tjonge, tjonge, tjonge wat een luis was dat.
En de luis op het blad en het blad aan de twijg
en de twijg aan de tak en de tak aan de boom
En de boom stond in de weide en bloeide schoon.

En aan de luis, daar zat een poot.
Pracht van een poot, reuze van een poot.
Tjonge, tjonge, tjonge wat een poot was dat.
En de poot aan de luis en de luis op het blad
en het blad aan de twijg en de twijg aan de tak
en de tak aan de boom
En de boom stond in de weide en bloeide schoon.

En aan de poot, daar zat een teen.
Pracht van een teen, reuze van een teen.
Tjonge, tjonge, tjonge wat een teen was dat.
En de teen aan de poot en de poot aan de luis
en de luis op het blad en het blad aan de twijg
en de twijg aan de tak en de tak aan de boom.
En de boom stond in de weide en bloeide schoon.