En ik ben met mijn Catootje


En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest, en zij kon
maken wat zij zag. En zij maakte mij een schuiftrompet.
Retteketet, retteketet, zei die schuiftrompet.

En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest, en zij kon
maken wat zij zag. En zij maakte mij een trommeltje.
Rommelerom, rommelerom, zei dat trommeltje.

En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest, en zij kon
maken wat zij zag. En zij maakte mij een foekepot.
Goeze, goeze,goeze,goeze, zei die foekepot.

En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest, en zij kon
maken wat zij zag. En zij maakte mij een basviool.
Hompe, hompe, hompe, hompe, zei die basviool.

En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest, en zij kon
maken wat zij zag. En zij maakte mij een wafelmeid.
Kom maar binnen, kom maar binnen, zei die wafelmeid.

En ik ben met mijn Catootje naar de Rozenstraat geweest, en zij kon
maken wat zij zag. En zij maakte mij een zeematroos.
Potverblomme, potverblomme, zei die zeematroos.

Vigoliene, Vigoliene, en mijn deern die heet Katriene.
Vigoliene, Vigoliene, en mijn deern die heet Katrien.



Zie ook Catootje (botermarkt)
En Jan Hinnerik.