Clementine



In een rotskloof in de bergen,
steeds maar zoekende naar goud,
woont een delver met zijn dochter,
nauwelijks achttien jaren oud.

Ref:
Clementine, oh my darling,
Oh my darling, Clementijn,
I love you van top tot tene,
Clementine, du bist mein.

Op een mooie zomermorgen,
voert ze eendjes in de vliet,
maar wie keerde gossiemijne,
Clementine keerde niet.

Ref.

Uit haar roze rode lipjes,
stegen belletjes omhoog,
Clementine kon niet zwemmen,
Clementine zij verzoop.

Ref.

In een rotskloof van t gebergte,
ligt de as van Clementijn,
en die as bemest de roosjes,
die nu bloeien eens zo fijn.

Ref.