De slaapwandelende vorst


(Annie M.G.Schmidt)
In San Carrazo woont een vorst
die wandelt in zijn slaap.
Zo 's avonds laat om een uur of elf,
dan wandelt hij in zijn slaapgewelf.
Hij kan het niet helpen, hij zegt het zelf:
Ik deed het reeds als knaap

Hij wandelt over de wenteltrap,
hij wandelt het dak op en neer.
Hij staat in de goot in zijn nachtgewaad
en iedere keer als de vorst daar staat,
dan zeggen de mensen beneden op straat:
De vorst! Hij doet het alweer!

Dan doet geen mens een oog meer dicht,
geen mens in San Carrazo
Ze staan maar te kijken , ze roepen niet: Hee
Dat mag niet, dat mag niet, want als je dat dee,
dan viel hij misschien wel naar benee,
pardoes op het terrazzo.

Gelukkig heeft hij een wijze vorstin,
die blijft dan ook altijd wakker.
Ze kijkt uit het raam van de ping-pong-zaal
daar wandelt hij weer, haar heer gemaal.
Dan zegt ze: Het is weer de oude kwaal,
daar wandelt hij weer , de stakker.

Dan kamt zij haar lange gouden haar,
dan doet zij haar gouden peignoir an.
Zij roept aan de voet van de wenteltrap:
Amandeltjesrijst met bessensap!
Dan komt hij beneden, stap voor stap,
de vorst zegt slaperig: Waar dan?

Hij eet een bord vol amandelrijst
en dan valt hij weer in slaap.
Maar eventjes mompelt de vorst dan toch:
Ik wandel 's nachts in mijn slaap, maar och...
Ik wandel op 't dak, nou wat dan nog?
Ik deed het reeds als knaap!