Die domme kippen.


Trip, trap;
Trippen de kippetjes voor de grap,
Trip, trap!
Trippen ze voor de grap.
Op hun lange dunne beenen
Trippen ze door de plassen henen,
't Regent, 't regent, dat het giet!
Maar dat hindert de kippetjes niet.

Plens, plas;
Kippetjes denk toch eens aan je jas!
Plens, plas!
Denk toch eens om je jas!
't Water loopt je langs je veertjes
En het bederft je mooie kleertjes.
Domme kippen! kippen zijn jelui!
Dat je loopt in zoo'n vreeslijke bui.