Dronken Joe



Er was er eens een arme man,
zijn naam was dronken Joe.
Die had op zolder neergezet,
een oude whisky koe.
En als hij trek in een slokkie had,
wat zeker weleens kon.
Klom hij het wenteltrapje op,
naar de whisky zonder bon.

Ref:
Ja, ja, ja, Prik, Prik, Prikkebeen,
waar ga jij vanavond heen,
links, rechts, troelala,
we gaan je achterna.

t Was jammer voor de arme man,
verboden bij de wet.
Dat hij zijn lopend whiskyvat,
op zolder had gezet.
De ambtenaren van t accijns,
kregen de lucht ervan.
Ze verzegelden de uiers,
en arresteerden de arme man.

Ref.

De koe die niet gemolken werd,
die voelde zich niet wel.
Ze sloop het wenteltrapje af,
en sprong toen uit haal vel.
De whisky spatte in het rond,
bij straaltjes langs de wand.
De dood van het arme dier,
werd zeer betreurd in t ganse land.

Ref.

En toen de koe begraven werd,
toen kwam ze onder het zand.
En dronken Joe stond met verlof,
wenend aan de kant.
Maar toen hij om zich henen keek,
stond hij gewoonweg paf,
jeneverbessen groeiden welig op het dier haar graf.

Ref.