De fakkeloptocht.


Nu ik ook kan,
Mijn lieve Jan,
Haal mij om acht uur
Eventjes an.
Wij gaan dan samen arm in arm op pad,
Naar de fakkeloptocht in de stad.

Ik ben zo blij:
Zo samen vrij
En 't is net iets voor jou en mij,
Je vrolijkt helemaal van de marschen op,
Wij gaan juist mee, Jan , voor de mop.

Want voor de ramen van de hele stad,
Waar wij dan langs gaan, zie je wat,
De mensen met hun nachtgoed aan,
Denken, dat je ze niet ziet staan.
Zo zonder tanden, ook soms zonder pruik
Loeren ze om gordijn of luik.
Je lacht je naar,
Want 't is soms raar.
Van alles zie je daar.

Zo samen lopen bij fakkellicht,
Geeft veel te kijken bij 't rossig licht.
't Maakt allen wakker, drijft hen uit bed,
Oh Jan, wij schudden van de pret!

Refrein.
Ja Jan, met jou,
Wil ik mee met de optocht lopen.
Ja Jan, met jou
Arm in arm door de stad.
Want dan, mijn Jan,
Loop ik stil in mij zelve te dromen,
Dat ik mijn Jan,
Maar voor immer bij mij had.

Ik koop wat lekkers, jij houdt van snoep,
Wij blijven lopen achteraan de troep.
Jij kijkt geen andere meisjes aan?
Ik zou me 'n ongeluk begaan.

Refrein.