Gratie.


Hij had een misdaad op 't geweten,
Uit jaloezie en overmoed
Hij werd tot 20 jaar veroordeeld
En had de helft reeds uitgeboet
's Nachts op z'n harde legerstede
Vroeg hij zich zelve steeds maar af!
Zal ik het einde ooit beleven.
Van die onmenschelijk zware straf?

Refrein:
Het menschdom dat kent geen genade,
Voor hem die eens iets heeft misdaan,
Hij blijft voor den duur van zijn leven,
Met de last van zijn misdaad bela‚n.

Op zekeren dag luiden de klokken,
En marschmuziek drong tot hem door,
'n Bewaarder kwam en sprak; je hebt gratie
Dus morgen vroeg naar huis toe hoor!
De kroon heeft velen begenadigt,
Ook jou schenkt ze thans alles kwijt.
En met de tranen in zijn oogen;
Snikte hij "Dank U Majesteit".

Refrein:
De Kroon kende eindelijk genade'
Voor hem die eens iets heeft misdaan,
Thans hoopt hij weer op een nieuw leven,
Nu niet meer met een misdaad bela‚n.

Hij ging het eerste naar zijn kinderen,
Maar de ontvangst was ijzig stroef,
Want niemand heeft er graag visite,
Van een ontslagen tuchthuisboef.
Toen ging hij naar z'n stam cafetje,
Waar hij steeds kwam, tien jaar geleÍn,
Maar stuk voor stuk lieten zijn vrienden,
Hem met de kastelein alleen.

Refrein:
Een kind zelfs dat kent geen genade,
Voor een vader die iets heet misdaan,
Hij blijft ook in 't oog van zijn vrienden,
Met de last van zijn misdaad belaan.

Toen vroeg hij om wat schrijfbehoeften,
En weenend schreef hij: "Majesteit"
Bij 't huwelijk van Uw lieve dochter,
Schonk U mij alles alles kwijt,
Maar 'k heb een gevoel dat ik te veel ben
Daarom smeek ik U "Koningin"
Als 't mogelijk is, wees me genadig,
En trek mijn gratie dan weer in.

Refrein:
Het menschdom dat kent geen genade,
Voor hem die eens iets heeft misdaan,
Hij blijft voor den duur van zijn leven,
Met de last van zijn misdaad bela‚n.