De groenteboer


Daar komt Jaap de groenboer aan,
Met zijn ezelwagen.
Voor de huisdeur blijft hij staan,
En ik hoor hem vragen;
Juffrouw koopt U wat van mij?
Erwten, boonen, selderij!
Kijk eens in mijn manden,
Alles ligt voor handen.

Juffrouw zie mijn waar eens na.
Zeg,wat moet er wezen?
Wort'len, bloemkool, uien, sla...
Alles uit gelezen!
Twee bos wort'len, dat is goed,
Frish van kleur en suikerzoet;
Juffrouw, o wat zullen,
Straks Uw kind'ren smullen!"

Zie die mooie peulen daar,
Wil u die niet koopen?
Blijft de kar zoo vol en zwaar,
Dan wil grauw niet loopen.
Jaapje, neen! vandaag niet meer,
Morgen kom je wel eens weer?
'k Zal het niet vergeten,
Juffrouw, smaak'lijk eten!