Hagel.


Tikkeltak, het hagelt
Op mijn paraplu,
Kleine, ronde rakkers,
Wat begin je nu?
Huplahap, ze springen
Uit de hemel neer,
Honderdduizend steentjes
En nog veel, veel meer!

Maar zo'n kogelbuitje
Is een wintergril,
't Duurde maar heel evenů,
Toen was het weer stil.
' Zonnetje kwam kijken,
Lachte: "Hela, zeg!
Hagelslag smaakt lekker,
'k Snoep gauw alles weg.
'k Snoep gauw alles weg".

Alle Zonnestralen, deden
Hop, hop, hop!
En er bleef niets over
Dan wat modderpap.