't Broekie van Jantje


Er was eens 'n haveloos ventje
Die vroeg aan z'n moeder 'n broek
Maar moeder verdiende geen centje
en vader was wekenlang zoek

Ach, moedertje, geef mij geen standje
er zit in mijn broekie 'n scheur!
en de jongens op school roepen : Jantje
Jouw billen die zien we d'r deur!

De moeder werd ziek van de zorgen
Lag stil em bedrukt in een hoek
Geen mens die haar centen wou borgen
En Jantje vroeg toch om z'n broek

Toen heeft zij haar rok uitgetrokken
de enigste die ze bezat
en ze maakte van stukken en brokken
een broek voor haar enigste schat

Nou konden ze Jantje niet plagen
Nou waren zijn billen niet bloot
Maar voor hij zijn broekie kon dragen
Ging moeder van narigheid dood

Ze stierf van 't sjouwen en slaven
Vervloekt en verwenst door haar man
Toen Jantje haar mee ging begraven
toen had hij zijn broekie pas an

tekst en muziek : J.H. Speenhof (1904)
Te vinden in het boek "Toen wij van Rotterdam vertrokken"
ooit gezongen door de Zangeres zonder Naam