Hompeltje en Pompeltje


Hompeltje en Pompeltje,
die klommen op een berg.
Hompeltje was een kaboutertje,
en Pompeltje een dwerg.
Ze klommen hoog tot bovenaan het topje
en schudden met hun kopje.

Toen zijn ze in de berg gekropen
en niemand heeft ze nog zien lopen.
Ze slapen daar zachtjes,op een oor.
He ik geloof dat ik ze hoor.(zachtjes snurken)

(kinderen kruipen onder de tafel om daar
met veel kabaal onder vandaan te komen.)