Jamboree-liedje.


In negentien drie zeven,
Dan zal je wat beleven,
Dan komt de Jamboree in Nederland.
Dan staat uit alle landen
Van alle ras en standen
De jeugd van blank en bruin weer hand in hand.
Dan zingen scouts uit Labrador
Japan en Alkmaar
Op 't Nederlandse grondgebied
Heel vrolijk met elkaar:
Jamboree, jamboree
Wij zijn verkenners van B.P.

De Schotten dragen rokken,
De Polen wandelstokken
Hongaren hebben pluimen op hun hoed.
Amerika een rijbroek
Brits-IndiŽ een hoofddoek,
De Zweden staan die witte mutsjes goed,
Maar allen dragen in hun hart
Het grote ideaal
Dat niet afhankelijk is
Van ras, van land, of stand of taal
Jamboree, jamboree
Wij zijn verkenners van B.P.

Geert Hendrik van Dongen
Een Amsterdamse jongen
Met peenhaar en veel sproeten op 't gelaat
Zoekt in dit grote leger
Een ras-wasechten neger
Als trouwen bondgenoot en kameraad.
Geert sprak geen woordje Engels
Jim misschien een stuk of vier
Toch ruilden zij van alles
En hadden veel plezier.
Jamboree, jamboree
Wij zijn verkenners van B.P.

De wereld is vol broodnijd
Vandaar dat men zich doodstrijdt
We raken steeds maar dieper in 't moeras
Een jeugdbond aller volken
Zal mettertijd vertolken
Dat aan de jeugd de betre toekomst was.
De wereldbond van padvinders
Stuurt daar bewust op aan
Het spreekwoord zegt nog altijd:
Jong geleerd, is oud gedaan.
Jamboree, jamboree
Wij zijn verkenners van B.P.

(B.P.= Baden Powell, stichter der padvindersbeweging)