Een jongen hoort op het water thuis.


Een jongen hoort op het water thuis!
Een jongen hoort op zee!
Daar op die groote waterplas
Daar is een jongen in zijn sas,
En zingt hij spoedig mee
Het stormlied van de zee.
Het stormlied, het stormlied, het stormlied van de zee!

Een jongen hoort op het water thuis!
Een jongen hoort op zee!
Daar bij het gieren van den wind,
Daar is het waar hij krachten vindt,
Een flinke man te zijn,
Een flinke man te zijn,
Een flinke man, een flinke man, een flinke man te zijn!

Een jongen hoort op het water thuis!
Een jongen hoort op zee!
Daar wordt hij door den storm gestaald:
Een man, die nimmer deinst of faalt,
Een vent, een flinke vent,
Een ferme vent op zee.
Een ferme vent, een ferme vent, een ferme vent op zee!