Weet je, wat het koetje zei?


Er liep een koetje in de wei,
Boe-hoe,
En weet-je, wat dat koetje zei?
Boe-hoe,
Vind-je niet, dat ik, als koe,
Heel wat voor de mensen doe?
Boe-hoe.

Er liep een boertje in de wei,
Ha-ha,
En weet-je, wat dat boertje zei?
Ha-ha,
Koetjes geven zoete melk,
Zoete melk is goed voor elk,
Voor elk.

Er liep een boerinnetje in de wei,
Hi-hi,
En weet-je, wat dat boerinnetje zei?
Hi-hi,
Over die melk ben IK de baas,
Daarvan maken wij boter en kaas,
En kaas.

Er kwamen in een lange rij
Ho-ho,
'n Heleboel kind'ren in de wei,
Ho-ho,
Zongen en sprongen in het rond:
Boter en kaas maakt ons gezond,
Gezond.

En weet-je, wat dat koetje toen zei,
Boe-hoe,
Vrolijk huppelend in de wei?
Boe-hoe,
Kind'ren, wat vind ik het fijn,
Fabrikant van melk te zijn,
Tast-toe.