Liesje heeft kiespijn.


Liesje heeft kiespijn, o zo vrees'lijk,
Huilt een week al van de pijn.
Liesje waant zich ongenees'lijk,
O, wat voelt zich Liesje klein.
Moeder zegt, hij moet getrokken,
Heus, dan krijg j'n nieuwe kies,
"Nee!" gilt Liesje, erg geschrokken,
"'k Durf niet!" Wat 'n bange Lies.

Liesje blijft maar kiespijn lijden,
Luistert niet naar goede raad,
Hoe een ieder ook voortdurend,
Overredend met haar praat.
Liesje rilt bij de gedachte,
Aan den tandarts en de pijn,
Loopt maar door, en blijft maar wachten,
Liesje, o wat ben je klein.

Maar tenslotte wordt het Liesje
Toch te machtig, zij schept moed,
En de tandarts trekt haar kiesje,
O, wat deed dat Liesje goed!
Toen heeft Lies zich voorgenomen,
Als een kloek en flink besluit,
Mocht er weer eens kiespijn komen,
't Kiesje gaat er daad'lijk uit.