Maandagskind


Maandagskind heeft een lief snuitje.
Maar o, wat is 't een ijdeltuitje!
Dinsdagskindje danst heel net
Polka, wals of menuet.
Woensdagskind vindt steeds een traan
Immer heeft men 't kwaad gedaan.
Donderdagskind maakt reizen fijn
Met de boot en met de trein.
Vrijdagskind deelt gulweg rond
Wat het zelf k lekker vond.
Zaterdagskind wordt heel gauw groot
En wil werken voor zijn brood.
Maar 't kindje, dat 's Zondags werd gebracht,
Is 't liefste schatje, dat altijd lacht.