Marschlied.


Dichter bij de bossen.
Dichter bij de velden,
Dichter bij de bloemen in de wei.
Al de kleine sprookjes,
Die ze ons vertelden,
Blijven ons in later leven bij!

We laten de stad voor wat ze is
Het is er wel mooi maar nooit zo fris,
Nooit zo fris als daar
Waar de bonte vlinders stoeien
Om de perelaar.

Dichter bij de velden,
Dichter bij de wolken,
Dichter bij het leeuwerikkenlied,
Wij gaan met z'n allen,
Bos en hei bevolken,
Beter soort ontspanning is er niet.
We zijn al op marsch, gezond en fris,
En niemand zit dwars hoe ver het is.
Ver is het alleen,
Voor Jan Salie's achterneven,
Nou dat is er geen.