Meisje met jouw mooie spullen.


Meisje met jouw mooie spullen,
Mooie ringen, mooie bellen, mooie bullen,
Meidlief, meen je, dat je daarom beter zijt?
Dat een jongen daarom heus je liever heit?
En denk jij dat, dan ben je abuis,
Dan kom jij van een lelijk kouwe kermis thuis.
Een jongen, dien 't menens is, die laat jou staan,
Met al jouw mooie belle-bulle, spullen-prullen aan.

Moet dat soms jouw leven vullen,
Enkel ringen, enkel bellen, enkel bullen?
Meidlief, meen jij, dat het leven daarnaar vraagt?
Of jij meer of minder prulle-bullen draagt?
En denk jij dat, dan ben je abuis,
Dan kom jij van een lelijk kouwe kermis thuis.
Het leven, dat maalt er geen sikkepit om,
Al loop jij van de belle-bulle-spulle-prullen krom!

Meisje, weg dan al die prullen,
Ringen, bellen, prullen, al die nulleprullen.
Wat het leven jou als vrouw en moeder biedt,
Ruil je zelfs voor alle prulle-bullen niet.
En doe je 't toch, dan ben jij abuis,
Dan kom jij van een lelijk kouwe kermis thuis.
Ja, vrouw zijn en moeder is heerlijker doel,
Dan al die domme belle-bulle-spulle-prulle-boel.