Muizenpret.


Er gingen drie muizevriendjes
Gezellig te snoepen uit,
Ze vonden 't ontbijt op de tafel
Dat was er een kostelijke buit.
Ze knabbelden en ze likten
Van al wat er voor hen stond,
En aten hun muizebuikjes
Van 't lekkers heel dik en rond.

En wou er wat melk gaan drinken
De kan was verbazend glad,
Hij glibberde toen naar beneden
En plofte pardoes in het nat!
Dat was me een piepen, jamm'ren:
Ach vriendjes, help jullie me toch,
Ik kan haast niet boven blijven
O, strakjes verdrink ik nog!

Toen renden de twee met hun beidjes
In volle vaart tegen de kan,
Die tuimelde onderste boven.....
Ze schrikten er alle drie van.
Juist kwam er de juffrouw binnen,
De muisjes ontkwamen nog net;
Ze loerden van achter het gaatje
en schaterden van de pret!