Naastenliefde.


Laat af van 't strijden, volk'ren ontaard,
Staakt al die wreedheid, 't mensdom onwaard.
Ziet om u henen, overal wee!
"Heer, schenk hun wijsheid, Heer schenk hun vree!"

Strijdt eed'ler strijd toch, strijdt allen sam,
Voor naastenliefde in Godesnaam.
Hoort gij dat smeken niet, innig en teer?
"Wijsheid en liefde geef ons, o Heer!"

Groot, Machtig Heerser, leidt Gij die strijd,
Die 't smachtend mensdom hopend verbeidt,
Dn, nood noch smart meer, droefheid noch wee,
Dan wre liefde, dan wre vree!"