O, nachtegaal.


O, mocht ik je eenmaal slechts horen,
O, zanger, vol klankenpracht.
O, mocht mij je stem eens bekoren,
In zoel zachte lente-nacht.
O, nachtegaal,
Je stemmepraal,
Heeft veler oren gestreeld.
Je melodie
Is poŽzie
In godenklanken gekweeld.

O, mocht ik je eenmaal beluist'ren,
O, zanger in stille nacht.
O, mocht ik je stem horen fluist'ren
En zwellen in tonenpracht.
O, nachtegaal,
Je stemmepraal,
Heeft veler oren gestreeld.
Je melodie
Is poŽzie
In godenklanken gekweeld.

En hoor ik je eenmaal dan klinken
O, zanger van koninklijk bloed,
Dan zal ik je nogmaals bezingen
In woorden en tonen zoet.
O, nachtegaal,
Je stemmepraal,
Heeft veler oren gestreeld.
Je melodie
Is poŽzie
In godenklanken gekweeld.