Negerliedje.


Tien kleine negertjes, die liepen in de regen,
Maar eentje die wou schuilen gaan
Toen bleven er nog negen.

Negen kleine negertjes, die dwaalden door de nacht,
De ene ging wat al te ver
Toen bleven er nog acht.

Acht kleine negertjes, die wilden wat beleven,
De ene ging met een schip over zee
Toen bleven er nog zeven.

Zeven kleine negertjes, die praatten onder d'les,
Toen werd er een naar huis gestuurd
En bleven er nog zes.

Zes kleine negertjes, die kregen 'n schrik op 't lijf,
Want een viel plots in een ravijn
Toen bleven er nog vijf.

Vijf kleine negertjes, die vluchtten voor een stier,
Die nam er eentje op zijn rug
Toen bleven er nog vier.

Vier kleine negertjes, een heette er Bibi,
En die Bibi, die ging op stap
Toen bleven er nog drie.

Drie kleine negertjes, die klaagden ach en wee,
Want een sloeg met een kano om
Toen bleven er nog twee.

Twee kleine negertjes, die bleven toen alleen,
Van angst liep er toen eentje weg
Toen bleef er nog maar een.

Een klein negertje, die was niet meer te zien,
Die zocht de an'dre negen op
Toen waren er weer tien.