Nooit vergeet ik het lied van mijn Moeder


Zit ik bij het schemerlicht rustig te peinzen
Denk ik aan al wat het leven mij bood,
Dan blijft er dikwijls helaas niet veel over,
In mijn herin’ring wat mooi was en groot,
’t Blijkt dat de strijd om het daag’lijks bestaantje,
Mij nauw’lijks tijd liet voor mooi ander werk,
Maar één herin’ring die blijf ik behouden,
Die maakt m’n in tegenspoed altijd weer sterk.

Refrein
Nooit vergeet ik het lied van mijn Moeder
Dat ze zong bij het vuur van den haard,
’k Zie haar nog met haar vriend’lijke oogen.
Die herin’ring blijft altijd bewaard,
Altijd zal ik haar blijven gedenken,
Innig dankbaar voor al wat ze deed,
Nooit vergeet ik het lied van mijn Moeder,
Dat mij troost schenkt in dagen van leed.

Toen ik nog kind was kon ik niet beseffen,
In die prettige dagen vol vreugd,
Hoeveel mijn Moeder zich wel moest ontzeggen,
Om mij te geven een zorg’looze jeugd,
Nog hoor ik hoe ze mij zachtjes vermaande,
Had ik onwetend als kind kwaad gedaan,
Hoe ze mij troostte vol liefd’ als ik ziek ben,
Moeder daar denk ik nu ’k ouder ben aan,

Wat of ik ook zal bereiken in het leven,
Of ik geéerd word voor ’n prachtige daad,
Nooit zal ’t succes mij zoodanig verblinden,
Dat is vergeet moeders vriend’lijk als gelaat,
Alles is tijd’lijk,vandaag kan je groot zijn ,
Morgen een nul waar geen mensch meer aan denkt,
Maar onvergank’lijk is ’t lied van mijn moeder,
Dat mij steeds weer nieuwe levenskracht schenkt

Dit komt uit een oud vergeeld boekje zonder jaartal
uitgever Rombouts Roosendaal.
Vertegenw. P.J. W. Jongeneel markt 41 Gouda.
Geschat begin jaren 1910 - 1920