Ping-Pang-Pong.


Kleine Kootje kreeg van oma
Een piano in een doos.
's Morgens vroeg zat z'in haar bedje.
En zij sloeg een hele poos,
Op de toetsen en zijn zong
Ping-Pang-Pong!

Paps en Moeder werden wakker
En ook kleine broertje Piet:
"Speel zoveel jij wil", zei vader,
"Maar zo vroeg des morgens niet.
Overdag ga dan je gang
Ping-Pong-Pang!"

Kleine Kootje was ondeugend
En zij speelde 's morgens weer,
Paps kwam heel boos naar de stoutert
en zei "dat's de laatste keer.
In de kast dat dingeling
Pang-Pong-Ping!"