De nacht van Rinkeldeking


(Lea Smulders)

't Was in de nacht van rinkeldeking,
Dat heel het servies uit wandelen ging.
Ze liepen door de regen
En kwamen niemand tegen.
Alleen een dikke brigadier.
Die vroeg verbaasd: 'Wat moet dat hier?'
Toen riep de theepot door zijn tuit:
'Wij zijn een nachtje uit!'

Ze waren in hun nopjes,
De borden en de kopjes.
Ze zeiden: 'Phoe, wat hindert dat,
Al worden we een beetje nat?
't Is een fijne wandeling
In de nacht van rinkeldeking.'

Ze liepen zeven straten door,
De kopjes gingen oor aan oor,
De schoteltjes die rolden,
Het suikerpotje holde,
De theepot met zijn muts nog op
Ging helemaal voorop.

Zo brak de nieuwe dag weer aan
Toen zijn ze braaf naar huis gegaan.
Ze hebben elkaar toen even
Nog lekker drooggewreven.
Toen trokken ze met een braaf gezicht
De kast-deur netjes dicht.

(uit: Nieuw groot voorleesboek van Lea Smulders)